|
Ons doen en laten in Nieuw Guinea
door Cornelis M Blok.
Stront aan de knikker.
Ouwe jongen vanaf de oost. Eentje met een baal rijst achter z'n kiezen dus nu in Manokwarie opleidings sergeant van een
misec en een baantje als lzto.
Walplaatser met moeders en dochter thuis, beneden aan de kampweg. Ja dat is die beruchte steile klim van een naar bier
riekende passagier op weg naar z'n tampatje en vanaf de
fanindie-boulevard.
Kol. de Roos vanuit Hollandia landde op de strip en werd zoals toen gebruikelijk was met alle eerbetoon in de landrover van
het kamp, naar het Arfak hotel geloodst waar moeder Blok achter de bali zat. Bedienden zorgden voor de citybag van onze
kolonel en mij als lzto werd medegedeeld, naar huis te gaan, de lztozaak over te geven en m'n gevechts bepakking op te
scharrelen.
"Je vertrekt morgenochtend half zes naar de zuidkust, want daar heb je in de vorige term al ervaringen opgedaan, Etna Baai
en omstreken." Groeten en rechtsomkeert maken! Er waren weer infiltranten naar binnen gekomen via kali Omba en
vervolgens het Djamoer meer. Oom Jan,een brokkie krokodil van vier en een halve meter die al voor donkeys jaren de kampongbewoners waarschuwde als er al eens een bandjir naar beneden zou komen was met een schotwond van de infiltranten bedeeld
en de kampong bewoners van de Omba vonden dat helemaal niet leuk.
Simon een ouwe getrouwe en destijds onze riviergids stond wederom voor ons klaar. Een reeds aanwezig detachement van een
versterkt infanterie peloton onder commando van een luitenant der mariniers had de beschikking over een grote vrachtprauw
met een paar 30 pk Johnsons en twee papoea-politie agenten.
Onze kolonel zou aan boord van die prauw mee gaan en de patrouille onder luitenants orders afleveren voor verdere acties.
Een rivier delta is iets waar we allemaal wel van gehoord hebben tijdens onze schooljaren. Echter om zoiets te bevaren is een
andere kwestie ook al is de diepgang van een native prauw maar gering. Samen met een andere sergeant ouwe jongen die
vanzelfsprekend ook de taal goed machtig was werden wij beiden aangewezen om de voorhoede spits op ons te nemen.
Daartoe had ik Simon's jacht-prauw uitgerust met een 25 hp
evinrude. Natuurlijk zat onze gids en toeverlaat voorop z'n
plechtje in dit ranke zes meter lange, uitgeholde boomstammetje. De grote prauw met een dertig man aan boord zou ons op
afstand volgen, althans dat was de afspraak.
Met het aanbreken van de dageraad staken we van wal vlak voor de kampong die aan het strand was gelegen, richting "PAL
ZUID' . Ervaringsgewijs volgt men de leider en na een onbeduidende branding bleef mijn koers ongewijzigd zuid! De ingang
van de rivierdelta echter lag pal west van ons. Nou dat wist die hoofdprauw luitenant natuurlijk ook want die had al eens een
keertje langs het strand gelopen. Na een stief kwartiertje koers 'zuid' waarbij het vaste land practisch uit het gezicht
verdwenen was kreeg ik uiteindelijk een seintje van Simon vaart te verminderen. Rechtopstaande in z'n
kano'tje, een
jachtprauw heeft geen sema semah's (uitriggers) plantte Simon een vier meter lange bamboe stok in de zee bodem waar het
net een meter diep bleek te zijn. Verwachtende dat de grote prauw elk moment uit de ochtendduisternis zou verschijnen,
bleven we op stroom hangen.
Er verscheen echter niets.
Er werd besloten onze route te vervolgen hetgeen inhield dat we practisch 170 graden omdraaiden en weer landwaarts
koersten. Simon moest het al gehoord hebben. Die gasten beschikken over een instinct dat wij jammer genoeg niet meer
meester zijn. De buitenboord motoren van de grote prauw waren gestopt, maakte hij ons duidelijk. Wij tweetjes dachten er
het het zijne van. Vast en zeker een paar breekpennen naar
blanus!
Toen we dan het gapende kust-oerwoud en de eigenlijke rivier opening naderden was daar driehonderd meter rechts van ons en
vlak onder de zanderige kust de hoofdmacht. Vanaf het strand een tierende luitenant die wilde weten waar we gvd mee bezig
waren en of we soms niet door hadden dat we een berg tijd verspild hadden.
We volgden zijn order op om drie a vier honderd meter stroomopwaarts voor hem te blijven varen zoals te voren bepaald was.
Na een ander stief kwartiertje hoorden of zagen we echter geen hoofdprauw meer. Kon er iets loos zijn?
Teruggekeerd bij Oom Jan z'n favorite zandplaat die in het midden van de eigenlijke rivieropening lag, ontvouwde zich een
niet te geloven schouwspel. Het was het de kolonel inmiddels duidelijk geworden met wat voor soort leidsman hij te doen had
en een en ander werd niet onder de sagobanken van de kano gestoken. Ten einde raad beval de luitenant,'alle hens' (behalve
kolonel de Roos) overboord en trek dit grafding naar dieper water, richting rivier opening!"
Het nam om en nabij een uur van onverantwoordelijk worstelen met de baren die geen baren waren! Een banjirrende rivier
spoelt grote hoeveelheden kleideeltjes mee naar buiten en het resultaat wordt een meters diepe vettige drab die op water
lijkt, maar het niet is. Voor de tot over hun vechtpetjes heen, half verzuipende mariniers, die met geen mogelijkheid de
luitenant's order waar konden maken, kwam de redding via Simon en mijn collega. "Iedereen terug op de zanderige oever!
Prauw ontladen van alle proviand, munities, motoren en benzine"!
Twee agenten "de boot afhouden" met bamboe staken en de rest met alles dat de zaak kon dienen, touw en uitgekapte
rottan-liaan zoals daar veel groeide "OELOEPIS-BARIS GOENTOUL" (althans woorden van die strekking).
Onze eerste nacht bivak langs de kali Omba bij een kampvuurtje leverde ons tweetjes een beste sigaar op van de kolonel.
Willem II dacht ik terwijl Simon aan de zware van nelle ging. He, Hakkie jij rookte toch ook of heb ik 't mis?
Staande patrouille
Een motorsloep van de Utrecht of was het de "Amsterdam" met een zodiac op sleep, bracht ons naar de meest N.oostelijke
oever, verder achterin de ' ETNA' baai aan de zuidkust van het oude
NNG.
Sterkte een 30 migroep 8 man, een verbindelaar met TBX en drie infanteristen hun
kpl. was afgevoerd.
Mijn kpl. migrcdt v. Beelen, een zeer kapabel charismatische leider afkomstig uit de Noord, Schagen of zo, pastte zich
voortreffelijk aan, de omstandigheden in aanmerking genomen. Dit werd z'n eerste werkelijke actie en zo was het voor al die
andere mariniers voor het overgrote deel bestaande uit miliciens.
Via een autochtoon die in 1954 ook met mij had samengewerkt, kregen we drie papoea's toebedeeld die om beurten een dag bij
ons zouden werken en als gids fungeren indien dat nodig zou blijken.
Ik herinner me echter nog maar een paar namen van die staande patrouille, zoals Akershoek
,Sadler, de Bak en een jonge
beroeps marn.2 van Dam uit Noordwijk. De herinnering dateerd uit 1961, dat is alweer een goeie veertig jaar geleden.
De opdracht luidde, "Eventuele terugtocht der vijandelijke infiltranten verijdelen en ze indien mogelijk, gevangen nemen."
Nou ja ga d'r maar an staan. Het einde van deze reusachtige baai aan de zuidkust beslaat ruim 1500 meter, een mirade van aan
het getij onderhevige in en uitgangen dicht begroeid met mangroves. Pak
'em beet! Een uitgezonden eerste verkenning leverde
een superieure locatie op. De enkele regenwoudreuzen die men in deze contreien aantreft hebben hun wortels voornamelijk
uitgespreid over de omtrek van de kroon en liggen relatief ondiep. Komt er al een springvloed of een orkaan die zo,n woudreus
omver drukt of ondermijnd dan is een wortel-stronk van zo'n 15 meter diameter vrij normaal.
Onze situatie eiste op de eerste plaats voldoende dekking en dat werd ons hier op een schoteltje aangeboden. De kruin van
ons "fort to be" viel zuidelijk zodat de verscheidene meters dikke wortelstronk een ' tegen van alles vrije' dekking bood.
Terwijl een voorlopig onopvallend schootsveld werd uitgehakt groeven de mitraillisten een stuk of wat schietsleuven door de
wortelmassa, telkens voorzien van een perfecte tafel basis voor hun driepoot en munitie kistjes. De hoogste ongeveer zeven
meter boven de grond maar gemakkelijk te bereiken vanaf de boomstam die weer beklimbaar werd gemaakt met laddertjes
van een op papoeastijl in elkaar geflanste constructie. Het hele bivak grensde aan de westelijke hoogwater lijn zodat alleen
de licht beboste oostelijke zijde extra bescherming
vereistte. Dit gebeurde met in vuur geharde bamboe speerpunten van het
model dat de papoea's gebruiken om een wild varken in z'n run te stoppen. Honderden van die voetangels hebben de jongens
ingepoot met behulp van een stuk schelp, tegen het wegzakken. Geleidelijkerwijs begon iedereen er gat in te zien.
Daar de baas geen ander antwoord had dan een tweepersoons grondtentje, totaal ongeschikt voor de tropen en in moerassig
gebied waar we per slot van rekening in verbleven, had ondergetekende een eenvoudig maar efficiente slaaptent ontwikkeld.
We gebruikten de spanzeiltjes van veldbedden, monteerden die als een draagbaar tussen twee X geraamten ongeveer een
meter boven de rooilijn zodat ook de hoog nodige klamboe daar een plaats vond en het geheel werd afgedekt met een enkel
tentzeiltje. Onder je bedje een van twijgen ge-oeroeste bergplank waar alles lekker droog bleef alsook je sokken en de
sepatoes die je aan moest als je de wacht had op een van de twee posten.
Later bouwden we nog een soort van kraaienest aan de waterkant zodat we eventuele
binnenkomende vaartuigen zoals visprauwen konden signaleren.
Even iets tussendoor: Naast de rantsoenen van de bottelier hadden we ook nog noodrantsoenen uit de patrouilletijd. Kleine
platte blikjes met gecondenseerde melk, de strootjes waren al lang pleitte. Op een dag zat ik samen met m'n korporaal boven
in dat kraaienest waar ook Hendrik een papoea zat te werken aan verstevigingen of zo. Overdag werkten we om wasgoed tot
een minimum te beperken alleen in pendek met blote kakkies of
jandals. Maar ook je persoonlijke wapen omdat we per slot van
rekening niet daar zaten als lokaas. Kpl. der
marns. van Beelen was hoog blond met hel blauwe oogen en voor een papoea een
bezienswaardigheid. Zo ook Hendrik die op de absoluut roze tepels van de korporaal wees en vondt dat die er maar dik, vol en
gezond uitzagen. We gaven voor, dat wij nooit honger hoefden te lijden in de bush want de
Kpl. was een melkkoe van jewelste.
Hendrik werd in hoge mate geinteresseerd. Inmiddels had ik een mondje vol uit m'n in de hand verborgen melk-omplong
gezogen en boog me naar de volle borst waar ik een dun straaltje melk op spoog.
Dan terug trekkende met geopende mond de melk liet zien die ik zonet uitgezogen zou hebben. Hendrik werd witter dan wit
en verdween in z'n kleine vlerkprauw al gesticulerend en lachende. Hendrik had een geest
gezien op klaarlichte dag. Hij maakte me later een kunstig uitgekerft afgodje dat altijd bij ons zou blijven waken en die altijd zou zorgen voor hoopies te
kanen. Het hangt hier bij me aan de muur, waar al m'n NNG en ex militaire memorablia een plaatsje vonden. Dat was even
tussendoor.
Onze zodiac had ook een kogelafwerende dekking midden in een haag bamboe dicht aan het water. Over dat water gesproken,
iedereen die in NNG heeft gediend zoals in onze omstandigheden weet van de troosteloze situatie waar het ons dagelijkse
voedsel betrof. De blikken met metselspecie of gewoon ingemaakte aardappelen, de veertig plus die zwom in de olie of de
uitgebraden en doorgekookte blikken met lappen. Vers vlees...vergeet het maar, Nog niet eens haring of sardientjes in
whatever sauce. Smakeloze andijvie in blik! Zoute vis van de chinees waar na een dag of wat op het backpack van je voorman
de maaien uit kropen. Zout of geen zout. Door de jaren wordt men wijzer en ging ik dus nooit weg op patrouille of er zat
vistuig in m'n verband zakje dat altijd aan je koppel hing. Uit de toko aan boord kon men zelfs vislijn kopen en dus had ik een
meter of twee honderd van dat spul. Moest je wel zelf kopen.
Vanaf dag drie op ons bivak werd er al regelmatig geprobeerd om ons menu wat op te dirken met een vers gebakken
vissie.
Daartoe zaten we op een overhangende boomstronk vlak boven het water talrijke vissies te verschalken. In die tijd deden we
nog niet aan ecologisch bosbeheer. Hygiene als altijd erg belangrijk vereist dat alle afval van de dapoer waar ongedierte
op af zou kunnen komen linea recta de baai in ging. De stroom van de getijen droeg zorg voor een geregelde afvoer. Dan, nadat
een omgevingspatrouille terug keerde van hun taak werd er iets duidelijk maar door onwetendheid veronachtzaamd.
Op verschillende plaatsen langs de mangroves waar het getij langs schuurde werden onze lege blikken gevonden die bijna
allemaal geperforeerd waren en niet zo'n klein beetje ook!
Boeaja's! Krokodillen toean!
Nu ik ervaringen heb opgedaan, wonende in de ' Far North van Queensland
Australia' besef ik pas aan welke inmense gevaren
ik m'n mensen heb blootgesteld. Er was eens een geval van verwonding op het trainingsbivak in Woendi door een pijlstaartrog.
Niemand van ons hogere kader echter vond 't schijnbaar belangrijk genoeg iets over deze mensen-etende reptielen en hun
gewoonten te vertellen. Je liep je patrouilles en als dat door de mangroves voerde dan ploeterde je maar door. Maak nou geen
stannes! De toenaderings paadjes die vanuit het binnenland in de baai uitkwamen waren vanaf de eerste dag voorzien van
alarmsysteempjes in de vorm van papoea
initiatief.Opzwiepende weggebogen takken net als de Indiaantjes van onze jeugd.
Bekend met hun gewoonten begrepen wij wel dat een papoea nooit in het aardedonker op sjouw gaat. Er zijn altijd wel een
paar swankies (bosgeesten) die het op je voorzien hebben. Op het water is het een andere zaak. Practisch alle kust papoea's
zijn vissers en vis vang je 's nachts. We moesten dus zeker zijn dat er in het donker geen ontvluchtings pogingen plaats vonden
vanuit de bevaarbare mangrove kanalen. Daartoe fixten we hier en daar wat handgranaten in de mangroves, boven de
hoogwater lijn. Een nylon vislijn, een halve meter boven die lijn en presto. Indien de lijn onder druk zou komen werd de hap
geactiveerd en zakte de granaat tot net onder de laagwater lijn. Zo'n ontploffing, ook al werd die gesmoord door het water
was duidelijk hoorbaar gedurende de nacht zodat we actie konden nemen. Scherfwerking werd echter geminiseerd 't kon
immers een onschuldig vissende papoea zijn? Er is nooit zoiets voorgevallen maar we waren er klaar voor.
De primitieviteit welke we van de papoea's leerden is aan velen van ons bij gebleven. Ik zelf werd in m'n eerste term aan de
kali Omba voorzien van een speciaal voor mij gemaakte pijl en boog, van hen heb ik het primitieve bushwerk geleerd, het is
altijd een pluspunt gebleven toen ik een zg."vrijetijds bow hunter werd" ik schiet nog steeds m'n meer aangepaste archery
sessions. Weliswaar zijn allerlei prooien van nu, geschilderd op
rubber-canvas!
|