Inspecteur-generaal der krijgsmacht jaarverslag 2010
Gedeelte Veteranenaangelegenheden

Algemeen
In het verslagjaar is veel belangstelling uitgegaan naar de veteranen.
Dit had mede te maken met het jubileum van 65 jaar bevrijding na de Tweede Wereldoorlog. Uit naam van de minister zijn veel herdenkingen en vieringen bijgewoond.
In totaal is deelgenomen aan ongeveer 120 evenementen en activiteiten waar de Nederlandse veteraan centraal stond.
Naast deze deelname zijn ook minder formele plaatsen bezocht, waar veteranen elkaar treffen, zoals de inloophuizen in Heerlen en Eindhoven en verschillende veteranencafés.
De verscheidenheid van organisaties, speciale zorginstellingen en verenigingen in veteranenland is groot.
Tijdens dit eerste jaar als Inspecteur der Veteranen is geprobeerd een zo breed mogelijk beeld te krijgen.
Daarom is ook contact gezocht met organisaties die een speciale vorm van zorg bieden voor veteranen,zoals de Geestelijke Verzorging voor Veteranen en het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV).
Op 21 juni 2010 heeft de Inspecteur der Veteranen het eerste exemplaar aangeboden van het boek OORLOGEN EN VREDESMISSIES
Ervaringen van Nederlandse Veteranen in de periode van 1940-2010 –aan mevrouw G.A. Verbeet, Voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Dit boek is onder supervisie van het Comité Nederlandse Veteranendag tot stand gekomen.

De veteraan
In vele toespraken wordt gesproken over de oude en de jonge veteraan; de oude veteraan is dan de veteraan die heeft gevochten in de periode van de Tweede Wereldoorlog tot en met Nieuw-Guinea.
De jonge veteraanheeft deelgenomen aan de missies in Libanon en alle operaties waaraan Nederland sindsdien heeft deelgenomen,tot de dag van vandaag.
Voor het maken van beleidskeuzes is dat onderscheid echter niet behulpzaam .Immers de veteraan die kort na terugkeer met functioneel leeftijdsontslag gaat laat zich moeilijk vergelijken met de Libanon veteraan die als jonge dienstplichtige was uitgezonden of de jonge veteraan uit recente missies, die nog een lange maatschappelijke carrière voor zich hadden en nu nog steeds hebben.
Die veteraan, die na zijn periode in actieve dienst een civiele betrekking heeft, is moeilijk te bereiken.

Uit onderzoek blijkt dat 80 procent van de jonge veteranen zonder enige moeite de overstap maakt naar de burgermaatschappij en zelfs vaak aangeeft dat de ervaringen van de missies hem of haar hebben verrijkt.
Vijftien procent kent in enige mate aanpassingsproblemen, maar slaagt uiteindelijk goed.
Vijf procent vand e veteranen loopt op enig moment tegen een situatie aan waarin hij opnieuw wordt geconfronteerd met de ervaringen van zijn missie.
Voor die veteraan is het LZV ingericht, een systeem waarin civiele en defensie zorginstellingen en alle relevante disciplines zijn verenigd en dat in de korte tijd van zijn bestaan zijn waarde al heeft bewezen.

Jonge veteranen die de actieve dienst hebben verlaten en op enig moment hulp nodig hebben kunnen zich aanmelden bij het centraal aanmeldpunt van het Veteranen Instituut en worden doorverwezen naar een van de instellingen van het LZV.
Tijdens verschillende contacten met deze groep veteranen valt op dat zij goed te spreken zijn over de wijze waarop de zorg wordt verleend, maar dat zij na de behandeling weer een moeilijke periode doormaken.
Dan zou een periode moeten volgen waarin zij opnieuw integreren in de maatschappij, weer gaan deelnemen aan het arbeidsproces en hun leven weer op orde krijgen.

Veteranendag 2010.
De perceptie van die veteranen is dat zij dan aan hun lot worden overgelaten.
Op een aantal plaatsen in Nederland zijn lokale initiatieven gestart die juist die groep veteranen wil ondersteunen. Stichting de Ouwe Stomp in Alphen aan de Rijn en de Maatschappelijke Dienstverlening Kameraden Legereenheden in Nuth zijn daar goede voorbeelden van.
Dergelijke initiatieven worden ondersteund door het Veteraneninstituut, maar zijn nog niet in alle gevallen goed geborgd met bestuurlijke ondersteuning en financiële garanties.

Het blijkt dat inloophuizen en veteranencafés vooral worden bezocht door de oudere veteranen, maar dat de enkele daar aanwezige jonge veteraan zich er ook goed thuis voelt. Daar wordt hij begrepen, vertelde een van de jonge veteranen.
De meeste veteranenontmoetingen vinden echter plaats op tijdstippen dat de jonge veteraan zich niet vrij kan maken, omdat ze tijdens werkdagen worden georganiseerd.
Op verschillende plaatsen zijn initiatieven ontwikkeld om de jonge veteraan beter te betrekken, bijvoorbeeld door de ontmoetingen te laten plaatsvinden in de avonduren of in het weekend.

Veteranen in het buitenland
Tijdens het werkbezoek aan Spanje en Portugal in juni 2010 zijn tijdens de veteranendag in de buurt van Benidorm veel gesprekken gevoerd met veteranen en partners.
In die gesprekken kwam vooral naar voren dat niet alle veteranen duidelijk inzicht hebben in de specifieke regelingen die gelden voor Nederlanders wonend in Spanje.
Hierbij werd in het bijzonder genoemd de regeling ten aanzien van de ziektekosten.
Deze problematiek is opgepakt door de ambassade in Madrid, die deze dag had georganiseerd en die een materiedeskundige had uitgenodigd.

Op 30 september en 1 oktober 2010 is een werkbezoek gebracht aan twee veteranenprojecten van “Stichting veteranen actief” en “Stichting veteranen Brabant Zuid-Oost” in Bosnië-Herzegovina.
Het betrof in beide gevallen het samen met de lokale bevolking renoveren van een lagere school.
Tijdens de gesprekken met de veteranen werd het belang van dergelijke projecten voor de kinderen in Bosnië, maar vooral ook voor de veteranen zelf benadrukt.
Door de terugkeer naar het land van hun missie zien de veteranen de vooruitgang en wat sinds hun vertrek, mede dankzij hun inzet, is bereikt.
Tijdens de uitvoering van de projecten, waaraan ook veteranen deelnemen van andere missies, luisteren zij naar elkaars ervaringen en ondersteunen zij elkaar bij de verwerking van hun emoties. Op 1 oktober 2010 zijn beide projecten succesvol afgerond en overgedragen aan de lokale autoriteiten.

Afronding
Met een geslaagde nationale veteranendag en veel lokale en regionale activiteiten lijkt veel te zijn bereik op het gebied van erkenning en waardering voor de veteraan.
Dat is zeker het geval, maar de vraag is in hoeverre er ook sprake is van verankering en borging van wat is bereikt.
Het kan niet worden ontkend dat de toegenomen erkenning en waardering voor een belangrijk deel te danken is aan de intensieve en veeleisende inzet van alle delen van onze krijgsmacht in Afghanistan en op andere plaatsen in de wereld en de positieve aandacht daarvoor in de media.
Die missie is nu beëindigd en het nieuws wordt beheerst door de financiële situatie van defensie, de opgelegde bezuinigingen van het Regeerakkoord en de ongerustheid van het defensiepersoneel. Bovendien moeten ook andere overheden fors bezuinigen, terwijl de belangstelling van lokale overheden van groot belang is voor de borging van waardering en erkenning voor veteranen.
De veteraan verdient het dat we hem of haar niet vergeten!


<< Terug