|
Ervaringen van Frans
Machielsen, Bron: Koerier
Jagers -2e Cie -2e pel. die op Ternate verbleef van
1-1-1948 tot 1-4-1949
AFSCHEID VAN TERNATE
Op Ternate heb ik een gebruik Ieren kennen, dat
waarschijnlijk ook wel in zwang was op andere
buitenposten: bij vertrek van het eiland (bijvoorbeeld
door overplaatsing) kwam niet de
"verhuiswagen" voor maar werd een openbare
verkoop van de inboedel gehouden. Alles werd vóór het
huis uitgestald en bij opbod verkocht Dat was een
praktische oplossing van het transportprobleem, want er
kon zo maar niet snel een boot georganiseerd worden om
alles naar een ander oord te verplaatsen Veroerskosten
waren er dus niet.
Maar er kwam nog iets zeer aardigs bij: de hoogte van de
opbrengst van de veiling gaf aan in hoeverre de
vertrekkende geliefd was of in aanzien stond. Dan werd
soms, uiterkentelijkheid, dankbaarheid of welwillendheid,
een veelvoud van de oorspronkelijke kostprijs geboden om
een stuk inboedel te mogen overnemen.
Ik heb vaak een schip van Ternate zien vertrekken. Op de
kade veel mensen en bij het vaak weemoedig klinken van
begeleidende afscheidsmuziek werden vele tranen vergoten.
Ik vond het altijd ook een mooi, en zelfs imposant gezicht
als een KPM' er, eerst wat aarzelend, maar dan steeds
sneller van het eiland wegvoer.
Ik moet er wel bij vertellen, dat de eenvoudige inheemse
burgers met minder comfortabele scheepjes reisden; en die
namen wél Ietterlijk hun hele hebben en houden mee, dus
b.v. ook kippen, honden en geiten. En dat allemaal op het
dek.
Na vijftien maanden was dan mijn beurt gekomen. De Sultan
had zijn compagnie en de politieke ontwikkelingen waren
toen van dien aard, dat eventuele banden tussen KNIL/KL en inheemse gezagsdragers moesten worden verbroken. De
KNIL-mensen waren bovendien dik aan verlof toe.
Het lijkt mij begrijpelijk,
dat ik na zo'n langdurig verblijf wat meer dan normale
belanstelling heb gehouden voor Ternate en aandacht voor
berichten daarover. Als ik boeken, fotoreportages,
toeristische brochures in handen krijg zal ik altijd even
kijken wat er gezegd of getoond wordt van Ternate. Uit
enkele daarvan wil ik wat optekenen.
Over o.m. zijn bezoek aan
Ternate schreef A.R. Wallace, een Engels bioloog die van
1854 tot 1862 een reis door Maleisië maakte en daarvan
een uitvoerig reisverslag maakte. ( dit boek droeg hij op aan zijn tijdgenoot Charies Darwin). Hij
arriveerde op Ternate op 8 januari 1858, dus maar negentig
jaar vóór ons.
Hij vond het uitzicht in alle Windstreken schitterend. Net
als ik (en de meeste van ons) beleefde hij daar de
eerste echte aardbeving van zijn leven. Hij vertelt er bij
dat een aantal malen aardbevingen de stad hadden vernietigd.
In zijn tijd was er een zekere heer Duivenboden, van oude
Nederlandse familie die in Engeland zijn opleiding had
genoten en kennelijk sindsdien goed geboerd had, want hij
bezat de halve stad, vele schepen en honderden slaven. Hij werd
daarom de koning van Ternate genoemd. Van deze koning
kreeg Wallace een huis aangeboden, dat hij drie jaar heeft aangehouden, omdat het hem goed beviel en hij van
daaruit zijn reizen in de Molukken kon onder- nemen. In
zijn boek heeft hij zelfs een plattegrond getekend met
maatvoering; afgaande op mijn ervaringen geloof ik niet dat er in de bouw van de
huizen sinds Wallace veel veranderd is.
Als hij terugkeerde na een
bezoek van drie of vier maanden aan een onbeschaafd
gebied, genoot hij van voor hem ongewone luxes als melk en
vers brood, de regelmatige aanvoer van verse vis en
eieren, vlees en groenten.
Volgens hem komen doerians en mango's, twee van de
heerlijkste tropische vruchten, op Ternate overvloediger
voor dan waar ook.
Hij beschrijft de kleding van de sultan, die letterlijk
was behangen met goud, het resultaat van de
specerijenhandel waarvan de sultans (van Ternate en
Tidore) het monopolie hadden. Deze reizende bioloog was de
Nederlanders welgezind.
Naar zijn mening hadden de Nederlanders de inlandse
vorsten van hun Portugese onderdrukkers verlost; ook
elders in zijn boek laat hij zich lovend uit over de
Nederlanders in tegenstelling tot het koloniaal gedrag
van zijn Engelse landgenoten elders.
Hij maakte zelfs tijdens
zijn verblijf op Ternate nog mee, dat de slavernij werd
afgeschaft.
In de "Waaier van het fortuin" beschrijft Joop
de Jong de geschiedenis van de Nederlanders in de
Indonesische archipel van 1595 tot 1950. En waar gingen de
Nederlanders, evenals vóór hen Portugezen, op af? Juist:
na de peper van Bantam, op de kruiqnagelen van Ternate! !
En op de andere specerijen van de Molukken.
Comelis de Matelief was admiraal van de vloot in Indonesië
van 1605 tot 1608. In die hoedanigheid ondernam hij
acties in de Molukken, bestreed de Portugezen en de
Spanjaarden en
bouwde daarom op Ternate een eigen fort: Fort Oranje'.' .
In het museum van het Tropeninstituut in Amsterdam hangen
twee kleine tekeningen, die havengezichten weergeven; het
ene is Batavia, het andere: Ternate.
Dit fort en dit eiland
verliet ik op of omstreeks 1 april 1949, per schip
richting Makassar, via
Menado in de Minahassa, ooit genoemd de twaalfde provincie
van Nederland. Maar de waaier van het fortuin is
dichtgeslagen niet in de eerste plaats voor Nederland, dat
-zoals wij mogen
meemaken -ook zonder Indonesië welvarend is geworden maar
vooral voor Indonesië zelf.
|