In
dankbare herinnering aan Henk Huisman BL
Het
Verzetsleven in de oorlogsjaren 1940-1945
van een bijzonder dapper mens Henk Huisman,
drager van de Bronzen Leeuw en het
Mobilisatie-Oorlogskruis.
Henk Huisman is op 24 januari te Rhoon op 90 jarige
leeftijd overleden.
Zijn plechtige begrafenis heeft op 30 januari 2008
plaatsgevonden op de
Algemene Zuiderbegraafplaats te Rotterdam
Als veteranenhelper (Wim
Elgers) van de vereniging Dragers Bronzen Leeuw en
Bronzen Kruis, waarin ook opgenomen de Dragers van het
Kruis van Verdienste en het Vliegerkruis, bracht ik op
28 januari 1997 een bezoek aan de heer Henk Huisman te
Rotterdam. Henk is een boeiend verteller als het gaat
over de oorlog 1940-1945 en het daar gedane verzetswerk.
Het verdriet hem zeer, dat er thans mensen zijn die in
het verzet hebben gezeten, verhalen rond strooien die
geweld doen aan de werkelijkheid. Hij vind dat de
geschiedschrijving correct moet blijven en op waarheid
dient te berusten. Wat gedaan moest worden werd in
groepsverband gedaan, alleen kan je nooit de hele
koopvaardij vloot opblazen en die indruk wordt door een
enkeling nog wel eens gewekt. Blijf eenvoudig en vertel
de waarheid is zijn devies.
Tijdens het gesprek werd mijn aandacht getrokken door
een artikel over Henk Huisman en de sabotageploeg, van
de L.K.P. Rotterdam Zuid, dat geplaatst was in het
Nieuws van de RDM 19e
jaargang, no. 6, van juni 1981 en dat
met bronvermelding overgenomen mag worden. Leden van
onze vereniging en belangstellenden wil ik dit artikel
niet onthouden, het doet alle eer aan de verzetsmensen
van die tijd in het havengebied van Rotterdam.
“
Breng de “Westerdam” tot zinken!
Henk Huisman,
geboren op 4 juni 1917, kwam op 21 december 1938 in
dienst bij de RDM als elektrisch lasser. Hij heeft in
die functie nog veel gewerkt aan het
artillerie-instructieschip Van Kinsbergen. 18 mei 1940
maakte een eind aan dit dienstverband als gevolg van de
grote verwarring en ravage op en om de RDM in en na de
eerste oorlogsdagen. Op 8 augustus 1940, het werk werd
geleidelijk aan hervat, keerde ook Henk Huisman terug.
Evenwel voor zeer korte duur, namelijk slechts twee
dagen.
Reden: het ombouwen van lichters tot landingsvaartuigen
voor de Duitsers stond hem niet aan. Hij heeft nog korte
tijd een vrachtwagen gehad, doch voor deze gevorderd
werd door de Duitsers had hij de wagen alweer verkocht.
Op 22 februari 1941 ging hij naar WF, waar hij tot eind
oktober 1944 in dienst bleef en daarna eveneens op eigen
verzoek weg ging.
De heer Huisman woonde destijds op Rhoon. Al vrij snel
kwam hij bij de L.O. terecht. De Landelijke Organisatie
voor hulp aan onderduikers. Vanuit die contacten kwam
hij terecht in het verzetswerk van de LKP (Landelijke
Knokploegen) op Rotterdam Zuid. In het bijzonder de
sabotageploeg van de LKP Zuid.
Dit goed georganiseerde verzet ontving opdrachten van
het geallieerde opperbevel. Het was het werk, waarin
Henk Huisman zich thuis voelde. Niet vanwege het stoere,
roekeloze of overmoedige, maar echt vanuit het diepst
van zijn ziel en karakter. Het sterke
rechtvaardigheidsgevoel kenmerkt ook nu nog deze
bescheiden man. Tegen deze achtergrond werden goed
voorbereide acties ondernomen tegen de bezetter. Met
moed, trouw en vooral beleid.
De voorbereider en planner van de Sabotageploeg Zuid,
Henk Huisman, kreeg kennis aan de familie Ketting in de
Mijdrechtstraat. De heer A.B. Ketting was dokknecht bij
de RDM. De familie Ketting werd een nieuw huis en haven
voor de verzetswerkers. Vanuit de woning aan de
Mijdrechtstraat zijn talrijke operaties ondernomen
Veelal vanuit de Heysche haven. Thans is de heer Huisman
nog actief lid van de vereniging Voormalig Verzet
Zuid-Holland. Hij is tevens drager van de Bronzen Leeuw
en het Mobilisatie-oorlogskruis.
Voor één van die stoutmoedige daden luidde de opdracht:
“Breng de blokkadeschepen, waaronder de “Westerdam”, aan
de pieren tot zinken, houdt de Waterweg open”.
Wij laten hem onderstaand graag zelf aan het woord over
de geslaagde operatie de “Westerdam” tot zinken te
brengen. Dit schip was voorbestemd om de Nieuwe waterweg
hermetisch af te kunnen sluiten nabij poortershaven, in
de buurt van Maassluis. Daar lagen al reeds diverse
gezonken schepen, zodat slechts een smalle doorgang in
het midden openbleef. Indien nodig zouden de Duitsers de
“Westerdam” gebruiken als deur om deze opening voor
scheepvaartverkeer te dichten. Als gevolg van de actie
van de sabotageploeg LKP Zuid werd deze mogelijkheid de
Duitsers ontnomen.
Meerdere pogingen om door te dringen in de zwaar
beschermde Merwedehaven waren al gedaan. Zo ook in de
nacht van 22 op 23 december 1944. Het ruwe weer dat in
die nacht aanwakkerde, veroorzaakte grote golfslag die
de twee kano’s met vier man overspoelde. Een ieder had
een moeilijke weg om zwemmend naar de wal en toch weer
bij de familie Ketting te komen.
In de nacht van 16 op 17 januari 1945 was weer een actie
gepland vanuit de Heysche Haven. Als hoofddoel luidde de
opdracht: breng de “Westerdam” tot zinken. Dit schip lag
afgemeerd in de Merwedehaven, recht tegenover de RDM.
Deze nacht was het goed donker, maar wel koud. Er werd
gevaren met één kano. Als er op de rivier niet teveel
water door golfslag zou binnenkomen, zou ook een poging
gedaan worden om de “Borneo” te laten zinken. Dit schip
lag verderop in de Merwedehaven.
Aanwezig waren zes man: Jan van der Waal, Gerard van der
Meulen, Piet Roubos, Cor van Seters, wijlen Klaas
Boender en ik. Piet bleef binnen, hij was zwaar
verkouden. De vijf anderen brachten de kano, kleefmijnen
en stens naar de waterkant. Hiervoor moest eerst een
prikkeldraadversperring van de werf doorgeknipt worden.
Dan werd de zaak op het terrein verkend. Zodra alles
gunstig leek werd al het materiaal door de versperring
heen gehaald en de kano te water gelaten. De plaats lag
ongeveer ter hoogte van Courzand. Drie man zorgde ervoor
dat alles gereed was voor de afvaart. De twee anderen
gingen in de tweepersoonskano in de duisternis op weg
naar de Merwedehaven.
Lichtbaken
Een gevaarlijk punt was het passeren van de Duitse
Wasserschutzpolizei. Deze was gelegerd op het
quarantaineterrein. Van daaruit hield men dag en nacht
de haven onder controle. Om nu hun eigen standplaats en
haven in de nacht terug te kunnen vinden, hadden ze een
draaiend lichtbaken op hun aanlegsteiger gebouwd. Een
klein soort vuurtoren. Aan de bovenzijde was het licht
afgeschermd. Vanuit de lucht was het daarom niet te
zien.
Het licht scheen alleen op het water. Al draaiend
belichtte het even de rivier en de haven. We wisten met
een beetje geluk ongemerkt te passeren. Op de rivier
stond een ruwe golfslag en het was bar koud. Ondanks dit
ongemak kwamen we in de Merwehaven Langszij de “Westerdam”.
Onder het oog van de bewaking wisten we kleefmijnen te
plaatsen. Deze tijdbommen, ze heten eigenlijk Limpets,
lieten we aan een touwtje onder water zakken en brachten
ze dan voorzichtig naar de scheepshuid toe. Een doffe,
sterk gedempte klap betekende, dat ze aan de romp
vastzaten.
Terug
Het
belangrijkste was gebeurd. Van onze poging om ook de
“Borneo” te laten zinken werd afgezien. Het was nu zaak
om ongemerkt weer uit de Merwedehaven te komen. De
Merwedehaven was nog afgeschermd met stalen drijvers
waaraan netten hingen. Er was alleen een kleine opening
voor kleine scheepjes, waarvan ook wij gebruik moesten
maken om terug te peddelen. Een riskante zaak, maar
onopgemerkt gelukte het ons op de rivier te komen. Op de
terugweg kregen we opnieuw last van de golfslag.
Desondanks keerden we behouden in de Heysche Haven
terug.
Na alles, kano, wapens en restant limpets door de
versperring heen bij de familie Ketting te hebben
afgeleverd was er vreugde en blijdschap over de
geslaagde actie en over hetgeen er nog zou gebeuren: het
zinken van de “Westerdam”. Ketting vertelde ons toen,
dat er die dag weer twee lichters met materiaal uit de
fabriek van de RDM waren geladen. Eén was er al
weggesleept op weg naar Duitsland. Hij vertelde, dat ook
de bok “Titan” van WF bij de RDM lag om zware werktuigen
in te laden voor Duitsland.
Al eerder was ons verzocht dit zo veel mogelijk tegen te
houden. Immers door de ontmanteling verdween al ons
materiaal naar de Heimat. Nog diezelfde nacht werd een
plan gemaakt en gingen drie man, elk met een limpet en
een pistool op pad.
Wachtpost
We moesten om de werf zelf te bereiken door twee
versperringen heen. Dat lukte ongemerkt en op kousen
slopen we door de half leeggeroofd
scheepsbouwwerkplaats. Zo kwamen we langs de
Geneeskundige Dienst bij de dokhaven. Even voorbij de
steiger waar de bok lag stond een wachtpost. Tijdelijk
trokken we ons terug in de bankwerkerij.
Toen de wacht later verder ging, ben ik via de steiger
op een lichter geklommen en heb daar eerst een limpet
geplaatst. Daarop ben ik terug gegaan naar de
bankwerkerij, waar één van mijn vrienden op een
afgesproken plaats zat. Ik heb toen de kleefmijn van hem
overgenomen en ben later teruggegaan via de steiger,
over de lichter naar de daar afgemeerde bok “Titan”.
Aanvankelijk was in het plan opgenomen om de bok op te
blazen en dan te laten kapseizen, zodat hij geheel als
verloren kon worden beschouwd. Daar zijn we echter van
afgestapt. Men hoopte dat de geallieerden eerder een
poging zouden doen om Noord Nederland te bevrijden en
dan moest men toch ook over een bok en wat
bergingsmateriaal kunnen beschikken. Daarom werd
afgezien van de manier van algeheel verlies! Dit hield
in, dat een dergelijke bok met zijn hoge constructie
rechtstandig tot zinken moest worden gebracht. Om dit te
doen slagen moet je wel goed weten waar je de tijdbommen
plaatst; onder water op een paar goed bepaalde punten.
Kapseizen
Om plusminus 2.15 uur middernacht werd de eerste
lading onder water aan de achterzijde geplaatst. Toen ik
terug wilde gaan stond er een wachtpost bij de steiger.
Na korte tijd begaf deze zich richting Geneeskundige
Dienst. Even later heb ik via de steiger de andere
limpet van mijn vriend opgehaald en opnieuw via de
lichter een tweede limpet onder water aan de ponton van
de bok geplaatst. Tussen de eerste en de tweede zat een
speling van ongeveer tien minuten.
Aangezien ze op dezelfde tijd waren afgesteld zouden ze
dus ook circa tien minuten na elkaar exploderen. Langer
mocht niet, want anders kon de bok nog kapseizen. De
tijdslimiet van de limpet aan de lichter was korter
gesteld, namelijk plusminus viereneenhalf uur. De
limpets aan de bok stonden afgesteld op een tijdslimiet
van ongeveer negen uur. We keerden behouden bij de
familie Ketting in de Mijdrechtstraat terug. We konden
met blijdschap uitzien naar het resultaat van beide
acties.
Brief
Op 17 januari 1945 werd de bok versleept naar de
ketelmakerij. Toen hij daar klaar lag voor het verladen
van de fabrieksinventaris explodeerde de lading van de
lichter. Deze zonk onmiddellijk in de dokhaven. De
schipper en zijn bemanning van de bok werden per brief
in kennis gesteld welk onheil de bok stond te wachten en
dat ze vanwege hun eigen veiligheid na kwart over elf
aan de wal of bovendeks moesten verblijven. Ze namen het
ter harte. Maar na het zinken van de lichter klonken om
circa kwart voor elf tot vijf voor elf bij de
“Westerdam” drie explosies.
De kleefmijnen werkten prima en scheurden de scheepshuid
open tot grote ontsteltenis van het hele Duitse
havencommando. Het schip zonk met zijn 4000 ton zand als
ballast snel naar de bodem van de haven. De “deur” van
de Nieuwe Waterweg zat muurvast en onbruikbaar aan de
grond.
Al dit gebeuren was voor het personeel van de Titan een
teken aan de wand. En terwijl de tijd draaide en men om
twaalf uur op weg was gegaan met zijn pan om de
zogenaamde gaarkeukensoep of brandnetelsoep te halen,
sloegen de kleefmijnen kort na elkaar af en sloegen twee
gaten in de drijvende bok. Eerst helde deze sterk over,
doch zonk daarna rechtstandig op de bodem van de rivier.
De bovenbouw met de grote stalen arm stak boven water
uit. Ook die nacht en nog vele daarna hebben de Duitsers
wel ervaren, waar je met moed, beleid en trouw als
verzetsvrienden toe in staat bent”.
Rapport
havensabotage in de Rotterdamse haven 1944 - 1945.
Een aantal
zeeschepen waren bestemd als zgn. “block-ships”, om de
maasmonding te versperren.
In de havens van Rotterdam werd door de K.P. ± 62000 ton
aan scheepsruimte tot zinken gebracht. T.w. 4
zeeschepen, 21 groote binnenvaartuigen, en 1 drijvende
bok. Westerdam 12000 ton, Borneo 10000 ton Schönveld
10000 ton en de Hansa 10000 ton.
Na het tot zinken brengen van de Schönveld, Hansa en de
Borneo werd het volgende felicitatie bericht van de
Britse Admiraliteit ontvangen: From A. Admiralty, to
resistance Rotterdam. Please convey to all cocern our
appreciation for the exellent work of sinking three,
repeat three blockade-ships in your ports and thereby
denying their use for the enemy..
Van Prins Bernhard werd na het zinken van het M.s.
WESTENDAM en de BOK - TITAN- eveneens een felicitatie
bericht ontvangen: “My sincerest congrulations with your
fine bit of work. We are proud of you. Prince Bernhard.”
De heer Huisman werd op 14 juni 1950 de Bronzen Leeuw
toegekend door Hr. Ms. Koningin Juliana wegens:
“Heeft zich door het bedrijven van bijzonder moedige en
beleidvolle daden in de strijd tegenover de vijand
onderscheiden door tijdens de bezetting van Nederland,
behorende tot de sabotageploeg K.P. Rotterdam-Zuid, als
één van de naaste medewerkers van de leider van deze
ploeg, onder uiterst moeilijke omstandigheden en met
gevaar voor eigen leven de door de Britse Admiraliteit
gegeven opdrachten om schepen, welke van groot belang
voor de vijand waren, met magnetische tijdbommen in
havens van Rotterdam tot zinken te helpen brengen.
In het bijzonder:
1. door begin
October 1944, nadat hij reeds aan eerdere pogingen
daartoe had deelgenomen, de twee 10.000 tons
koopvaardijschepen “Schönveld” en “Hansa” op
bijzonder beleidvolle wijze tot zinken te helpen
brengen, daarbij steeds zeer goede aanwijzingen door
zijn plaatselijke bekendheid aan zijn leider en twee
andere medehelpers te geven, waarbij hij gebruik
maakte van een sloep van de Kriegsmarine.
2. door begin
December 1944 deel te nemen aan een poging on de
“Borneo” tot zinken te brengen, bij welke poging
twee Duitse officieren alarm maakten en hij bij
dezen moest komen, waarbij hij nog juist tijd had
zijn tijdbommen tussen platenrekken te plaatsen.
3. door eveneens
begin December 1944 drie lichters, geladen met
ijzer, staal en afsluiters, welke naar Duitsland
zouden worden gesleept, na daaraan op listige wijze
zijn tijdbommen te hebben aangebracht, tot zinken te
brengen.
4. door op 17
januari 1945, na eerst aan enkele vergeefse pogingen
daartoe te hebben deelgenomen, de “Westerdam”, welk
schip in de Merwedehaven lag en gedeeltelijk was
volgestort met beton teneinde door de vijand als
blokkade-schip in de Nieuwe-Waterweg te worden
gebruikt, op gedurfde wijze tot zinken te helpen
brengen en daarbij de springladingenpersoonlijk aan
te brengen.
5. tenslotte door
daarna deel te nemen aan het laten zinken van de
grote bok “Titan”, gelegen in de haven nabij
Schiedam.
Door dit bijzonder
moedige optreden de belangen van de geallieerden
Oorlogsvoering en daarmee tevens de Nederlandse belangen
te dienen.
Zo rechtschapen als Henk is, zegt hij “De zin in ten 4e
“en daarbij de springladingen persoonlijk aan te
brengen”, is niet op mij van toepassing, maar behoort
wel geschreven te staan in ten 5e achter Schiedam.
Na de uitreiking van de Bronzen Leeuw, heb ik daar over
gesproken met Defensie, maar deze zeiden mij dat in het
KB niets meer veranderd mocht worden. Vandaar dat ik het
geschrapt heb in het KB dat aan mij werd uitgereikt.
De leden van de sabotageploeg, die één of meerdere malen
bij de eerder vernoemde acties betrokken zijn geweest.
Huisman (“Henk”), H.J. Roubos (“Bolle Piet”), L.C. van
Seters (“Cor”), W.Swankhuizen (“Wim”), J.G. van der
Meulen (“Gerard”), J. v.d. Waal (“Kleine Jan”), F. de
Wit (“Frans”) en K. Boender (“Klaas”).
Hulde en respect voor deze verzetsmensen.
Wim F.J. Elgers.
Secretaris/penningmeester