|
Reis - Dagboek van Joop
Romkema; één van de initiatiefnemers van het eerste uur
voor het
verkrijgen van erkenning door de Koninklijke Marine
en
mede
samensteller van het boek
"Breukvlak tussen woestijn en
water".
|
De
Agadir-reizigers gingen in twee groepen op
reis. De reizigers waren grofweg verdeeld in boven
en onder de rivieren. De ene groep vertrok vanaf Amsterdam -
Schiphol met Royal Air Maroc en de andere groep vloog vanaf Brussel-
Zaventem. Vanuit “Defensie” waren aan het gezelschap
een Arts, Aalmoezenier en een Iman
toegevoegd . |
Woensdag 24 februari 2010; een heenreis met
hindernissen:
Om 13.30 uur stonden wij thuis klaar
voor de reis naar Agadir.
Het wachten was op de
bus die ons met nog een aantal noorderlingen
naar Amsterdam - Schiphol zou brengen.
De bus zou in Leeuwarden praktisch voor onze
voordeur stoppen en wij konden dan ook de bus
vanuit huis zien aankomen.
Via
Heerenveen, Steenwijk, Meppel en Zwolle
kwamen wij met enige vertraging om 17.30
uur op Schiphol aan.
Nadat wij hadden ingecheckt en een kop
koffie
hadden genuttigd,
konden wij bij
de gate
kennismaken met de andere Agadir-reizigers.
Wij kregen een batch met daarop onze
naam, en het logo van
de Stichting Agadir 1960 – 2010 uitgereikt, zodat wij
voor een ieder
te herkennen waren.
Aan boord van het vliegtuig werden wij
niet alleen verwelkomt door een
stewardess, maar ook door een tweetal
marechaussees. |
 |
|
Zij hadden de taak ons voor te bereiden
op de komst van een onwillige passagier.
Een Marokkaan die uitgezet werd door de
vreemdelingen politie.
Deze jonge Marokkaan was het hier duidelijk
niet mee eens en maakte dit op zeer
luidruchtige wijze kenbaar. Toen de
jongeman na een half uur wat bedaard was,
konden wij eindelijk van Schiphol
vertrekken. |
In
Frankrijk en Spanje was er een staking
onder de luchtverkeersleiders, met als
gevolg dat ons vliegtuig niet over
deze
landen mocht vliegen.
Via een omweg over Duitsland, Oostenrijk
en Italië vlogen wij naar Fés in Marokko
om aldaar rond het
middernachtelijk uur een
tussenlanding te maken om brandstof te
tanken. In Casablanca zouden wij overstappen op
een binnenlandse vlucht naar Agadir. Helaas misten wij deze vlucht doordat
wij door alle vertragingen te laat
arriveerden in Casablanca.
Wat nu?
Gelukkig bevond zich Laila als tolk in
ons gezelschap. Deze dame van
Nederlandse Marokkaanse afkomst en
echtgenote van een Iman was met ons
meegereisd. Haar echtgenoot, Iman,
is geestelijke verzorger bij de
Nederlandse Krijgsmacht en was met de
andere groep vanuit Brussel naar Agadir
gereisd. Laila heeft met de vliegtuigmaatschappij
Royal Air Maroc onderhandeld en er voor
gezorgd dat wij in een hotel
konden
overnachten op kosten van Royal Air Maroc.
Even was er nog wat verwarring over de
bagage. Wel of niet meenemen naar het
hotel. Uiteindelijk hebben wij al
onze
bagage meegenomen. Er ontstond wat paniek, omdat wij een koffer kwijt waren. Door het
toeschieten van een behulpzame
medewerker van het vliegveld, kwam de
koffer uiteindelijk toch boven water.
Buiten moesten wij nog een poosje
wachten op de shuttlebus die ons naar
het hotel in Casablanca zou brengen.
De
bus was klein en moest een paar keer
heen en weer rijden om ons allemaal +
bagage naar het hotel te brengen.
Om een
uur of twee ’s nachts kwamen wij daar
aan.
Na wat formulieren te hebben ingevuld
konden wij eindelijk om half drie in de
morgen doodmoe naar onze kamer. Eerst hebben wij nog een fles water
gekocht om wat te drinken en onze tanden
te kunnen poetsen. Later bleek dat ze ons voor dit water,
flink hebben laten betalen. |

|
Donderdag 25 februari 2010: Om 06.15 uur ging de telefoon om
ons te wekken, een kwartier later dan
wij hadden gehoopt.
Om 07.00 uur zou
namelijk de shuttlebus voor het hotel staan, dat was dus haasten om nog voor
07.00 uur te kunnen ontbijten.
Het was
me het nachtje wel!
Nadat wij op het vliegveld in Casablanca
ingecheckt hadden, verliep de reis naar
Agadir voorspoedig.
Op de vluchthaven in Agadir werden wij
verwelkomt door een aantal mensen van de
Nederlandse Ambassade waaronder
onze
ambassadeur in Marokko.
Afgelopen
woensdagnacht had men tevergeefs op ons
staan wachten en waren blij dat wij er
nu waren.
Onderweg in de bus naar het hotel, Club
Al Moggar, werden wij bijgepraat. |
|
Wederom kregen wij formulieren om in te
vullen die het inchecken bij de receptie
van het hotel zouden bespoedigen. |
|
Het officiële programma Agadir 1960-
2010 zou om 15.00 uur starten, zodat
onze groep ook even de tijd kreeg om te
acclimatiseren. Wij hebben daar dankbaar
gebruik van gemaakt, want wij voelden
ons verre van fit.
De andere groep had meer geluk gehad. Zij waren bijna een dag eerder in Agadir gearriveerd. |
Onze kamer zag er redelijk uit en lag
dicht bij één van de zwembaden van het
hotel.
Het was prachtig weer en een
verademing na de lange winter in
Nederland.
Nadat wij de koffers
uitgepakt hadden, hebben wij een duik in
het zwembad genomen. Dit was wel even
schrikken, want
het water was niet zo
warm als wij verwacht hadden, maar wij
zijn er heerlijk van opgefrist.
Nadien was er nog wat tijd om via een
achteruitgang van het hotel de boulevard
van Agadir te verkennen. Vanuit het hotel kon je de Kasbaruïne
zien waar o.a. in 1960 de aardbeving had
plaatsgevonden.
Om 15.00 uur werd de bijeenkomst
officieel geopend door onze Ambassadeur
in Marokko en de burgemeester
van
Agadir.
Ter herinnering aan ons
bezoek kreeg de burgemeester van Agadir
een wapenschildje met opschrift van
Hr.Ms. De Ruyter overhandigd.
Onder het genot van muntthee, koffie,
water en
zoete
Marokkaanse koekjes kon nu het
hele gezelschap kennis met elkaar maken.
|
Later in de middag stonden er bussen
klaar om ons naar een Marokkaanse
folkloristische voorstelling
“Follie Berbere” te brengen.
Wij werden er hartelijk ontvangen door
een heel
kleurrijk gezelschap met
paarden, kamelen en de onvermijdelijke
muntthee. Een waterman in zijn
kleurrijk kostuum liet zich graag tegen
betaling fotograferen.
Daarna werd ons gezelschap vergast op
muziek dans, acrobatiek en een
buikdanseres voerde met veel verve
haar
act uit.
Tot slot kwam nog een
slangenbezweerder het podium op.
Liefhebbers konden ook nog een ritje op een
kameel maken. Slechts een paar mensen
waagden zich hieraan,
waaronder mijn
echtgenote.
|
 |
Tegen acht uur in de avond reden wij met
de bus weer terug naar ons hotel om een
hapje te eten.
Eerst hebben wij nog buiten
op het terras een goed glas wijn
gedronken en genoten van de prachtige
zonsondergang.
Tijdens het lopend buffet maakten we
kennis met
Sietske de Boer, een
Nederlandse journaliste, die in
Marokko
woont.
Zij maakte voor de
EO-omroep een
reportage over onze trip naar
Agadir. Ook was zij gevraagd door de
Leeuwardercourant om een
artikel over
ons bezoek te schrijven voor in de
zaterdag editie van 6 maart 2010.
Het klikte tussen ons en zij wilde mij,
Wim van Slooten en Pier de Jong de
volgende dag interviewen boven bij
De
Kasbaruïne.
Daar hadden wij geen bezwaar
tegen.
Tot ons de ogen bijna toevielen van
vermoeidheid hebben wij genoeglijk met
elkaar zitten praten. |
Vrijdag 26 februari 2010: de dag dat de
aardbeving officieel werd herdacht: Om 10.00 uur waren wij aanwezig bij
hotel Dune d’Or voor de opening van de
tentoonstelling Agadir 1960 – 2010. De tentoonstelling werd geopend door
Prinses Lalla Malika.
Deze Prinses is de tante van de huidige
koning van Marokko en beschermvrouwe van
de Marokkaanse Halve maan een zuster
organisatie van het Rode kruis. Zij was
in 1960 daadwerkelijk actief na de
aardbeving in Agadir en
vertegenwoordigde deze dag het
koninklijk huis van Marokko.
Toen wij aankwamen stond de erewacht al
klaar voor de ontvangst van Prinses
Lalla Malika. Prachtig uitgedoste mannen in wit en
blauwe klederdracht met tulband en
zwaard.
Bij het hotel waren twee tenten opgezet
voor de genodigden. Eén tent was van
binnen ingericht met prachtige oosterse
schilderingen en tapijten op de vloer
met in het midden een lange tafel met
allerhande zoete versnaperingen en
vruchtendranken. Zo werd het wachten op
de Prinses veraangenaamd. |
Zo goed
en zo kwaad als het ging hebben wij
een praatje aangeknoopt met een paar
Marokkaanse heren in witte lange
jurken.
Dit bleek het nationale kledingstuk
van Marokko de “Djellaba” te
zijn, een lang overkleed met
capuchon dat van voren geheel dicht
is op de open hals na.
Ook droegen zij de typische
Marokkaanse pantoffels, genaamd “Belgha”.
Deze muilen zonder hiel zijn gemaakt
van zacht leer en gewoonlijk
lichtgeel of wit van kleur.
Zij wilden wel met mij van kleding
ruilen maar dan moest ik
mijn
onderscheidingen erbij doen. Dat
hebben we maar niet gedaan.
Die nacht had het geregend en er was
een hele plas water op het tentdoek
blijven liggen. Ik stond precies onder de rand van
het tentdoek en kreeg niets
vermoedend tijdens een windvlaag een
hele plens water over mij heen. Ik
was kletsnat. Van alle kanten werd
te hulp geschoten om mij weer droog
te wrijven. |
 |
Na een
uurtje wachten arriveerde eindelijk
Prinses Lalla Malika. Wij zagen een
fragiele dame van ca. 77 jaar.
Zij
bleek een zuster van de vorige
koning Hassan II
te zijn dus een
tante van de huidige koning Mohammed VI.
Wij hebben maar weinig van haar te zien gekregen, zoveel mensen
liepen er om haar heen.
Nadat zij de
tentoonstelling Agadir 1960 -2010
had geopend en bekeken vertrok zij
weer richting paleis.
Nu konden ook wij in alle rust de
tentoonstelling bekijken. Het was
indrukwekkend en het maakte de
tongen los.
Er was ook een Franse
delegatie hulpverleners aanwezig en met een paar van hen hebben wij in
het Engels onze ervaringen van toen
uitgewisseld.
|
|
Aankomst van Prinses Lalla Malika in
broekpak. |
|
Toen werd het tijd voor de lunch,
die werd aangeboden door de
Nederlandse ambassadeur in Marokko. Het was een verrukkelijk lopend
buffet en dit keer werd er naast
water ook wijn en bier bij het eten
geserveerd.
De bediening sleepte met
parasols om ons uit de volle zon te
houden, want het was behoorlijk
warm.
’s Middags kwam Prinses Lalla Malika
weer haar opwachting maken om samen
met ons naar een film te kijken over
de
gevolgen van de aardbeving in
Agadir. In deze film, gemaakt door
een Marokkaanse filmploeg, werd
Marokkaans Arabisch
en Frans
gesproken. Via een koptelefoon,
konden wij de vertaling in het
Nederlands horen.
Wat
ons opviel was de hulp die België
geboden had. Veel Marokkaanse wezen
werden na de aardbeving in Belgische
gezinnen opgevangen. Vele van hen
werden later door deze gezinnen
geadopteerd en zijn in België
gebleven.
Aan het eind van de middag bood de
Stichting Agadir 1960 - 2010 Prinses
Lalla Malika een schilderij van
Hr.Ms. de Ruyter aan.
Dit schip was
namelijk het grootste en leidende
schip van smaldeel I, dat hulp had
verleend bij de aardbeving
in Agadir. |
|
Samen met
Sietske de Boer, freelance
journalist, zijn Wim van Slooten,
Pier en Mieke de Jong, ik en
echtgenote Jannetje per taxi terug
naar ons hotel gegaan.
Wij hebben ons snel omgekleed in
vrijetijdskledij, Sietske had
gevraagd om samen naar de Kasbaruïne
te gaan en daar een
interview te
maken voor het radioprogramma “Dit
is de dag” van de Evangelische
Omroep.
Ik was verrast door de emoties, die
het
interview en
het bezoek aan De Kasbaruïne
bij
mij losmaakten. |
|
 |
Boven op de berg had je een prachtig uitzicht
over de haven en de huidige stad Agadir. Via een poort, waaruit bleek dat wij niet de
enigste Nederlanders waren geweest die Agadir
aandeden. Op de poort stond het opschrift “Vreest God ende eert den Koning 1746”.
Een kasba is
een imposante, hoog oprijzende
woonburcht.
Terug
bij ons hotel ontstond er onenigheid over de
vooraf afgesproken prijs met een taxichauffeur,
omdat hij zogenaamd tien minuten langer had
moeten wachten. Sietske, die de taal goed spreekt, liet dit niet
over haar kant gaan. Uiteindelijk werden zij het
eens over de prijs.
Later die avond waren wij uitgenodigd in het
vijf sterren hotel Atlantic Palace, waar ons een
diner aan geboden werd door
Prinses Lalla Malika.
Een hotel met veel pracht en praal. Wij hebben
onze ogen uitgekeken. Het was wel even zoeken om
een goed plaatsje te vinden in de eetzaal. Het
rook er lekker.
|
Hotel Atlantic Palace |
De menukaart zag er prachtig uit. |
Toen de
Prinses was gearriveerd kon het diner worden
uitgeserveerd. De Prinses was dit maal gekleed in een prachtig
lichtblauw gewaad met om haar taille een gouden
centuur.
Bij ons aan tafel had o.a. de Nederlandse
militair attaché en zijn echtgenote
plaatsgenomen.
Uiteraard werd er geen alcohol
geschonken. Water, cola of sinasdrank stond op
tafel.
Het voorgerecht was een schotel met
verschillende salades.
Toen werd er een aan het spit gebraden lam op
tafel gezet, gevolgd door een grote vis met kop
en al en een tajine
met
gevogelte.
Dit alles werd zonder saus, aardappelen of
groente gegeten. Het geheel werd afgesloten met een grote schaal
vers fruit, muntthee en zoete koekjes.
Voordat wij naar onze hotelkamer zijn gegaan
hebben wij in goed gezelschap nog een glas wijn
genomen en nog wat gezellig nagepraat.
Zaterdag 27 februari 2010: uitstapje naar
Taroudannt: Om een uur of negen in de ochtend vertrok ons
gezelschap naar de stad Taroudannt, zo’n 80
kilometer van Agadir vandaan.
Vanuit Agadir leidt een lange weg langs de Qued
Sous door de Sousvallei naar Taroudannt. De Qued Sous, een rivier, zorgt voor de
bevloeiing van de vallei die zich uitstrekt
tussen de hoge Atlas en de Anti-Atlas.
Vanuit de
bus konden wij de besneeuwde toppen zien van de
Hoge Atlas.
De streek wordt bebouwd met olijf-,
sinaasappel-, argania- en eucalyptusbomen enz.
Normaal viel er in de vallei zo’n 100 ml regen
per jaar, maar het afgelopen jaar was dat
aanzienlijk meer geweest
ca. 600 ml. En daarom
zag de omgeving er nu zo fris groen uit.
Halverwege de reis zijn wij gestopt om iets heel
aparts te bekijken. In deze streek vind je niet
alleen vogels, maar ook geiten in de bomen. Zij
klimmen langs de kronkelige stam van de
arganiaboom
omhoog om de vruchten van de bomen te plukken.
Tegen koffietijd kwamen we in Taroudannt aan.
Taroudannt is
omgegeven door gekanteelde muren van roodbruine
aarde met palmen er omheen. Eerst zijn wij langs de ommuring omhoog
geklommen om het uitzicht over de stad te
bewonderen, om vervolgens voor een koffiebreak
naar
hotel Palais Salam te gaan.
Dit bijzondere hotel was in vroegere tijden het
paleis waar de gouverneur woonde. Het heeft een
eigen poort in de stadsmuur.
Voordat wij aan de
koffie gingen hebben we het hotel en de mooi
aangelegde binnentuin bekeken.
Dat was zeker de
moeite waard, maar de bediening was niet
berekend op zo’n groot aantal gasten die
allemaal tegelijk koffie wilden drinken.
 |
Na de
koffie was er nog tijd om een
wandeling door de Soek te maken.
Maar eerst hebben wij een winkel
bezocht waar allerlei producten te
koop waren, die gemaakt waren van de
vruchten van de arganiaboom.
Zoals middelen tegen spataders,
verstopte neus, parfum en olie voor
salades enz.
Echtgenote Jannetje kocht een flesje
parfum en olie voor in de salade.
Naar mijn idee had deze parfum
dezelfde geur als die ik de avond er
voor in de eetzaal van Hotel Atlantic Palais had geroken. |
|
Al draaiende wordt de olie uit de
vruchten van de Arganiaboom geperst. |
Onder leiding van Laila, onze tolk,
hebben enkelen van ons inkopen
gedaan in de Soek.
Mijn Jannetje kreeg bijna woorden
met een nogal omvangrijke koopman,
omdat zij zijn uitgestalde handel
ongevraagd had gefotografeerd.
Voor de lunch werden wij in het Berberdorpje Tioute verwacht een paar kilometer buiten
Taroudannt.
De huizen van dit dorp zijn van leem
gemaakt en eigen handig door de bewoners
gebouwd. Ze staan dicht op elkaar en er zijn geen
trottoirs of verharde wegen. Weggetjes van zand
en keien, zeer onregelmatig. De gastheren stonden ons al op te wachten.
Wij werden ontvangen in een soort
binnenplein met lage tafels, banken
en poefs.
Toen kregen wij een groene soep
geserveerd met een stuk brood (leek
op een grote, dikke pannenkoek),
waar
een ieder een stuk vanaf kon nemen.
Daarna kwam kip in de tajine met
vruchten en wat groente.
Deze kip hebben wij met onze handen
opgegeten en smaakte verrukkelijk.
Wij vonden de kip hier lekkerder dan
eerder in het vijf sterrenhotel
Atlantic Palace.
Eigenlijk mag je alleen je
rechterhand gebruiken bij het eten.
De linkerhand mag niet worden
gebruikt, want die is onrein
aangezien die ter reiniging op
het toilet wordt gebruikt.
Overigens waren de toiletten hier schoon en
fris.
Ook hier kwam weer de schaal met vers fruit
op tafel en thee met zoete koekjes.
|
 |
Twee
heren, vrouwen waren nergens te bekennen,
verzorgden de
theeceremonie,
waarna het feest kon beginnen met
zang en dans.
Toen wij daar genoeg van hadden,
bood
de reisleidster aan om een wandeling
door het dorp te maken.
Buiten gekomen zag het zwart van de
ezels en de eigenaren nodigden ons
uit om vooral een ritje te maken op
zijn/haar ezel.
Dit natuurlijk tegen betaling.
De wandeling viel ons echter tegen
omdat het wegdek vol met keien en
gaten zat en wij alsmaar lastig
werden gevallen door bedelende
kinderen.
Terug in ons hotel moesten wij ons
snel omkleden, want dit keer bood de
burgermeester van Agadir ons
gezelschap een lopend buffet aan in
hotel Royal Mirage Agadir.
Niet met de bus maar er lopend naar
toe. De reisleidster had ons
namelijk verteld dat hotel Royal
Mirage Agadir maar
zo’n twee honderd
meter lopen van ons hotel verwijderd
zou zijn. Dat bleek een misrekening,
het was wel 3 kilometer lopen.
Niet dat wij dit erg vonden, maar het
begon halverwege te regenen en daar was niemand in ons gezelschap
op gekleed.
Het heeft wel wat, om met een
zo’n grote groep mensen op stap te
gaan.
Gelukkig was er een shuttlebusje
beschikbaar voor de mensen die slecht ter
been waren.
Later na
het eten vonden wij het
heel ontspannend om weer terug naar
ons hotel te wandelen.
Wij sliepen die nacht heel goed. |
Zondag 28 februari 2010: afsluiting
van onze Agadir reis: Na het ontbijt hebben wij
een bezoek gebracht aan de
Kasbaruïne.
Jannetje en ik zijn niet meer
helemaal naar boven gegaan.
Donderdagmiddag waren wij daar al
geweest.
Wij
genoten vanaf de parkeerplaats van
het uitzicht en hebben wat
souvenirs gekocht bij de aanwezige
kooplieden.
Ten slotte heeft Sietske de Boer de
Friese deelnemers aan deze reis op
de foto gezet.
Vervolgens maakten wij per bus een
rondrit door Agadir.
De begraafplaats hebben wij niet bezocht,
omdat men de doden met rust laat..
Terug in ons hotel moesten wij ons
weer snel omkleden voor de
herdenkingsdienst in de Rooms
Katholieke kerk, “St. Annakerk”, in Agadir. |
 |
Het was een sfeervolle oecumenische
herdenkingsdienst, die werd
voorgegaan door onze
Vlootaalmoezenier.
Hij had mij van
tevoren gevraagd of ik de Eerste
lezing wilde doen, Genesis 15,5
-12, 17 en 18 en dat is goed
gegaan. Onze krijgsmacht- Iman heeft ook
voor ons gebeden en dat was voor ons
westerlingen wel apart.
Na zijn
gebed heeft hij ons uitgelegd wat
hij had gebeden.
|
 |
Ter afsluiting werd er in de kerk
een officiële militaire herdenking
gehouden onder leiding van de
Nederlandse militaire attaché.
De Nederlandse vlag werd de kerk
binnengedragen en
de Jannen
van toen
brachten de militaire groet.
Door het bestuur van de Stichting Agadir 1960 –
2010,
Nederlandse ambassade en
Koninklijke Marine werden kransen
gelegd en tot slot hebben wij met
elkaar uit volle borst het
Wilhelmus
gezongen.
Buiten de kerk werden de mannen
gevraagd zich op te stellen
voor een
groepsfoto.
Na de lunch, die ons werd aangeboden
door de reisleidster,
hebben Jannetje en ik niet aan het
officiële programma
deelgenomen,
maar zijn het zwembad ingedoken en
daarna
opgefrist een wandeling over
de boulevard gemaakt.
De boog kan
niet altijd gespannen zijn.
Om vijf uur ’s middags moesten wij
in de hoteltuin klaar staan
voor een
groepsfoto van alle deelnemers aan
Agadir 1960 – 2010 dit als een
aandenken aan de afgelopen
dagen.
De reis naar Agadir was een succes
geworden en een ieder werd
bedankt
die daar aan had meegewerkt.
|
Er
werd nog een film getoond en de voorzitter
van de Lyonsclub van Agadir heeft nog
een dankwoordje gesproken
en
toen was het tijd voor een afsluitende
borrel.
Na een gezellig borreluurtje
en avondeten zijn wij naar bed gegaan, want
wij moesten om 03.45 uur in de lobby van
ons
hotel klaar staan voor de terugreis. Dit
in tegenstelling tot de andere groep, die
later in de morgen kon vertrekken. |
|
 |
|
Deelnemers Agadir 1960 - 2010 |
Maandag 1 maart 2010: terugreis
Om
03.00 uur in de ochtend werden wij per telefoon
gewekt door de receptie. Wij hadden ons nog maar
nauwelijks
gedoucht toen er al iemand voor de
deur stond om onze bagage op te halen. Gelukkig
hadden we de avond te voren
alles al in
gereedheid gebracht, zodat hij onze koffers
gelijk kon meenemen naar de lobby.
Het hotel was tegen een helling gebouwd en om in
de lobby te kunnen komen moest je allerlei
trappen nemen.
Er was geen lift aanwezig. Het
was fijn dat er iemand was die onze bagage naar
boven bracht.
Precies om 03.45 uur zijn wij vertrokken naar
het vliegveld bij Agadir. De reis verliep dit
keer zonder hindernissen.
Ook het overstappen in
Casablanca voor onze vlucht naar Amsterdam
verliep sneller dan wij gedacht hadden. Tijdens onze vlucht naar Amsterdam kregen wij
een ontbijt gereserveerd met Beghrir: een
pannenkoek van griesmeel
en tarwe, herkenbaar
aan de gaatjes op de oppervlakte, en Harsja:
pannenkoekjes met thee/koffie en frisdrank naar
keuze.
Op Schiphol stond de bus naar Friesland al op
ons te wachten, die ons weer netjes thuis heeft
gebracht.
Er
was nog één verrassing voor ons. Fam. de Jong had per abuis onze koffer
meegenomen. Na wat getelefoneer zijn de koffers
de andere middag omgewisseld.
Honds moe, maar heel voldaan kwamen wij na een
terugreis van 13 uren weer thuis. Wij hebben genoten van deze bijzondere reis en
het souvenir, een mini Tajine, dat wij in Agadir
gekregen hebben staat nu als aandenken op mijn
bureau te pronken.
Het was jammer dat er geen rust puntjes in het
programma waren ingebouwd, maar verder prima in
orde.
|
 |
|
Weer thuis |
Joop Romkema |
|