|
1991 - Herdenking slachtoffers Dakota X-11
Op het Ereveld Loenen vond op 22 maart een herdenkingsplechtigheid p!aats tér
nagedachtenis van de slachtoffers van het ongeval met de Dakota in het
voormalig Nederlands Nieuw Guinea.
Het vliegtuig, met registratienummer X-11, van het 336 Squadron van de
Koninklijke luchtmacht, steeg op 28 juni 1962 op van Merauke voor een vlucht naar
Biak. Aan bóord bevond zich de vijfkoppige bemanning, een vrouw van
een marinearts met haar baby en een Indonesische krijgsgevangene. Na twee uur vliegen
verongelukte het toestel op de zuidelijk wand van het Carstensgebergte.
In zijn herdenkingstoespraak memoreerde de Plaatsvervangend Chef van de
Luchtmachtstaf, Generaal-majoor H.W.J. Manderfeld, de gebeurtenissen na het
ongeval: " Op 28 juni 1962 werd om 16.30 uur de opsporings- en reddingsdienst
gealarmeerd wegens het uitblijven van een melding over de radio van de X-11,
die met achtinzittenden op weg was van Merauke naar Biak. De X-11 kwam
nooit in Biak aan. Tot 11 juli werden vele opsporingsvluchten gemaakt en werd
naarstig gezocht naar het door onbekende oorzaak vermiste vliegtuig. Alle
mogelijke trajecten langs en door het centrale bergland werden intensief afgezocht;
echter zonder resultaat.
Pas vele jaren later, in 1969, werd het wrak bij toeval
ontdekt. Door allerlei oorzaken kwam het in de periode daarna nooit tot een
berging. Omdat een berging zeer gevaarlijk, zo niet onmogelijk werd
geacht, besloot de luchtmachtleiding in 1974 definitief van berging af te zien".
Het was aan de vasthoudendheid van de heer H. Rudolph te danken dat na vele
jaren het dossier rond de X-11 weer geopend werd. Deze zoon van adjudant
Rudolph, een van de omgekomen bemanningsleden, toonde in 1989 aan, dat het
wrak wel bereikbaar was, Op eigen gelegenheid organiseerde hij een expeditie
en wist het verongelukte toestel te bereiken. De Bevelhebber der
Luchtstrijdkrachten vond dit gegeven een aanleiding om alsnog een bergingsoperatie te
laten uitvoeren.
Op 31 januari 1991 vertrok een bergingsteam met specialisten van de Koninklijke
Landmacht en Luchtmacht, onder leiding van luitenant-kolonel W.H.J.
Christiaans, naar het voormalig Nederlands Nieuw Guinea. Het team bivakkeerde drie
dagen bij het vliegtuigwrak en een kistje met stoffelijke resten. Deze waren door
Indonesische bergbeklimmers in 1981 verzameld en begraven. lndividuele
identificatie bleek helaas echter niet meer mogelijk.

De expeditie in het voormalige Nederlands
Nieuw Guinea,
v.l.n.r. de heer J. van de Berg, B. Christiaans, H. van Jaarsveld en
F.H.F. Rudolph
Na terugkeer van de expeditie in Nederland, is in overleg met de nabestaanden besloten de stoffelijke resten bij te
zetten in een gezamenlijk graf op het Ereveld Loenen. Ruim 400 nabestaanden
en belangstelrenden woonden op 22 maart de herdenkingsplechtigheid bij. Tegen
hen zei Generaal Manderfeld in zijn toespraak: "Ik besef dat hetgeen in het
verleden is geschied, groot verdriet bij de nabestaanden van de slachtoffers heeft
veroorzaakt.
De Koninklijke Luchtmacht heeft het afgelopen jaar haar ereplicht kunnen
vervullen. We hopen oprecht dat hiermee de oude wonden geleidelijk zullen
genezen. De Koninklijke Luchtmacht hecht veel waarde aan deze bijeenkomst
hier te Loenen. Vandaag kunnen we een periode vol onzekerheden afsjuiten. Dat
doen we met het eerbetoon dat uw geliefden toekomt in aanwezigheid van
u familieleden, vrienden en collegae". Tenslotte maakte Generaal Manderfeld bekend, dat aan de bemanningsleden,
eerste luitenant L.N. Bieger, adjudant F.H.F. Rudolph, sergeant-majoor J.
Akkerman, sergeant 1 J.W.A. Brochard en dienstplichtig soldaat D. de Klerk, postuum
het Nieuw Guinea Herinneringskruis met gesp werd toegekend.

Erewacht bij de graven van de bemanning
van de Dakota
 
links: Kranslegging door de
Plaatsvervangend Chef van de Luchtmacht, Gen. Majoor H.W.J.
Manderfeld.
rechts: Toespraak door Sergeant F.H.F. Rudolph, zoon van de omgekomen
Adjudant-Vliegtuigmonteur.
|