|
De doodlopende
weg van goed fout
Een militair komt ruim een jaar geleden terug van een zware –individuele –
uitzending naar een Afrikaans land. Hij heeft daar een flinke portie ellende
gezien. Koud terug op de kazerne krijgt hij te horen dat zijn functie is
opgeheven. Een nieuwe functie is er niet.
Echt gebeurd? Echt gebeurd. De militair heeft gebruik gemaakt van een
uitstroommaatregel en zit nu thuis. Met gezondheidsklachten die onmiskenbaar
wijzen op een posttraumatisch stress syndroom. Vreemd? Nee. Schuld van
Defensie? Ja.
Wat doet Defensie er aan? Niet veel.
Er is geen dossier bij Defensie dat zo bol staat van missers als het
veteranendossier. Ondanks alle mooie woorden en alle goede daden van de
afgelopen 15 jaar.
We moeten veel respect hebben voor alle veteranen, maar in het bijzonder
voor die van na de Tweede Wereldoorlog. Waarom? Omdat de meeste militairen
in die periode te maken kregen met conflicten die niet zo makkelijk te
vangen zijn in schema van ‘goed of fout’. Dat geldt voor de veteraan die in
Nederlands Indië vocht, maar dat geldt ook voor de Srebrenica-veteraan. De
man die in Indië vriendelijk naar je zwaaide vanachter zijn ossenploeg kon
de volgende dag degene zijn die aan het touw van de trekbom trok. De
Bosnische vluchteling in Srebrenica die je moest ‘beschermen’, kon ook de
man zijn die een handgranaat op je pantservoertuig gooide op het moment dat
je je terug moest trekken naar de basis in Potocari.
Is dat lastig werken voor een militair? Ja, dat is het. Dat staat vast.
Onlangs berichtte de Engelse krant Sunday Times dat Britse militairen in
Basra het nu zwaarder hebben dan de militairen die in de Tweede Wereldoorlog
vochten. Omdat je als militair in Irak bijna altijd de verkeerde keuzes
maakt. Je kunt nog altijd op het verkeerde moment tegen een ‘geďmproviseerd’
explosief aanlopen. Je kunt ook nog altijd slachtoffer worden van een sniper.
En je kunt ook op het verkeerde moment op de verkeerde persoon schieten. In
dat laatste geval mag je jezelf thuis voor de rechter verantwoorden. Zie het
Nederlandse voorbeeld van Erik O.
Dat is in de kern de bijna onmogelijke opdracht van onze jongens in den
vreemde. Wat doet dit met je gevoel van eigenwaarde? Wat doet dit met je
zelfvertrouwen? Wat doet dit met het beeld van jezelf en de wereld? Je hebt
geen keus meer tussen ‘goed’ of ‘fout’. Je hebt alleen nog maar de
doodlopende weg van ‘goed fout’.
Maar ook in de Tweede Wereldoorlog was niet alles ‘goed’ of ‘fout’. Zelfs
het optreden van Nederlandse militairen in de meidagen van 1940 is ter
discussie gesteld. En dat gebeurt nu ook met de systematische bombardementen
van de geallieerden op Duitse steden (dat de Duitse bombardementen op steden
in Polen, Nederland en Groot-Brittannië ‘fout’ waren, hoefde nooit ter
discussie te staan).
Toch heeft zo’n ‘goed of fout’ denken over de Tweede Wereldoorlog
waarschijnlijk geholpen bij het verwerken van de ellende. Je zou het de
militairen die tegenwoordig uitgezonden worden bijna gaan gunnen dat alles
wat ze doen bij voorbaat – ook achteraf – de komende jaren als ‘goed’ te
bestempelen valt. Dat zal altijd wel een utopie blijven. Maar misschien
kunnen we alvast beginnen met het toevoegen van een nieuw criterium aan het
toetsingskader: Nederlandse militairen mogen alleen worden uitgezonden als
het parlement unaniem vóór zo’n missie is. Dat scheelt een hoop gez…
achteraf.
Henri Lansink, december 2005
|