|
  |
 |
Geurt van de
Scheur denkt dagelijks aan zijn gesneuvelde makkers.
Zijn vrouw Jannie zegt: “Hij slaapt slecht. Dan doe ik het
licht aan en dan gaat het weer.”
Geurt: “Ja, ik heb een goed geheugen …” |
Het ging soms
te ver …
Trivizier januari / februari 2007
tekst: Henri Lansink VBM/ NOV
Tijdens de nationale Indië-herdenking in Roermond op 7
september 2006 staat Geurt van de Scheur (81) bij het symbool van
3-8 Regiment-Infanterie. “Dat was de beste eenheid in Indië”, grapt
hij.
Hij vertelt snel wat verhalen. Over gesneuvelde makkers: “We
verloren er bij een actie 5 in 2 dagen. Het viel niet mee.”
Over zijn bezoeken aan Indonesië en zijn samenwerking met studenten
daar. En over zijn werk na zijn pensioen als taxichauffeur. “Je moet
bezig blijven, vind ik.”
Dan
begint de plechtigheid. We zwijgen en zien een F-16 in
‘missing man’ formatie in de wolken verdwijnen. Wanneer de
kranslegging begint verdwijnt Geurt snel, samen met Jannie,
zijn vrouw. Er is nog net tijd om een telefoonnummer af te
geven.
Begin oktober is er tijd voor een rustig gesprek. Dat op een
dramatische wijze afgesloten moet worden, omdat Jannie
bewusteloos raakt door een TIA of door een epileptische
aanval. Ze valt achterover terwijl ze een lunch aan het
voorbereiden is. De ambulance komt haar ophalen en Geurt
gaat mee naar het ziekenhuis.
’s Avonds meldt Geurt aan de
telefoon, dat het gelukkig wel meevalt.
Maar voor die schokkende gebeurtenis blijkt Geurt de
gedreven spreker die hij ook in Roermond was. Er komt veel
materiaal op tafel. Bijvoorbeeld de tevredenheidsbetuiging
die hij op 5 augustus 1949 heeft gekregen van de commandant
van de 3e Infanterie Brigade Groep, kolonel H.M.G.J. Lentz.
Maar hij laat ook foto’s van de erebegraafplaatsen zien, van
witte kruizen met een naam er op. Namen die Geurt van de
Scheur door het hart snijden. Ook toen al, in 1947.
|
 |
Zie het gedicht dat hij schreef
toen Piet Kaman sneuvelde door een antipersoneelsmijn. Want
het waren zijn makkers die daar gingen.
“In de tijd dat ik in Indië was sneuvelden er 26 in het 3e
bataljon.
Maar ook het sneuvelen van militairen uit andere eenheden
kon je behoorlijk raken. Bijvoorbeeld dat van mijn
jeugdvriend J.H. Eikhoudt uit Wageningen van 1-8 RI. Hij
sneuvelde op 2 december 1946 door een trekbom. Hij was 20
jaar … En waarvoor?
Kijk, wij hadden daar in de buurt van Bandung de weg. Maar
de dessa en de bergen waren van hen.
|
|

Geurt (rechts) met
Jan Pauwe |
Ik begrijp overigens goed dat
ze voor hun vrijheid vochten. Ik vind trouwens dat een
Verenigde Staten van Indonesië beter was geweest voor het
land. Ik vind niet dat we er voor niets zijn geweest. We
hadden ook te maken met rampokkers, bandieten. Hoe moeilijk
het was? Het viel in het Sundanese en overwegend
christelijke Bandung nog mee, want in gebieden waar de Dar
Ul Islam vocht was het moeilijker voor ons. Maar wat me bij
is gebleven is op de eerste plaats vechten. Het was
primitief. Het was zwaar. Maar uiteraard was er grote
kameraadschap, ongeacht je afkomst of denominatie. Daarom
zoeken we elkaar ook nog altijd zo graag op!” Van de Scheur
wordt al voor het transport naar Indië voorgedragen voor een
korporaalsfunctie. Hij heeft
– naar de verhoudingen in die tijd vlak na de 2e
Wereldoorlog
– veel ‘bagage’ mee: een voltooide Lager Technische School
(LTS) en avondcursussen motortechniek op middelbaar niveau.
Maar hij komt niet door de psychologische test. “Ik vermoed
omdat ik aangaf dat we niet naar Indië moesten gaan. Eenmaal
in Indië werd ik toch vrij snel korporaal. Ik had het
commando over een sectie van ongeveer 10 man.
De sectie was bewapend met 8 geweren en 3 machinegeweren (Bren).In
Indië kreeg ik aanvullende opleidingen, onder meer
veldtraining van KNIL-militairen in Tjimahi,
gevechtstraining van veteranen van de Prinses Irene Brigade
en een antiguerrilla-opleiding van 1-3 RI. Dat was een
ruigere club dan het 8e regiment. Het meeste werk was
patrouille lopen.
In verschillende constellaties, ook met
jongens van het Veiligheidsbataljon.
Dat lopen was gevaarlijk ja. Als ik de opdracht bekend
maakte waren er jongens die moesten overgeven van angst …
Wat ik het moeilijkste vond? In onoverzichtelijke
omstandigheden een beslissing nemen. Vooral bij
overmachtsituaties. Bijvoorbeeld op 23 augustus 1948, toen
deden we een actie bij Tjiwidej. We moesten een grote
theeplantage met de hele onderneming erbij gaan beschermen. |
|
We kwamen er niet door. Wij waren met 1 peloton
ondersteuning voor de 5e compagnie. Maar er sneuvelden wel 4
man. De avond voor de aanval was een groep beschoten bij een
foerage. Toen sneuvelde de foeragemeester.” Van de Scheur is
rond 1980 weer terug geweest in Indonesië.
Op de
Universiteit van Wageningen was een draagbare
rijstdorsmachine ontwikkeld. Van de Scheur had
daaraan een belangrijke bijdrage geleverd als chef van de
motorenwerkplaats. “Meestal namen de boeren de geoogste rijst mee
naar het dorp om het daar te dorsen. Maar bij dat transport gaat
veel rijst verloren. Daarom het idee van een draagbare dorsmachine.
Dan kun je de rijst meteen in zakken doen en verlies je zo weinig
mogelijk.” In Indonesië hielp Van de Scheur bij het opzetten van een
technisch laboratorium met motorenwerkplaats op een hogeschool.
Het was mooi werk en hij kijkt met veel plezier terug op zijn
contacten met de jonge Indonesiërs. Hij is nog altijd oprecht
verbaasd over het respect waarmee ze hem bejegenden, ook nadat ze
wisten dat hij tegen hun grootvaders had gevochten.
Want hij weet ook dat het er toen vaak niet zachtzinnig aan toe
ging. “Ik was altijd beschikbaar.
Vaak kwamen ze bij mij als er weer een onduidelijke klus was. Er
zijn dingen gebeurd waar ik niet graag over praat. Op 15 januari
1949 moesten we de gesneuvelde Nico Obdam terugbrengen omdat we
tijdens een patrouille waren beschoten. We hebben meteen
teruggeschoten op het huis. Maar nadat we Nico hadden weggebracht,
zijn we terug gekomen.
Toen hebben we het hele huis en de huizen in de buurt omgekeerd.
Verder herinner ik me het ondervragen van gevangenen. Meestal
bandieten. Dat ging op zeer indringende wijze. Op dat moment moest
dat gewoon omdat je geen andere mogelijkheid zag. Maar later ga je
twijfelen …”
“Ik ben blij dat ik heb het meegemaakt. Maar soms voel ik me te
weinig gewaardeerd. Ik heb hulp gevraagd bij het Veteraneninstituut.
Die hebben me doorgestuurd naar het Sinaďcentrum. Ik ben daar samen
met Jannie 1 keer naar toe gegaan.
We kwamen in een groep
oude vrouwen terecht. Volgens mij waren ze half dement. De
begeleidster zei: “Nu ga ik de krant voorlezen”. Om 2 uur ’s middags
heb ik tegen Jannie gezegd: ‘Kom we gaan naar huis’. Ik heb nog een
keer een oproep gehad, maar ben niet gegaan. Het is jammer dat het
zo is gelopen. Of ik misschien baat zou hebben bij een contactgroep
van lotgenoten? Ik twijfel. Soms denk ik: ‘Ik ben liever op
mezelf’.”

GEURT VAN DE
SCHEUR
Geboren: 5 februari 1925
1 juli 1946 in dienst.
Oktober 1946 naar Nederlands Indië,
bevorderd tot korporaal en aangesteld als sectiecommandant
November 1949 terug in Nederland
1950 terug in de oude functie van assistent
- later chef - motorenwerkplaats - op het
technische laboratorium van de Landbouw Hogeschool
(tegenwoordig Universiteit van Wageningen)
Lid van de vrijwillige brandweer,
instructeur/examinator
1970 – 1995 taxichauffeur |
Ter nagedachtenis aan sergeant Piet Kaman
† 8 Juli 1947
Toen ik met gebogen hoofd
ter jouwer nagedachtenis stond
kwam geen woord over mijn lippen
vastgesloten bleef mijn mond
Gisteren nog zag ik je lopen
Fier, sterk in je jonge kracht
Stond je onbewust te wachten
op je laatste opdracht in deez nacht
Vol vertrouwen ging je voorwaarts
Onverzettelijk in je wil
Plots een harde klap
Toen was het ijzig stil
Piet, als eerste gaf jij je leven
Onverwachts was deze slag
’t Bracht droefenis in onze harten
op deze zonnige Julidag
In dit groot verlies voor je ouders
leven wij in stilte mee
Moge God hen troosten, sterken
Ruste jij hier zacht in vree
Padalarang, 9 juli 1947
|
|