|
Moeizame strijd tegen para's bij
Kaimana en Fak-Fak
Opschrift van de Legerkoerier
1962. De auteur is de kap J.H.Buising
Ongeveer 4 maanden heeft de
strijd tegen de ruim 1000 boven Nieuw Guinea afgesprongen
parachutisten geduurd. Op 30 april (1962) viel de eerste
in handen van de Nederlanders. De op de meeste plaatsen
ingevaren of ingevlogen eenheden mariniers,de langs de
west- en zuidkust gestationeerde onderdelen van 6
Infanteriebataljon,pelotons van het Papoeavrijwil-
ligerskorps,toegevoegde manschappen van de Algemene
Politie en de bevolking zelf hebben in die tijd ruim 400
para's gevangen genomen. Minstens een even groot aantal is
gesneuveld of omgekomen. De rest zwierf rond in het
vochtige,halfduistere oerwoud,dat hun alleen een
bondgenoot was op de ogenblikken dat zij in de dichte
begroeiing wisten te ontkomen,hoewel de gevangenschap hun
redding zou zijn geweest,want meestal wachtte hun in de
natuur een afschuwelijk lot.
Alleen voor het vlakke gebied
van Merauke met z'n grote rijkdom aan herten en wilde
zwijnen en de hun welgezinde autochtone Keiëzen was de
situatie wat gunstiger.
Naarmate meer nieuws over de
landingen en de gevechten Nederland bereikte,heeft men
intens meegeleefd met de dikwijls bovenmenselijke
inspanningen van het merendeel jonge dienstplichtigen. De
ondoordringbaarheid van het land,de geestelijke spanningen
en de licha- melijke ontberingen in de dagen- en
wekenlange speurtochten en in het besef onverhoeds in de
rug te zijn besprongen,maakten het optreden vaak fel en
hard. Vergelijkingen met de Indonesië-tijd gaan hier niet
op.
Het moreel van de Nederlandse
soldaat- veelal voor het eerst in gevecht- is al die tijd
ver- wonderlijk hoog geweest. Hij heeft,hoewel hij in alle
nuchterheid wist voor een labiele zaak te strijden,meer
gedaan dan van hem verwacht mocht worden. In al die zware
patrouilles en wachten zijn weinig soldaten onder de zware
psychichische druk bezweken. Dat het aantal gesneuvelden
en gewonden zo beperkt bleef,is vooral te danken aan de
met overleg uit- gevoerde overvallen op de para-bivaks en
aan de weinige vechtlust,die de Indonesiërs over het
algemeen toonden. Hierbij speelt ook de hulp van Papoea's
en de gidsende politie en PVK-ers een grote rol. Het taaie
doorzettingsvermogen van onze militairen onder bevel van
jonge officieren of onderofficieren is steeds van
doorslggevende betekenis geweest.
Overval bij Argoenibaai
In het bergterrein zuidoost
van Sorong is de daar gelande troep opgeruimd door
Kl-onder- delen. Het snelle succes van mariniers en KL bij
Taminaboean is bekend. Ook op het schier- eiland
Onin,tussen Fak-Fak en Kokas en rond Kaimana,zijn het
gemengde of samen- werkende pelotons van de mariniers,PVK
en KL geweest,die de para's hebben bestreden, hetgeen ook
in het moeras gebied bij Merauke het geval was.
In de weinig aanlokkelijke en
zeer dun bevolkte bergen op Onin en boven Kaimana waren de
berichten over de bewegingen van de infiltranten zo
schaars,dat men soms weken lang niet wist,waar de groepen
zaten. Kwam er dan zo'n melding dan was het biojna altijd
omdat de indringers zich genesteld hadden in de primitieve
voedseltuinen of in zo'n kleine bergkampong zelf en dat
werd niet gewaardeeerd.
Een van de grootste successen
boekte een gemengde mariniers-landmachtpatrouille onder
cammando van elnt A.J.van der Heijden( toen 3 weken in
NNG) bij Kaimana.
In het basisbivak, de kampong
Moyana aan de Argoenibaai,west van het plaatsje,kreeg deze
een melding van een grote groep gehelmde parachutisten,die
een voedseltuin leeg aten.Om Moyana te bevoorraden was een
"scheepje"van de Kon Marine 8 uur onderweg. De
tocht naar de aangeduide plek werd ondernomen met prauwen
7 uur varen,waarna nog 3 uur zwaar klauteren volgde. De
overval op de groep,die 26 man sterk bleek, was een
volkomen verras- sing. Vijftien man sneuvelden, de rest
ontkwam in het oerwoud,vrijwel alle wapens en uit- rusting
achterlatend. Later hebben zich hiervan nog enkelen
overgegeven.
Veel moeizamer verliep de
actie tegen de inmiddels vaak genoemde groep van de
fanatieke Javaanse lnt Hiru Sisnoto die rondtrok in het
gebied rond de Bitsjarabaai oost van het eveneens aan een
baai gelegen Kaimana,waar landmacht,mariniers en PVK in de
kust- kampong Sisir , (drie uur varen voor de LCPR) een
basisbivak had. Hoewel de troep van Sisnoto langzaam
afbrokkelde,bleef hij met z'n para's ongrijpbaar. Tegen
deze groep sneuvelden 2 jonge landmachtmilitairen. Later
hebben zich hier een flink aantal uitgeputte para's
gemeld.
Dwars over Onin-schiereiland
In het ieder voorstelling
tartende terrein bij Fak-Fak was de opsporing vaak
onbegonnen werk. Hier zijn ook de eerste droppings
uitgevoerd;al op 26 april bij Kokas ( een oud infiltratie
gebied) uit 1955 en 1956),waar in de nabijheid van de
bergkampong, een para-peloton van 42 man was geland (
incl. bestuursfunctionaris).
In een bijzonder zware tocht
zijn toen een KL- en een PVK peloton onder bevel van elnt
A.M.Groenewegen via het enige pad dat van Aer Besar ( bij
Fak-Fak) naar Memboektep leidde,dwars over het
schiereiland getrokken. Van Kokas uit voer een mariniers
pelotonde rivier op naar Pasarpendek om de para's vanuit
het noorden aan te vallen. Deze "opdrijfactie"
in het door slechts enkele bevolkingspaden ( en wat voor)
doorkruiste gebied leverde niet het succes dat men ervan
verwachtte,want de groep bleef het "ongebaande"
verkiezen boven de paden en de tuinen,dus werd het zoeken
naar de speld in de beruchte hooiberg...
Wel werd op 2 mei een eerste
resultaat bereikt door een marinierspatrouille van ... 5
man sterk,met als commandant kpl van Loon,die met een
Papoeagids een tuin beslopen bij Nemboektep waar 11 para's
zouden zitten. Bij de overval op het
"tuinhutje"bleken het er maar 2 te zijn. Eén,
een Indonesische lnt,sneuvelde direct;de 2e ,zwaar
gewond,stierf toen hij in z'n eigen chute gewikkeld naar
de kampong werd gedragen.
Omstreeks half mei kreeg ook
de zuidelijke kolonne toevallig kontakt met de para's.
twee ongewenst meelopende honden trokken door hun geblaf
de aandacht van zich blijkbaar vlak bij de patrouille
ophoudende para's,want een hunner vertoonde zich
plotseling aan de ver- kenners. Hij werd neergeschoten.Men
hoorde anderen nog
"madjoe","madjoe"(aanvallen)
roepen,hoorde schieten,maar zag niemand. Wel zag men later
op de heuveltop aan de overzijde van het dal nog een paar
Indonesiërs die,onder vuur genomen,maakten dat ze weg
kwamen. Uit de overigens goed ingerichte bivakken van de
Indonesiërs,die nu noordwaarts uitweken,concludeerde
mendat het marstempo de helft van dat van de KL-troep
was,want men vond er iedere dag twee,waarin weggeworpen
uitrusting en munitie. Men was ze op het spoor en nadere
steeds dichter...
Inmiddels raakten de mannen
onder lnt Groenewegen echter zonder voedsel. Via de
"angry nine"kon nog een verzoek worden
verzonden,daarna raakte de zender defect. De ontvanger
bleef werken,waardoor men de toenemende ongerustheid kon
beluisteren in Fak-Fak. Dank zij een briefje,meegegeven
aan een bewoner van de kampong Mamoer (bij Nemboektep)
bereikte het nieuws van de kapotte zender Fak-Fak en na 2
1/2 dag vrijwel zonder eten te hebben getrokken-
"levend van het land"- vond de Klu Dak zowaar de
opgegeven plaats en dropte noodrantsoenen. De para's waren
inmiddels verdwenen.
Op de 16e mei volgde bij
kampong Wajati vlakbij Fak-Fak de 2e dropping 's-morgens
om 7 uur. Ze kon van de "platjes" in het stadje
worden gevolgd. Een dag later landde weer zo'n groep bij
Mamboeniboeni (Kokas)
Kort daarop is lnt
Groenewegen van het oerwoud uit gaan "répatten"
(thuisvaren).
Hij werd opgevolgd door lnt
C.H.L.M. Moreu,die al enige tijd was meegetrokken.In
kruispatrouilles heeft deze nog goed werk verricht en
daarbij steeds weer enkele para's met z'n troep buiten
gevecht gesteld of gevangen genomen.Dit peloton keerde
terug naar Fak-Fak en werd afgelost door een detachement
onder commando van elnt H.H.Dijcks.
Met handhaving van een strakke dicipline wist hij
gedurende de 6 weken dat z'n peloton patrouille liep ,al
z'n manschappen in uitstekende conditie te houden. Hij
deed zonder enig eigen verlies de para's voortdurend
afbreuk. Helaas is vlak voor "het staakt het
vuren" lnt Moreu in Kaimana overleden aan tijdens een
gevecht bij Kampong Samoer ( Fak-Fak) opgelopen
verwonding.
De natte moesson aan de
zuidkust maakte in die maanden de patrouillegang vaak tot
een hel en bemoeilijkte het zoeken nog meer,doordat de
sporen van de tegenstanders snel werden uitgewist.
Nietemin werden de parachutisten voortdurend opgejaagd en
vielen zij in steeds kleinere troepjes,tot uitgeputte en
verhongerde enkelingen uiteen. Ook de marinierspatrouilles
schakelden hen steeds verder uit.
Ook gemakkelijk succes
Het grootste succes op
Onin-schiereiland werd echter niet bereikt in het
gevecht,maar in een staaltje eenvoudige
"psychologische oorlogsvoering". In zelf en door
de Papoeabevolking ver- spreide eigengemaakte stencils
werden de Indonesiërs opgeroepen zich over te geven.
Daaraan heeft begin juni en groep van 28 man onder
commando van kapt Kartawi gevolg ge- geven.Hij was het
enkele weken na de landing nabij Fak-Fak beu om op een
dergelijke ma- nier gedropt en in de steek gelaten te zijn
in dit prehistorische land en het te moeten bol- werken
tegen honger,vocht,vermoeidheid, de Nederlanders ,de
Papoea's en ... de muskieten.
In nog nimmer betreden
valleien,aan alle kanten omsloten door hoge bergen,in het
westelijk deel van dit schiereiland,zijn zelfs naar men
vermoedt para's gedaald,die hieruit nimmer meer te
voorschijn zullen komen ....
Was de angst om zich over te
gevn echter niet zo groot geweest,dan waren onder hen veel
minder slachtoffers gevallen. Toch is nog verbazingwekkend
dat de landing in zulk terrein- door experts inderdaad
voor onmogelijk gehouden- zonder meer met goed gevolg is
uitge- voerd. Al bleven er para's in de hoge bomen
hangen,gewurgd in de koorden van hun val- scherm,al liepen
er een aantal verwondingen op bij het neerkomen in de
takken, of verdronk- en ze in rivieren of moerassen, het
overgrote deel kwam behouden aan op de grond en hield
het,de morele klap en ontberingen en tegenslagen ten
spijt,vaak maanden vol voor zij,zich gewonnen gaven of
eenzaam omkwamen op onbekende plaatsen.
B.
|