Biak  - Asfalt en golfijzer

Bron: “Wapenbroeders”  4 augustus 1949      mei 2000     George J. Visser (IMH)

In de Geelvinkbaai, achter het meest Noordwestelijke deel van Nieuw-Guinea, liggen de Schouten-eilanden. Biak is daarvan de bekendste. Voor de oorlog was er een bestuurspost, die eens per maand door een KPM-bootje werd aangedaan. Het eiland had enig belang als arbeidsreservoir, omdat het, vergeleken met het vasteland van Nw. Guinea tamelijk dichtbevolkt is. De bewoners hebben van de visvangst hun bedrijf gemaakt: ook op de omliggendé eilanden en zelfs op de nabijgelegen kuststrook hoort men de op Biak gesproken taal veel gebruiken.

Biak heeft in de oorlogsjaren en daarna vele veranderingen ondergaan. De jungle-oorlog, die de Amerikanen hier tegen de Japanners voerden, sloeg diepe wonden in het landschap. Versleten asfaltwegen en golfijzeren barakken vertellen van de activiteit, die de Amerikaan hier heeft ontplooid.
Een plaatsnaam „Biak" bestaat eigenlijk niet. De Amerikanen spraken van „Base H", waar zij drie “strips” hadden aangelegd. Een daarvan, de Borokoe-strip, is nog steeds als vliegveld in gebruik.

Demonen en machine-geweren
Na verbitterde gevechten kregen de Amerikanen in Mei '44 vaste voet aan wal.
Op de landingsstrook herinneren nu alleen de afgebroken bomen, roestige wrakken van landingsboten en het geraamte van een stuk geschut aan de meedogenloze strijd tussen blank en geel. Een strijd die de meest huiveringwekkende demonen-fantasie van de Papoea's verre overtrof.

Het was niet eenvoudig de Jappen te verdrijven uit hun posities in de kalkrotsen.
De in allerijl aangelegde terugtochtsweg dwars over het eiland bewijst, dat ze vooruit wisten te zullen verliezen.
Ze verdedigden zich echter met grote hardnekkigheid. In een bepaalde grot, thans bekend als de „Jappen-grot" heeft een detachement het zeer lang volgehouden. „Dan moet je het zelf maar weten" zei de Yank en hij stuurde er vliegtuigen op af, die drums met benzine voor de ingang wierpen.
Daarna was het nog een koud kunstje de zaak in brand te schieten……..

Het middel werkte, al werden er eind '46 nog een tiental strompelende, halfblinde Jappen in de bossen aangetroffen.
De tijd heeft niet stilgestaan op Biak. In één slag werd .de Papoea-bevolking uit haar isolement gehaald en in aanraking gebracht met de verschrikkingen van een moderne oorlog.
Amper bekomen van al dat onbegrijpelijke lawaai en zich nog steeds niet bewust van zulke levenskwesties als algemeen kiesrecht en federale staten, schudden de Papoea's hun kroeskoppen over de zinloze verkwisting om deze eerlijk verworven schedels zomaar in de grond te stoppen in plaats van ze te pronk te stellen en er aanzien mee te verwerven.

Maar de rust keerde weer en de Papoea's bleken niet afkerig van de geneugten, die de moderne techniek te bieden had. Spoedig zongen zij hun eigen versie van het lied met internationale vermaardheid: „working for the Yankee dollar………!'

Nadat zij nog even een actieve ruilhandel hadden bedreven van zoveel stenen bijlen tegen zoveel sloffen Lucky Strike, werden ze losgelaten op bulldozers. Bij het inwerken kwam het in die dagen op een paar bulldozers meer of minder niet aan en de pientere knapen onder de Papoea's hadden de eenvoudige handgrepen heel spoedig door.
Binnen een maand kwamen er drie landingsstrips, spoedig gevolgd door een net van wegen met kampen als knooppunten voor een bezetting van omstreeks 90.000 man.

Gigantische machines kropen door de onbetreden oerwouden, kalkrotsen werden vermalen, weglinten slingerden zich om het eiland. Benzinedamp en motorengeronk verdreven de paradijsvogels. Asfalt opgelost in benzine werd uitgespoten op het aangewalste wegdek van kalkbrokken. Na het verdampen van het oplosmiddel lag het wegdek gereed.
Tempo, tempo was de leus. Hollandia was de grote opslagplaats, met een voorraad, voldoende voor een jaar Pacific-oorlog,  Zo was Biak, behalve vliegveld; voorraad-basis en „Airrescue-station".

De capituIatie van Japan maakte een onverwacht einde aan de noodzaak een rij „overstap- stations" naar Japan te maken. De Amerikanen gaven Biak hun zegen en vertrokken hals over kop naar “God’s Own Country".
Zo kon het, dat snel het Nederlandse element begon te overheersen. Het eiland is een tijd lang Nederlandse luchtmachtbasis geweest en geniet de eer het eerste plekje te zijn geweest, waar na de capitulatie Nederandse soldaten waren.

Kasteel te koop
Het was zonder meer duidelijk, dat de achtergelaten voorraden van groot belang zouden kunnen zijn voor de opbouw van Indonesië. De Ned. Ind. Regering nam dan ook in twee partijen het grootste gedeelte van de dumps over voor iets minder dan drie millioen dollar, een klein gedeelte overigens van de totale aankoop van Amerikaanse legervoorraden op Hollandia, Biak, Sorong, Manokwari en een paar dumps zonder naambordje.
Over de 700 vliegtuigen, die de Amerikanen op Biak vernield hebben, is heel wat te doen geweest.

Het geval vertegenwoordigde een waarde van vele millioenen guldens, maar het had evenveel direct practish nut als een onverkoopbaar kasteel voor een gewone burgerman. Toen de Amerikanen dit materiaal niet konden meenemen namen ze geen risico's en maakten ze alles onbruikbaar.
Het merendeel ,van deze toestellen bestond uit „Liberators" en B-24-toestellen. Deze typen eisen een grotere bemanning en een uitgebreider grondploeg dan de Mitchell B-25, zoals die bij de Militaire Luchtvaart in gebruik is. Bovendien was het economisch niet verantwoord teveel geld te beleggen in toetellen, die over enkele jaren als verouderd afgeschreven moeten kunnen worden.

De wrakken zijn intussen de elfder ure door een particuliere firma overgenomen.
Deze heeft een Amerikaans expert gecharterd om het alluminium te laten smelten.
In blokken van 750 kg. wordt het dan verkocht. Volgens zeggen aan de Amerikaanse vliegtuig-industrie ....