|
1955 - De
thuisvaart van Hr.Ms. van Zijll
Chris Mark
Tijdens
het Korea-Conflict 1950 - 1954 zijn er 6 Marineschepen
operationeel geweest in de Koreaanse watern. Te weten
Hr.Ms.Evertsen, Hr.Ms.Piet Hein, Hr.Ms.van Galen,
Hr.Ms.Johan Maurits, Hr.Ms. Dubois en Hr.Ms. van Zijll. Over de aansluitende wereldreis van Hr.Ms. van Zijll gaat
dit verhaal.
Niet onaangenaam verrast was de bemanning van Hr.Ms. Van
Zijll op 23 december 1954 toen tijdens een "alle hens
voor de boeg" de commandant meedeelde dat de
Nederlandse regering had besloten de bijdrage aan de
Verenigde Naties in Korea te beëindigen en het schip
vanuit Yokosuka via een reis om de wereld vervroegd zou
thuisvaren. Een oorverdovend gejuich steeg op alom. Eerder
naar huis dan was gepland! Het schip lag op dat moment
voor onderhoud, reparatie en ontspanning in Hong Kong
bij de Naval Dockyard en meteen werden de laatste inkopen
gedaan.
Op 6 januari 1955 werd op de basis in Yokosuka
teruggekeerd om de laatste yen's aan de man of vrouw te
brengen en vooral om hartelijk afscheid van girlsan te
nemen. Toen was het op 24 januari om 11.05 uur eindelijk
zover. De trossen gingen los en op de wal speelde de band
van het United States Marine Corps het Wilhelmus, terwijl
stram in de houding staande menigeen vol ontroering een
brok in de keel voelde. Gek gevoel eigenlijk zo ver van
huis. Terwijl het roer omgaat verdwijnt de haven van
Yokosuka langzaam achter het kielzog weg. Nog eenmaal valt
de Fujiama vanuit zee te bewonderen en de legende gaat dat
men dan binnen vijf jaar in het land van de Rijzende Zon
terugkeert. Het is voorbij. Een Koreaperiode is afgesloten
en Hr.Ms. Van Zijli is op weg naar huis via een formidabel
stukje vlagvertoon.
Eenmaal in volle zee werd de koers 186 bepaald met de
diesels op 390 omwentelingen, goed voor een snelheid van
13,5 mijl per uur. Het was stralend mooi weer en met het
stijgen van de temperatuur werd op 27 januari overgegaan
op het tropentenue. Op de laatste dag van de maand werd
Mapia bereikt, het noordelijkste stukje van de Nieuw
Guinea-area en werd het de hoogste tijd om
schietoefeningen te houden, waarop de grote
Noordzeeschietschijf te water ging. Doch na een uurtje
knallen werd het bui door een harde windstoot omver
geblazen en sprongen drie matrozen in zwembroek te water
om het ding weer overeind te zetten.
Gelukkig had
de commandant een uitkijk voor haaien geplaatst en al
spoedig klonk de waar- schuwing "Haai in zicht"!
En jawel hoor, een flinke volwassen haai kwam nieuwsgierig naderbij om dat rare gespartel eens nader te bestuderen en mogelijke kans op een vette hap. IJlngs klommen de
drie zwemmers op de balken van de schijf en vanaf de bak
werd een handgranaat naar de haai gegooid die vlak naast
zijn kop explodeerde, maar de haai snuffelde eens
minachtend en kwispelde vrolijk met zijn staart en trok
zich nergens iets van aan.
De artillerieofficier liet onmiddellijk een geweer
aanrukken en twee goedgemikte schoten deden de haai
besluiten dat het aan bakboord beslist niet pluis was en
ging op z'n gemak naar stuurboord om te kijken of daar
iets van zijn gading te vinden was. Doodstil lag hij vlak
onder het heldere zeeoppervlak te wachten, doch een
derde schot boorde zich diep in zijn gladde lijf en
pijlsnel maakte hij rechtsomkeert om zijn familie te
vertellen dat die Hollanders ongastvrije lieden waren. Een
paar uur later was de schijf weer aan boord opgeborgen en
werd de reis vervolgd.
Op dinsdag 1 februari werd de Sorido-Lagune van Biak
binnengelopen en om 09.15uur werd langs de marinesteiger
afgemeerd waar het schip welkom werd geheten door de
autoriteiten. Een ander welkomstcomité vormden de
tientallen Papoea's die gehurkt op een lange balk van de
steiger als mussen op een telefoonlijn met wijzende
vingers naar het glimmende grijs zaten te kijken. Ze
verroerden overigens geen vin. Zelfs het aanpakken van
een tros kon er niet af, maar wel waren ze behendig genoeg
wanneer hun oog een vis in het water bespeurde. Trefzeker
werd de vis met een speer doorboord, de Papoea sprong er
achteraan om luttele seconden later triomfantelijk met
zijn buit boven te komen.
Het was een drukte van belang
bij de valreep van komende en gaande marinemensen
waaronder velen van de Marine Luchtvaart Dienst die op
Biak waren gestationeerd. Interessant is misschien te
vermelden dat op Biak zich de Jappengrot bevindt waar de
Japanners tot het laatste moment stand wisten te houden.
Tevens bevindt zich hier de "blauwe grot". Het
verhaal wil dat twee Amerikaanse verpleegsters in 1945
onder een der rotswanden doordoken teneinde het inwendige
van de grot nader te onderzoeken. Sindsdien heeft niemand
meer iets van hen vernomen. Het marine-duikbedrijf zou
een dezer dagen trachten hun skeletten te vinden, maar de
Van Zijll bleef niet lang genoeg in Biak om het resultaat
te vernemen.
Verder heeft Biak op
ontspanningsgebied niet veel te bieden en dus treurde
niemand toen op de achtermiddag van 3 februari de trossen
weer los gingen voor het vervolg van de reis naar
Hollandia dat de volgende morgen werd bereikt en langs de
oliesteiger werd afgemeerd. Meteen werd overgegaan tot
het laden van water en olie (dat vanwege onoplettendheid
ook in het verblijf terecht kwam), terwijl daarnaast het
water zowelletterlijk als figuurlijk met bakken uit de
hemel neerdaalde. Over de haven hing een waar regengordijn
en een kwartier nadat de regen ophield was er geen druppel
water meer te bekennen en hing er een heuse nevel over de
omgeving.
Ook hier weer de gebruikelijke begroeting van
marinemensen. Een autobus van de marinekazerne verzorgde
een rondrit om nader kennis met de omgeving te maken en er
kon volop gezwommen worden. Maar niemand vond het erg toen
op maandag 7 februari de trossen losgingen en in kiellinie
met de torpedobootjager Hr.Ms. Piet Hein door de
Varkensbaai werd gestoomd, waar hartelijk afscheid werd
genomen. Pikant detail is, dat bij de overdracht in
Amerika van deze Destroyer Escorts werd bepaald dat zij
nimmer operationeel in Nieuw Guinea mochten worden
ingezet, hetgeen ook nimmer is gebeurd. Alleen de Van
Zijli kan dus bogen ooit in Nieuw Guinea te zijn geweest,
al was het dan voor vlagvertoon.
Het grijs van de snelle jager was amper achter de horizon
verdwenen toen de asdic op post werd getrommeld om voor
een vers braadje een school vis aan te pingen. De
uitwerking van de dieptebom gaf wel een prachtig mooi
plaatje van hoog opgeworpen tonnen water, maar niet de
beoogde visjes. Slechts een dode dolfijn en enkele giftige
zeeslangen verschenen aan de oppervlakte. De bottelier had
bijna zijn mes gebroken op de dolfijn die vreselijk stonk.
Na deze opwinding ging het verder door de Solomon Sea in
de richting van Suva op de Fiji-eilan den. Hier kwam het
schip op de voormiddag van dinsdag 15 februari op de rede
ten anker en de volgende middag werd in de haven over
bakboord langs de steiger afgemeerd. Erg veel had Suva
niet te bieden, behoudens enkele bustochten, een dansavond
en een voetbalwedstrijd die in een 5-5 gelijkspel
eindigde. Het enige hoogtepunt was voor 12 uitverkorenen
die van de Royal New Zealand Airforce een rondvlucht met
een Sunderland vliegboot boven Suva kregen aangeboden.
Niemand vond het dan ook erg toen op zaterdag 19 februari
de reis door de Stille Zuidzee werd vervolgd.
Op 21 februari werd de
datumlijn gepasseerd en was het die dag twee keer maandag.
In de vroege morgenuren van donderdag 24 februari kwam het
tropische eiland Tahiti in zicht en om 09.00uur werd in
Papeete afgemeerd. Door in rieten rokjes gehulde
Tahitiaanse schonen werden bloemenkransen omgehangen en
begon Hr.Ms. Van Zijli aan een formidabel stukje
vlagvertoon in den vreemde door op de wal tussen de
trossen "gestraften-parade" te houden. Het
aantal krijgstuchtelijke veroordelingen was legio, doch
dit weerhield hen er niet van, ondanks de beide
schildwachten buitenboord, al was het maar in zwembroek of
via de meertrossen, aan wal te gaan, maar gepassagierd
werd er! En hoe! Hoewel weinig opvarenden de Franse taal
machtig waren, werden de bewegingen van de "hoela
hoela rokjes" ter- dege begrepen. 'Woha hé".
Natuurlijk waren er bustochten en werd er volop aan de
prachtige stranden gezwommen. De enige wanklank was dat
het bezoek veel te kort duurde, want toen op zaterdag 26
februari de trossen weer binnenboord kwamen maakten de
armen dezelfde bewegingen als de wuivende palmen van
Tahiti.
Voor de boeg lag nu de onmetelijke oppervlakte van de
Stille Oceaan en op 1 maart werd het Pitcairn lsland
gepasseerd. De volgende dag verscheen er aan de kim een
heel klein stipje waarvan de seinlamp begon te knipperen
met het bericht: "Hebben een man met ontwrichte
schouder. Kunt u ons adviseren?" En aangezien
daadwerkelijke hulp nu eenmaal beter is dan mondeling
advies liggen de beide schepen korte tijd later op nog
geen 100 meter afstand naast elkaar gestopt. Het blijkt de
Nieuw Zeelandse vrachtvaarder van de Federal Steam
Navigation Company Ltd. Cambridge te zijn. De sloep met de
dokter aan boord gaat te water en deze klimt even later
tegen de Jacobsladder van de Cambridge aan boord waar men
heel blij was met de komst van de arts. Het ging om een
man die al vier dagen met de arm uit de kom hevige pijn
leed. Na een verdovend spuitje werd de arm weer in de
juiste positie gebracht en zelden zal iemand dankbaarder
zijn geweest en aan boord van de Van Zijll trots om iemand
op die oneindige grote plas uit zijn lijden te hebben
verlost.
Isla de Pascua (Paaseiland) is de naam van het eiland waar
in de vroege morgenuren van zaterdag 5 maart het anker in
de grond viel. De sloep met passagiers ging te water en
amper hadden zij voet aan wal gezet of zij veranderden in
volleerde cowboys. Alle paarden van het eiland werden
terstond gevorderd door Hollandse cowboys in spé, die
onder het uiten van allerlei wilde indianenkreten het
Paaseiland onveilig maakten, met als resultaat (hoe
bestaat het) kromme benen en pijnlijke zitvlakken. Een
zekere Ltz.3 was kampioen jockey en een monteur liet weten
dat het zo fijn ging, juist op het moment dat hij zijn
hoofd omdraaide en tegen een paal knalde. Een seiner met
bruine ogen werd zandruiter en een niet nader te noemen
korporaal (ziekenpa) moest na een kwartier schoppen het
ros zelf maar bij de teugels nemen en er voor gaan lopen
in plaats van er op te gaan zitten. Al met al was het een
vertoning waar menig fiimproducent jaloers op kon zijn.
Deze ontspanning duurde echter maar kort, want tegen de
avond kwam het anker weer in het kluisgat en werd de reis
in oostelijke richting vervolgd.
Op vrijdag 11 maart werd Valparaiso in Chili bereikt waar
op de voormiddag in de haven werd afgemeerd. Het
gebruikelijke ontvangstcomité stond ter verwelkoming
klaar en de bemanning kon gebruik maken van het Seaman's
lnstitute en was er in Vina del Mar gelegenheid om te
zwemmen. Tegen de Chileense marine speelden de voetballers
met 1 -1 gelijk en daarmee zijn alle hoogtepunten van
Valparaiso eigenlijk wel opgesomd. Daarom was het de
gewoonste zaak van de wereld toen op maandag 14 maart de
meertrossen binnenboord kwamen om de koers naar het
noorden te bepalen in de richting van Callao nabij Lima,
de hoofdstad van Peru.
Op donderdag 17 maart kwam het
schip in de mist op de rede ten anker doch moest tot de
volgende morgen wachten alvorens in de haven af te meren
en het zicht enigszins opklaarde. Callao was, evenals de
andere zuid-Amerikaanse havens, rijk aan natuurschoon en
prachtige gebouwen, maar met een armoedige bevolking waar
men niet lang bij stilstond. De voetballers verloren met
3-1 van "Philips Peruana" , maar negentig mensen
genoten van een "pachamanca", een lunch, waarbij
op oud-Peruaanse wijze het vlees en groente onder de grond
als het ware wordt gaar gestoomd, het geheel opgeluisterd
door Peruaanse muziek van een orkestje uit de bergen. Ook
werd een bezoek gebracht aan de lncaruïnes te Pachacamac en een stierengevecht. Op dinsdag 22 maart was het
"alles los voor en achter" en werd opnieuw een
noordelijke koers gevaren, nu in de richting van Guayaquil
in Equador. De aankomst was op 25 maart na ook hier
eerst de nacht op de rede ten anker te hebben doorgebracht.
Nadat de officiële
plichtplegingen achter de rug waren stonden de voetballers
vol ongeduld aan de valreep te trappelen om tegen een
plaatselijk militair elftal hun grootste nederlaag aan de
broek te krijgen, namelijk 18-0!!! Gelukkig werd dit
enigszins verzacht door de mogelijk- heid van zwemmen en
de bloedmooie jongedames van de stad. Misschien was dit
tevens de reden dat juist hier enkelingen bijna wegens
desertie in de fout gingen. Het zou alleen te verklaren
zijn uit de temperamentvolle woorden die werden geleerd,
zoals Ié amo" (I love you). Lief waren deze deernen
echter wel!
Op maandag 28 maart werd een aanvang gemaakt
om de laatste ZuidAmerikaanse haven met een bezoek te
vereren, te weten Buenaventura in Colombia. Het was
slechts een kort stukje varen zodat reeds de volgende
morgen hier werd afgemeerd. Hier viel de voetbalnederlaag
met 3-2 iets positiever uit. Door het gemeentebestuur
werd een bustocht aangeboden en was er een uitgebreide
picknick op een eilandje in de rivier, waarbij vier aan
het spit gebraden varkens werden verorberd die met de
nodige spiritualiën werden weggespoeld. Nadat ook de
zwemmers zich hadden afgedroogd en aangekleed werd het
de hoogste tijd om op 2 april de trossen los te gooien om
met 15-mijls vaart naar het Panamakanaal te koersen.
In de middag van 3 april arriveerde het schip voor de
Pedro Miguel sluizen waar ten anker werd gegaan in
afwachting van de kanaalloods en autoriteiten. Deze loods
viel toevallig met zijn neus in de boter want de kok
serveerde die dag de bekende rijsttafel. Op de brug
staande kreeg hij ook zijn portie aangeboden en zag de
bijbehorende sambal en riep: "Hot stuff, I like
it". En meteen nam hij een flinke hap van het vurige
spul. De tekst die de man toen uitbraakte valt moeilijk te
vertalen, maar hij is geruime tijd bezig geweest met het
nabiussingswerk. In bijna een halve dag werd een
hoogteverschil van ongeveer 30 meter overwonnen. Overigens
verliep de passage door het kanaal niet al te vlot,
waardoor pas tegen middernacht Christobal werd bereikt en
de steven werd gericht naar Curaqao. Op 5 april werd
rendezvous gemaakt met het stationsschip Hr.Ms. Willern
van der Zaan en in formatie koers gezet naar de ingang van
de Sint Annabaai waar op donderdag 7 april eerbewijzen ter
hoogte van het Waterfort van Willemstad werden gegeven,
waarna om 10.50uur over bakboord in de Nieuwe Haven kon
worden afgemeerd. Uitgebreid werd Curaçao verkend en
leerde men het verschil kennen tussen Punda en Otrabanda.
Er waren bustochten en in
het marinezwembad St. Migielsbaai kon volop van het onderwaterschoon worden genoten. Dit gebeurde ook op het
officieel verboden terrein van Campo Allegro, waar de
dames uit de omringende landen hun bruidschat plachten te
verdienen. Op vrijdag 15 april kwam de Gouverneur en de
CZMNA aan boord en om half een werd koers gezet naar
Oranjestad op Aruba waar nog dezelfde middag in de
Paardenbaai werd afgemeerd. Ook dit Antilliaanse eiland
werd van alle kanten bekeken en het aantal uitnodigingen
voor party's enz. loog er niet om. Helaas was alleen het
weekend hier vergund, want op maandagmorgen werd
teruggekeerd naar Willemstad om op het oude piekje de
trossen weer te beleggen. Op dinsdag en woensdag kwam de
Commandant Zeemacht Nederlandse Antillen aan boord voor
een inspectie, waarvan de tweede dag varend. Hierbij werd
tevens een demonstratie met de landingsdivisie gegeven die
het presteerde binnen 40 minuten paraat te staan. Tijdens
de varende inspectie werd met de Willern van der Zaan het
overgeven van lasten op zee gedemonstreerd. Op de
voormiddag van maandag 25 april gaan de trossen voorgoed
los in Willemstad en werd koers gezet naar Caracasbaai om
olie te laden dat in de loop van de middag gereed was en
Curaçao definitief vaarwel werd gezwaaid.
Via de zanderige Surinamerivier bereikte het schip op
donderdag 28 april om 10.00uur Paramaribo en werd opnieuw
welkom geheten door de Koninklijke Landmacht die als gastheer optraden. En ook deze keer weer stond "Marine
Bet" op de wal gereed om de braniekragen weer in
topconditie te brengen.
Er werden volop groene
sinaasappelen ingeslagen, gedanst, gesport en per bus
excursies gemaakt. Niemand had dan ook reden tot klagen
toen op maandagmorgen 2 mei de verbinding met de wal werd
verbroken om de boeg naar de Azoren te richten voor het
bijvullen van de voorraden. Onderweg ging het tropentenue
voorgoed in de plunjezak en werd het alsmaar killer en
mistiger, waardoor men op de brug enige moeilijkheden had
om Ponta Delgada te vinden. Maar ondanks de dikke mist
werd in de morgen van 10 mei hier afgemeerd om meteen de
slangen uit te rollen. Nog dezelfde middag was dit karwei
geklaard en werd begonnen aan het laatste stukje naar
huis.
Nou was de commandant bepaald niet iemand van de
vriendelijkste soort en tijdens een inspectie stonden daar
plotseling zomaar een paar schoenen in het verblijf. Die
horen daar niet, dacht hij, en zwiepte ze overboord. Maar
vermoedelijk hadden de schoenen nauwe banden met
reserve-oerlikonlopen, want die vonden dezelfde weg naar
de zeebodem. De wraak was zoet! In de avond van 14 mei
maakte de brug via de scheepsomroep bekend dat het Franse
eiland Quessant werd gepasseerd en hiermee een reis om de
wereld was volbracht. De volgende dag kwam het fregat op
de rede van Den Helder ten anker en kwam de waterprauw
langszij, de douane en OVA aan boord en kon men zich weer
eens heerlijk mandiën. Het schip had namelijk de gehele
reis veel problemen met de verdampers gehad en dus was
zoet water schaars. Dan, op maandag 16 mei 1955 is het zo
ver. De Commandant Zeemacht met zijn staf komt aan boord
voor een inspectie en als zij om 10.20uur het schip
verlaten gaat het anker omhoog en om 10.58 uur lag Hr.Ms.
Van Zijll weer in de Buitenhaven langs de kade afgemeerd.
Een belangrijke taak en een wereldreis waren volbracht.
|