|
Amerikaanse waardering voor
de "Evertsen"
Nu Hr.Ms. Torpedebootjager "Evertsen" als
Nederlandse eenheid in de zeestrijdkrachten van de
Verenigde Naties bij Korea wordt agelost door Hr.Ms.
torpedobootjager "van Galen" heeft het
Departement van Defensie te Washington op verzoek van de
commandant van de Amerikaanse marinestrijdkrachten in
het Verre Oosten, in een communique op waarderende wijze
melding gemaakt van de activiteiten van deze oorlogsbodem
in de Koreaanse wateren.
Telegraaf 8 april 1951
"Evertsen"voer
binnen met de UNO vlag in top
Duizenden wachtten het schip langs 't Nieuwediep op.
(Van onze speciale
verslaggever)
Zaterdagmiddag om klokslag twaalf liep, na een afwezigheid
van twee en 'n half jaar, de torpedojager H.M's
"Evertsen" de haven van Nieuwediep binnen. Dat
is altijd een triomfantelijk moment,'n ogenblik van
juichende feestelijkheid wanneer een onderdeel van de
vaderlandse Marine op zijn basis terugkeert; het was dit
thans meer dan ooit, want de naam Evertsen is de wereld
overgegaan, geprezen om haar aandeel aan de strijd om
Korea. Het was stralend zomerweer met zo'n wapperende bries als behoort bij 't
Nieuwediep, toen de thuiskerende jager, na reeds sinds de
avond te voren op de rede te hebben gelegen voor het
vervullen van de verschillende formaliteiten, dan
eindelijk de historische invaart tussen Wierhoofd en Harsens passeerde, vanuit de witgekuifde roerigheid van het
Marsdiep in het vredige havenwater.
Daar op het Wierhoofd
stonden honderden samengedrongen. De Marinenierskapel was
er al opgesteld en begroette de "Evertsen" met het
Wilhelmus. En aller blikken waren gericht op het schip dat
als eerste in de geschiedenis hier binnenvoer met, naast
de vaderlandse drie kleur, de lichtblauwe U.N.O. vlag aan
de mast.
Het schip zag er feestelijk uit met zijn naamsein
voorgehesen, verder de donkerblauwe vlag van aankomst en
aan de hoogste top een koket smalle Geuzenwimpel, zoals op
oude schepen van oorlog. Aan boord stond de bemanning in
rij en gelid. De wacht presenteerde het geweer.
Zonder kleerscheuren uit actie gekomen.
Op dagen als deze is de Marinebasis Den Helder op haar
best. Vooral wanneer zon en wind en een stralend blauwe
hemel mee willen werken. Er waren duizenden op de been
onder wie vele verwanten en vrienden van opvarenden, die
met het binnenlopende schip meezwermden of zich reeds bij
de aanlegplaats hadden opgesteld. Van het Paleis, van het
Instituut, van de werven en schepen en overal in de stad
waaiden de vlaggen.
In de flauwe bocht die het Nieuwediep maakt en waar de
"Eversten" geheel achterin ligplaats zou kiezen,
salueerde het gelid van de wacht- materiaal- en andere
schepen, de Neptusin, de Hertog Herdrik, Soemba en
Pelikaan, Batjan, een flottille mijnenvegertjes, al met al
meer decoratief dan imposant bijdragend zonder twijfel tot
de sfeer maar verder slechts het tragisch aspect van een
vlooien-vlootje, waar wij ons na de oorlog mee moesten
troosten. Onze glorie van voorheen rust op de bodem van de Javazee. En dan is
het een lust om tenminste een weerbaar schip van het
formaat van de "Evertsen" zo feestelijk te zien
binnenlopen.
Met behulp van twee marine
sleepboten moest de Evertsen achter in de haven zwaaien,
eer zij kort na half een voor de wal kwam. De opvarenden
stonden nu ongedwongen op de dekken en de wind speelde met
de linten van hun fleurige zomermutsen en zette de
braniekragen opstandig overeind. Meeuwen zweefden hoger
over het schip met slechts het menierood van het
bakboordsvuur als schijnbaar een bloedende wond in de
grijze flank Want de jager bleek puntgaaf, geheel zonder kleerscheuren uit de actie
gekomen.
Deze bestond, nadat men in
Januari 1949 uit Den Helder was vertrokken, in Juli van
het vorig jaar vanuit Soerabaja naar de Japanse haven
Sesebo was gedirigeerd, uit patrouilledienst in de
Koreaanse wateren. Verder werd tien dagen lang aan de
beschieting van Wonsan deelgenomen maar de
kustbatterijen van de Noord Koreanen die het vuur
beantwoordden, schoten al bar slecht. Ook van de lucht uit
is de "Evertsen" nooit aangevallen.
Daar was al veel gewuif en gejuich en geroep van "Ha,
die Jan" en "Karel, Karel " tussen schip en
wal in die eindelozen minuten van het meren. En toen het
zover was dat de lan- dingsbrug naar boord was geschoven,
zwermde de menigte als gonzende bijen voor de op- gang.
Een klein jongetje in wit
matrozenpak met een bouquetje rode rozen en blanke
floksen, was de eerste die met zijn moeder en een kleine
groep Marine- en Leger autoriteiten ter begroeting naar
boven ging. Achter hen aan drongen familieleden, vrouwen,
verloofden en kinderen de smalle opgang op, spoedig met
een tegenstroom van debarkerenden Jannen. En dat werd daar
op het schip en tegen de groene helling van de
aanlegplaats een weerzien van jewelste, tranen van geluk
en omhelzingen, die geen einde schenen te nemen.
Terwijl zo geleidelijk de
bemanning het schip ontliep, stroomde half Den Helder, de
jeugd voorop, over de landingsbrug aan boord, de dekken
stampvol opgewekte nieuwsgierige mensen die zochten naar
bekenden of alleen maar de Evertsen zelf hun
belangstelling wilde tonen. Zo werd de stralende
thuiskomst van het schip, door niets overschaduwd, een
nieuw hoogtij in de vertierigheid van deze oude
Nederlandse Oorlogshaven 'tNieuwediep met zijn sfeer, zijn tradities en gans eigen leven.
Telegraa!,4 juni 1951
"Evertsen in ons
land"
Vice-Admiraal van Holthe verwelkomt bemanning
Vrijdagmiddag bracht vice-admiraal jhr E.L. van Holthe, de
bevelhebber de zeestrijdkrachten, in gezelschap van schout
bij nacht C.W. Slot, commandant der zeemacht in Nederland,
een bezoek aan de "Evertsen", die, uit Korea
teruggekeerd, op de rede van Texel lag.
Vice-admiraal van Holthe arriveerde op Texel in een
Zee-Otter amphibievliegtuig van de Marine Luchtvaart
Dienst en begaf zich per sloep naar de
"Evertsen".Bij aankomst aan boord werden de
autoriteiten ontvangen door de commandant,lt. ter zee
eerste klasse D.J. van Doornick, die gedurende de gehele
Korea periode van juni 1950 tot april 1951 het commando
voerde over deze bodem.
Vice-admiraal van Holthe sprak de bemanning ter
verwelkoming toe.
Hij releveerde de uitstekende diensten van mensen en schip
vanaf het begin van het Korea- conflict verricht. In het
bijzonder sprak hij zijn tevredenheid uit over de
luitenants ter zee Cramwinckel en Tuinman, resp. eerste
officier en hoofd machinekamer en tegenover de korporaal-
machinist Mens. Verder deelde hij de bemanning mede, dat
hij van hoge Engelse- en Amerikaanse marineautoriteiten
zeer waarderende rapporten over hen had mogen ontvan- gen.
Telegraaf, 2 juni 1951
|