|
MIJN
HERINNERING AAN DE TRANSITVLUCHT MET DE
MARTIN MARINER VP 314 EN VP 302 IN AUGUSTUS 1958.
Door Miel Koelhuis
Overgenomen uit de NIEUWSBRIEF 320- VERENIGING nummer 4 dec. 2000. Februari 2001 George J. Visser
(oud MLD'er)
| Historie Martin Mariner - PBM 5A |
|
| Lengte |
24,5 meter |
| Vleugelbreedte |
36 meter |
| Motoren - 2 |
Pratt and Whitney |
| Boordwapens |
punt 50 mitraileurs |
| Neuskoepel |
2 x 2 |
| Staartkoepel |
2 x 2 |
| Bommenlast |
4000 Lbs |
| Vliegbereik |
2000 zeemijlen |
| Bemanning |
8 |

Foto: Instituut voor Maritieme Historie
De Martin Mariner was van oorsprong een
lange afstand verkenning vliegboot en later omgebouwd tot amfibie vliegtuig. Het werd
gebouwd door de vliegtuigfabriek Glenn Martin Company.
De Martin Mariners werden hoofdzakelijk
gestationeerd te Biak, Nederlands Nieuw Guinea, en een aantal gestationeerd bij het VSQ 8
te Valkenburg voor het trainen van het vliegend personeel.
De Martin Mariners, die op Biak waren
gestationeerd, werden voor het groot onderhoud van Biak naar Nederland overgevlogen. En na
een groot onderhoudsbeurt, bij Fokker Papendrecht, werd het, na een laatste controle beurt
te Marine Vliegkamp Valkenburg, wederom naar Biak overgevlogen.
Dit betreft het relaas van Martin
Mariner VP 314 en VP 302 bemand door bemanning Ltzv H. de Jong.
De bemanning bestond uit:
| Piloot / Bootcdt |
Cdt Ltzv de Jong |
| Piloot. |
Sgtv v.Wetering |
| Waarnemer. |
Ltzw v. Bemmelen |
| Telegrafist. |
Sgt Visser |
| Bwtk. |
Sgt Smaling |
| Bwtk. |
Kpl Koelhuis |
| Boordkonstabel. |
Konst.1 Jacksteit |
De vlucht route was als
volgt gepland via Marseille, Athene, Abadan (Perzië), Karachi (Pakistan), Katunayaki
(Ceylon) en eind bestemming Singapore. Uit Biak vertrok, op een latere tijdstip, de Martin
Mariner VP 302 met bemanning Ltzv Scheurs naar Singapore waar de overdracht van beide
vliegtuigen plaats zou vinden.
Een aantal dagen voor de ferry vlucht:
Martin Mariner VP 314 stond majestueus in de zomerzon te glimmen, net terug van een
grootonderhoud bij Fokker Papendrecht, staat nu klaar voor de overtocht naar Biak.
Het vliegtuig werd, na laatste controle
door de gronddienst, door de bwtk's gereed gemaakt voor de lange vliegreis. Koffers,
vliegrantsoenen en de nodige reserve onderdelen werden in dozen aan boord gebracht.
Na thuis afscheid genomen te hebben,
vertrokken we op 27 Augustus 1958 om 07.42 ZT van Valkenburg naar Marseille, waar werd
overnacht. De volgende dag door gevlogen naar Athene, met eveneens een nacht stop, waarop
29 Augustus werd geland in Abadan.
In Abadan stond de bemanning van VP 303,
boot cdt ltz Hoebing, en de uitgezonden technische hulpploeg uit Valkenburg ons al op te
wachten.
De Martin Mariner VP 303 was onderweg
van Biak naar Nederland, en stond in Abadan met motor storing aan de grond. De hulpploeg
uit Valkenburg, met twee nieuwe motoren, verleende ondersteuning om het vliegtuig weer
vlieggereed te maken voor de vlucht naar Nederland.
Het zou voor ons een nacht stop worden
om vervolgens de volgende ochtend door te starten naar Karachi, maar helaas de pech sloeg
even toe. Tijdens de routine/dagelijkse vliegtuig en motor inspectie, werden we
geconfronteerd met uitgelubberde cilinderuitlaat tapenden, die niet meer gerepareerd
konden worden, zodat één cilinder, en een aantal kapot geraakte uitlaten moesten worden
vervangen. Zo stonden op dat moment twee Martin Mariners in Abadan aan de grond.
VP 303 die reeds in een KLM hangaar
stond en voor VP 314 geen ruimte meer was voor het vervangen van de kapot geraakte
cilinder, werd het probleem opgelost door VP 314 buiten op het grote platform te parkeren.
Een bijkomend probleem was, dat er maar een paar uur per dag aan het vliegtuig gewerkt kon
worden t.w. vanaf zonsopgang tot een uur of tien s'morgens. Daarna was het vliegtuig zo
heet, dat je het metaal niet meer met je blote handen aan kon raken. Wij, met de complete
MLD detachement, dan verkoeling in het zwembad van onze logement het "Seamans
home", waar het in die hitte aangenaam vertoeven was.
Na alle reparaties uitgevoerd te hebben
namen we op 04 September 1958 afscheid van de tech- nische hulpploeg en de bemanning van
Itzv Hoebink.
Na technisch overleg, vanwege de hoge
dag temperatuur (in Augustus, in de schaduw gemiddeld 45 tot 50'C.), besloot onze boot cdt
om tegen zonsopgang te starten.
De volgende stop was Karachi (Pakistan)
en vervolgens Ceylon waar we op 06 September 1958 op een R.A.F. vliegveld te Katunayaki
(Negombo) landen.
Na vliegtuig inspectie te Katunayaki,
werden we wederom geconfronteerd met een aantal kapotte uitlaten en uitgelubberde tapenden
die vervangen moest worden. Maar helaas waren we door onze reserve voorraad heen. We
informeerde bij de R.A.F. technische dienst, wat de mogelijkheden waren om ons in die
behoefte te voorzien, maar ook zij konden ons daar niet aan helpen. Rest ons, om de
reparatie uit te kunnen voeren, de noodzakelijke onderdelen in Valkenburg aan te vragen.
De aangevraagde onderdelen werden een aantal dagen later per KLM post ontvangen,
waarna het mankement gerepareerd konden worden.
Na alle reparaties te hebben uitgevoerd,
en de RAF technische dienst bedankt te hebben voor hun technische ondersteuning vertrokken
we naar Singapore.
13 September 1958 00,33 ZT vertrokken we
uit Negombo en na een vlucht van 10.35 uur landen we in de middag op het R.A.F. vliegveld
"Changi Airport" te Singapore, waar we werden opgewacht door Itzv Scheurs, boot
cdt Martin Mariner VP 302 die een aantal dagen geleden uit Biak is vertrokken. De
begroeting was alles behalve vrolijk. Scheurs kwam met de trieste mededeling dat Martin
Mariner VP 303, na een geslaagde start, terug vloog naar het vliegveld Abadan,
vermoedelijk een noodlanding forceerde en in de landing was neergestort en in brand
gevlogen, waarbij alle bemanningsleden en de technische hulpploeg waren omgekomen. Het
werd heel stil in onze bemanning het was even slikken. Later werd In het "Changi
creek hotel", waar beide bemannings- leden logeerden, nog druk over de verongelukte
Martin Mariner gefilosofeerd.
Op Changi vond de overdracht van beide
vliegtuigen plaats. VP 314 werd aan Itzv Scheurs overgedragen en vloog kort daarna terug
naar Biak.
Na de overdracht was VP 302 van ons en
werd gereed gemaakt voor de terug reis naar Nederland. Edoch de pech sloeg ons weer toe,
na inspectie aan het vliegtuig bleek dat - Het SB vleugeltank de
"Boosterpump" het niet deed en er één uit Nederland moest komen. - Van "BB- Innerflap" het
ophangpunt aan de rompbevestiging was gescheurd en eerst moest worden gerepareerd.
Met steun van de RAF technische dienst,
de reparatie was van dien aard dat er een plaatwerker aan te pas moest komen, werd de
gescheurde "Inner flap" bevestiging vakkundig gerepareerd.
29 Augustus 1958 taxieden we uit
"Changi Airport" naar de startbaan,
toen in een linkerbocht de vlieger geen
reactie meer op zijn neuswiel besturing ondervond. Alle hydraulische oliedrukmeters
stonden op nul. Het toestel liep van de taxibaan af, recht op een sloot aan, maar door vol
te "reversen" kwamen we tijdig tot stilstand en doordat de grond keihard was
konden we zelfs achteruit taxiën tot we weer op de taxibaan stonden. Daar werden de
motoren afgezet en de toren om een trekker gevraagd. Een grappig bijzonderheid: de drijver
van de linkervleugel hing praktisch boven de weg en de Maleise buschauffeur moest vol in
de remmen om die drijver te ontwijken.
Met zijn neus praktisch tegen de vooruit geplakt en ogen als schotels zo groot zat
hij van schrik en verbazing bij te komen... Gelukkig werd de drijver niet geramd.
De oorzaak bleek een gescheurde
hydraulische hoofdleiding te zijn, waarvoor onderdelen uit Nederland moeten worden
aangevraagd. Doordat de nummering van de onderdelen in het onder- houdshandboek en het
part nummer niet met elkaar in overeenstemming was, gaf dit nogal eens verwarring, wat
hier resulteerde in het ontvangen van niet passende onderdelen.
Hierdoor duurde het tot 1 Oktober 1958,
voordat we weer konden vertrekken. De terug reis zou gaan via Butterworht (Malakka),
Katunayaki, Karachi, Abadan, Beiroet (Libanon), Catania (Sicilië) naar onze thuishaven
Valkenburg.
De reis verliep voorspoedig, reeds op 4
Oktober 1958 waren we in Karachi. We logeerden in de KLM hotel, en op 5 Oktober werd op
het vliegveld een kleine inspectie aan het vliegtuig uit gevoerd.
06 Oktober 1958 02.05 ZT vertrokken we
uit Karachi met bestemming Abadan, vluchtduur 7.30 uur. Naarmate we Abadan naderden werd
het stiller aan boord. Na de landing reden we, in de voor ons bekende oude autobus naar
het "Seamans home".
De volgende dag stond bemanning de Jong
op de begraafplaats en stilaan liepen we naar het graf waar onze verongelukte collega's
lagen. Iedereen stond in gedachten verzonken, het is maar zo kort geleden dat we ze
gesproken en gezien hebben, ik heb ze allemaal goed gekend. Om even bij stil te staan en
een laatste groet.
Na wat foto's gemaakt te hebben,
vertrokken we naar ons logeer adres en in de namiddag naar het vliegtuig om het wederom
vlieggereed te maken voor de volgende vlucht naar Beiroet (Libanon).
08 Oktober 1958 11.01 ZT Vertrokken we
met weemoed uit Abadan. De route Abadan naar Beiroet verliep echter niet zo voorspoedig.
Tussen Bagdad en Damascus werden we boven de Syrische woestijn door een tweetal uit
Damascus afkomstige MIG straaljagers onderschept en werden we gedwongen op Damascus
Airport te landen.
Er was een conflict tussen Syrië en
Libanon waarbij Amerikaanse Mariniers in Libanon geland zijn en hadden het vliegveld van
Libanon bezet.
Taxiën tot aan de verkeerstoren en op
het verzoek van de verkeersleiding werden de motoren pas afgezet. Niemand mocht het
vliegtuig uit tot dat het vliegtuig geheel was omsingeld door zwaar bewapende Syrische
militairen. De boot cdt werd verzocht uit te stappen. Ik deed de deur open en liet het
vliegtuig trap neer. Dreigend werden al mijn bewegingen door de aanwezige militairen
gevolgd. De boot cdt Itzv de Jong stapte uit het vliegtuig en werd verzocht in te stappen
in een gereed staand legervoertuig. Kort daarop mocht de rest van de bemanning ook uit
stappen. Op het moment dat Itzw v Bemmelen, uit het vliegtuig stapte, sprong met een
enorme knal een hydraulische rem leiding, waardoor onze waarnemer rood van de hydraulische
olie naar buiten kwam.
Even was er paniek onder de Syrische
militairen, zij dachten aan een explosie, of misschien wel een geheime wapen. Na enige
toelichting van onze kant werd het wat rustiger we werden onder SB vleugel bijeengebracht
en moesten gaan zitten, terwijl de militairen dreigend om ons heen stonden. 1e' bwtk
Smaling kreeg toestemming om de hydraulische leiding te repareren en ik moest met een
Syrische militair mee het vliegtuig in voor het onderzoek. Nose turret, galey, flight
deck, bunk, achter sectie, aggregaat deck en zelfs de tail turret werden grondig
onderzocht.
Eenmaal in de groep gearriveerd kwam
kort daarna onze boot cdt terug. En werd hierna korte Syrische militaire commando's
gegeven, waarna de wapens minder dreigend werden gehanteerd. Intussen heeft Smaling kans
gezien om een nieuwe hydraulische leiding te laten maken, hij kon hierbij kiezen uit een
Amerikaanse werkplaats of een Russische. Ze hadden zelfs een keurige passend trompetstukje
voor hem er aangedraaid!
Na kort overleg, met de militairen,
mochten we weer aan boord en werden de motoren gestart. Onder begeleiding taxieden we naar
de startbaan en gingen we in "Take off' naar Beiroet en schuin achter ons werden we
wederom begeleid door een MIG jager die later van ons afscheid nam. Kort na "Takeoff'
viel de "hull transferpump" uit.
Voor het laatste half uurtje vliegen
moesten we met de hand pomp brandstof uit de hulltank, door Jacksteit en mij zelf, naar de
vleugel tanken overpompen. We moesten eerst naar 10.000 Ft klimmen om veilig over de
bergen te komen.
Toen we in Beiroet landen, wisten we
niet wat we zagen, het hele vliegveld was rondom afgezet door Amerikaanse Mariniers en
tanks. Nadat we nog wat aan het vliegtuig gesleuteld hadden, gingen we met twee busjes
richting stad, naar ons hotel. De chauffeur kende kennelijk maar een stand van het
gaspedaal en dat was "op de plank". Toen we voorzichtig naar voren brachten dat
we nu ook weer niet zo'n haast hadden was het antwoord, " ja, maar er zitten overal
sluipschutters, die schieten op alles wat beweegt en dan moet je ze geen tijd geven om
goed te kunnen richten..."! Als we gedacht hadden van een goede nachtrust te kunnen
genieten, kwamen we bedrogen uit. De Amerikanen reden patrouilles door de stad en dat
deden ze met tanks!
Elk kwartier daverde er zo'n kolos door de straat... welterusten.
De volgende dag gingen we reeds vroeg
naar het vliegveld, want er moest nog het een en ander aan het vliegtuig gesleuteld worden
en de animo om nog een dag te blijven was uiteraard niet aanwezig.
In de loop van de ochtend was het
vliegtuig vlieggereed en vertrokken we naar Catania (Fontana Rosa) op Sicilië, waar we
eind van de middag arriveerden.
Er waren geen mankementen aan het
vliegtuig, zodat we de volgende dag tijdig konden vertrekken voor de laatste ruk naar
Valkenburg.
Op 10 Oktober 1958 06.43 ZT vertrokken
we uit Catania. Geheel zonder probleem verliep dat ook weer niet. Reeds boven Marseille
kregen de vliegers te horen, dat Valkenburg dicht zat met mist en laaghangende bewolking
en er geen GCA beschikbaar was voor een instrumentnadering, zodat gerekend moest worden op
uitwijken naar een ander vliegveld. Dit bericht werd onderweg nog eens bevestigd door
Parijs en Brussel. Eerst boven Woensdrecht kregen de vliegers van Amsterdam te horen, dat
Valkenburg toch kans had gezien iets te improviseren en we op de noodfrequentie een GCA
approach konden maken. Dit laatste lukte perfect, zodat we na de landing 14.00 ZT, naar
het hoofd platform konden taxiën, waar we voor het vliegdienstgebouw werden geparkeerd.
Daar werden we o.a. opgewacht door
Commandant Marine Luchtvaart Dienst en de Commandant van het Marine Vliegkamp Valkenburg.
Daarnaast zag het echter, rond het platform, zwart van de mensen en we begonnen ons al af
te vragen wie van onze bemanning er zo'n omvangrijke familie op nahield. Wat bleek echter:
er was die dag toevallig een ouderdag georganiseerd. Dit programma was letterlijk de mist
in gegaan en het enige wat ze nog konden bieden was een Martin Mariner, die uit Singapore
zou arriveren. En dus werd iedereen naar het platform toe gedirigeerd.
Samenvattend: een reis met veel
"Ups and Downs", maar die ik voor geen goud had willen missen en aan het graf
van onze verongelukte Martin Mariner collega's, VP 303, in Abadan te mogen staan.
VP 302 Werd na groot onderhoud niet meer
naar Biak overgevlogen maar per schip getransporteerd waar het op 17 December 1959 in de
Patipibaai, vlak voor Fak Fak, tijdens een waterlanding verongelukt en in een aantal
stukken brak en zonk.
Vijf van de 8 bemanningsleden kwamen om
het leven, ik zelf behoorde tot de gelukkigen die deze ramp overleefde. Maar hierover is
al genoeg gepubliceerd.
|