|
Strijd bij de “Krimbrug”
nabij Coevorden op 10 mei 1940
Nederland is in oorlog,
Duitse troepen vallen op diverse plaatsen ons land
binnen. Zo ook in en om Coevorden. Hier leest u het
verhaal van vier dappere Nederlandse soldaten die
ondanks hun beperkte middelen met veel moed de Duitsers
ernstig in hun opmars hebben vertraagd.
Martinus Vugteveen was er bij die dag. Hij is geboren
Nieuw - Amsterdammer, maakte deel uit van het groepje
van vier soldaten dat tot het laatste ogenblik de
stelling bij de Krimbrug verdedigde tegen de Duitse
storm. Tien dagen na de val van Coevorden prijkt zijn
foto, genomen op het moment van de overgave, in het
Duitse blad “Die Woche”: een ontredderd man, die de
verschrikkingen van de laatste uren nog niet van zijn
gezicht heeft kunnen wissen. En dat in zekere zin, ook
in zijn verdere leven nooit helemaal heeft kunnen doen.
Nog altijd jaagt het weerzien met de plek, waar hij
zolang geleden het Bronzen Kruis verdiende, emoties door
hem heen. Nog steeds is hij niet uitgepraat over de
gebeurtenissen van toen. En nog altijd wil, regelmatig,
s’ nachts de slaap niet komen. De erfenis van vier uur
frontervaring.
Het is 9 mei 1940. “We wisten dat het zou beginnen. De
dreiging hing bijna tastbaar in de lucht. Een
onwezenlijke stilte die als het ware bol stond van het
gevaar” vertelt Vugteveen. Als lid van een sectie van
twaalf infanteristen, onder aanvoering van sergeant
Klaas van der Baaren, bemant hij de post Krimbrug. Ze
behoren tot de 2e Compagnie van het eerste
Grensbataljon. Kapitein Berenschot, die zijn
hoofdkwartier in Coevorden heeft gevestigd, is hun
compagniescommandant. De opdracht van Van der Baaren is:
zodra de vijand nadert, onmiddellijk de brug opblazen.
Als het kan 24 uur stand houden. Van der Baaren heeft
zijn sectie verdeeld over twee stellingen. In het talud
van de weg naar Nieuwe Krim, vlak bij de brug, is een
mitrailleursnest uitgegraven. Van der Baaren zelf zal
het machinegeweer bedienen.
Hij wordt bijgestaan door de soldaten Vugteveen, Sipke
Beetstra en Barend Schuiling. Achter de mannen bevindt
zich een tweede, open stelling. De rest van de sectie
moet daarin, om rugdekkend vuur af te geven. Er zijn
1200 patronen beschikbaar.
Op 10 Mei komt de oorlog nog diezelfde nacht angstig
dichtbij: Hollandse soldaten op de vlucht, vertellen dat
de vijand de grens al over is en op Coevorden af
marcheert. Van der Baaren commandeert zijn manschappen
de gevechtsstellingen in en probeert contact te krijgen
met het hoofdkwartier in Coevorden. Tevergeefs: de lijn
is continu bezet en Van der Baaren krijgt zijn kapitein
niet te pakken. Hij besluit voor alle zekerheid eerst de
brug op te blazen. Dat elimineert het gevaar dat Duitse
sluippatrouilles, die wel eens vlak achter de
vluchtelingen aan kunnen komen, de brug onbeschadigd in
handen krijgen. Soldaat Blok brengt de explosieven tot
ontploffing en met een daverende knal vliegt de Krimbrug
de lucht in. Dat is meteen het einde van de brug;
momenteel ligt er een vaste dam. Blok vaart in een
rubberbootje terug naar zijn kameraden. Het is dan
halfvier in de morgen.
Nog geen uur later doet sergeant Van der Baaren een
verbijsterende ontdekking. Het lang verwachte contact
met het hoofdkwartier in Coevorden is eindelijk tot
stand gekomen en uit de veldtelefoon komt krakend de
mededeling dat kapitein Beerenschot er met zijn hele
staf en al zijn manschappen vandoor is. Toen had de
bezetting van de Krimbrug de eerste vijand al in het
vizier gehad. Er rest slechts één conclusie: de kapitein
heeft in zijn haast om weg te komen, gewoon vergeten,
ook de vooruitgeschoven posten te waarschuwen. (Later
bleek dat ook de bemanning van een bunker aan het
Coevorderkanaal niet van de terugtocht op de hoogte was.
Zij leverden een kort maar hevig vuurgevecht met de
Duitsers en gaven zich toen over).
Van der Baaren aarzelt lang met zijn beslissing. Hij
heeft per slot van rekening orders stand te houden, maar
nu de chef er zo onverwacht tussenuit is gegaan, zijn de
zaken er wel even anders komen te liggen. Hij besluit te
blijven.
Martinus Vugteveen heeft daar na al die jaren nog steeds
een grenzeloze bewondering voor. “Een monsterachtige
vent. Hij was bang, net als wij allemaal, maar dat
hebben wij nooit aan hem gemerkt”.
Het is niet alleen zijn koppige Friese bloed, of een wat
overdreven kadaverdiscipline, die de sergeant de
moeilijkste weg laat kiezen. Hij hoopt dat hij door
stand te houden, het Hollandse leger bij Elim lang
genoeg respijt geeft om zich ordelijk terug te trekken.
Bij de Krimbrug vloeit het eerste (Duitse) bloed. Over
de weg door de buurtschap ’t Klooster aan de overkant
van het kanaal nadert een Duitse verkenner te paard. Een
vreemde tegenstelling: de Duitse eenheden die op
Coevorden aanrukken, zijn uitgerust met pantserwagens,
maar ook met paarden, bereden door cavaleristen in “feldgrau”.
Dezelfde cavalerie overigens die een belangrijke rol
speelde in de verovering van Polen.
Van der Baaren aarzelt niet en de Duitser tuimelt
dodelijk getroffen van zijn paard. In de tuin van de
brugwachter Goseling heeft lange tijd ter gedachtenis
aan de jonge adellijke luitenant Von Köckritz een
ruwhouten kruis gestaan. Later werd het stoffelijke
overschot overgebracht naar Duitsland. De Duitsers zijn
verrast door de tegenstand. De ruiterij stijgt af en
onder dekking van de slootkanten langs de weg door ’t
Klooster rukken tirailleurs op uit alle macht schietend.
Vanaf de overkant van het kanaal antwoordt gericht
geweervuur, ondersteunend door de ratelende mitrailleur.
De Duitsers krijgen er ongenadig van langs. Steeds weer
vallen er gaten in de gelederen. Tenslotte liggen ze
onder de kanaaldijk. Verder komen ze vooralsnog niet.
“Tot aan het moment van het eerste vuurcontact hebben we
eigenlijk nooit goed beseft in wat voor situatie we
verzeild geraakt waren. Dat kwam pas toen de kogels
links en rechts van ons insloegen. Ik had het zweet op
mijn lichaam staan”. De kazemat van Van der Baaren is
lastig gecamoufleerd en de Duitsers missen de juiste
richting. De mannen in de open stelling zijn er
beroerder aan toe. Zij hebben geen enkele beschutting en
als de Duitsers ook nog de gevreesde mortieren inzetten
houden ze het voor gezien. Ze trekken terug in de
richting Nieuwlande. De verdediging van Coevorden is in
handen van vier soldaten.
De Duitsers zelf hielden de strijd bij de Krimbrug van
minuut tot minuut bij, getuige een verslag van Leo
Leixner in zijn boek “Von Lemberg bis Bordeaux”, waarin
de zegevierende opmars van de Duitse legers wordt
beschreven. Leixner had een voorkeur voor gezwollen
taalgebruik, terwijl hij het bovendien niet al te nauw
met de waarheid nam. Wel klinkt in zijn verslag oprechte
bewondering voor de moed der Hollanders door. Zo tekende
hij uit de mond van de paardenluitenant Graaf S. op: “De
Hollander schiet goed, mijne heren. Beter dan de Pool”.
En even verder: “De Nederlander heeft zich, waar hij
zich te weer stelde, moedig gedragen.
De toestand van de vier werd onhoudbaar. De weg terug is
definitief afgesneden, en de vijand is er in geslaagd,
het kanaal over te steken. Op een afstand van nog geen
25 meter wachten soldaten het laatste aanvalscommando
af. Als de munitie tot de laatste patroon verschoten is,
geeft Van der Baaren de post over. Net op tijd; een
Duitser staat op het punt een handgranaat naar binnen te
gooien. De strijd om Coevorden is gestreden. Er heeft
zich nog een onverkwikkelijk incident voorgedaan.
Vugteveen noemt het “de eerste oorlogsmisdaad van
Duitsers op bezet gebied”. Ze hadden namelijk de
bewoners van een huis verderop gedwongen tevoorschijn te
komen en hen als levend schild in de richting van de
zich hardnekkig verwerende landgenoten bij de brug
gedreven. Een meisje,
Regina Nijenhuis, liep daarbij een levensgevaarlijke
schotwond op. Van der Baaren heeft ook na de oorlog
lange tijd niet geweten of het schot van hem afkomstig
was of van een Duitser.
Een recente reconstructie – het meisje overleefde haar
verwonding – wees uit dat de kogel wel degelijk uit een
Duits geweer kwam.
De sergeant en zijn vrienden hebben het overleefd.
Achter elkaar, de handen boven het hoofd, zijn ze
zojuist de stelling uitgekropen. Overal liggen dode
Duitsers. Voorzichtige herinneringen spreken van “enkele
tientallen”, Van der Baaren heeft later verklaard dat
het er minstens tachtig geweest moeten zijn. De Duitsers
zelf hebben getracht het werkelijke aantal te
bagatelliseren.
Hoe dan ook: de vrachtrijder Bruins van ’t Klooster
heeft met zijn paard en wagen overuren moeten draaien om
alle gewonden en gesneuvelden weg te halen. De
overwinnaars complimenteren de verliezers. “Sie haben
gut gekämpft. Sie haben geschossen wie ein Teufel”, zo
staat ergens geschreven. Even later slaat de stemming
om. Een Duitse officier beschuldigt Van der Baaren van
misbruik van de witte vlag. De vier gaan onverwijld
achter slot en grendel en ze dreigen zonder veel omhaal
voor het vuurpeloton geleid te worden.
Dan voert de geschiedenis een nieuwe figuur ten tonele:
de toenmalige burgemeester van Coevorden, Gautier. Vanaf
een brug die een eind verder lag dan de Krimbrug heeft
hij precies kunnen volgen wat er in werkelijkheid aan de
hand was. Bij de kazemat bevond zich indertijd het huis
van een zekere Hoffmeier, Duitser van origine. Hij
weigerde op bevel van Van der Baaren zijn woning te
verlaten. Hij bleef op eigen risico, maar toen hij in de
verte zijn landslui zag naderen hing hij de witte vlag
uit. De Duitsers verkeerden daarop in de
veronderstelling dat de Hollanders zich hadden
overgegeven en kwamen uit hun dekking te voorschijn. Van
der Baaren wist echter van die witte vlag niets af en
opende het vuur.
Gautier slaagde erin de officier te overtuigen en Van
der Baaren en zijn soldaten gingen in
krijgsgevangenschap. Niet voor lang overigens. De
sergeant ging in het verzet en maakte een turbulente
tijd mee. Later zou hij de Bronzen Leeuw krijgen. Hij
woont nu in Canada. Martinus Vugteveen keerde toen de
oorlog bijna voorbij was terug naar Coevorden. Hij had
de Duitsers er zien komen – hij zag ze er nu volledig
verslagen, weer wegtrekken. De gebeurtenissen bij de
Krimbrug staan echter voorgoed in zijn herinnering
gegrift. “Ik heb de schrik in de benen gekregen en die
is er nooit meer uitgegaan”.
Bron: gemeentearchief /
krantenartikel Nieuwsblad van het Noorden - 11 november
1978 - Jan Wierenga
*)
Ontvangen reactie.
Geachte heer, mevrouw,
Ergens op uw site staat een artikel over Strijd bij de "Krimbrug"
nabij Coevorden op 10 mei 1940
Ik wil u er graag even op wijzen dat er een storende
fout in dit artikel van Jan Wierenga van 1978 is
geslopen, namelijk de Krimbrug is niet de brug waar de
Duitsers de slag hebben geleverd met de jongens zoals
Martien Vugteveen.
De Krimbrug is de brug over de stadsgracht vanuit
zuidelijke richting.
Del slag is geleverd bij de "brug van Goseling", deze
brug verbind buurtschap Klooster met Beneden
Steenwijksmoer. (Goseling was de brugwachter.)
In de volksmond werd de Krimbrug ook weer de "Brugge van
Nieuwold" genoemd, verwarring ten top dus.
Wat vaak gebeurt, is dat de geschiedschrijving op de den
duur veranderd door dergelijke vergissingen, zou u het
willen aanvullen onderaan het artikel?
m.vr.gr.
Be van der Weide
www.herdenking.nl ,
alles over Coevorden in WW II.
<< Terug
|