Een onderzeebootbasis in de Waalhaven? Veel
Rotterdammers weten het waarschijnlijk niet eens. Maar de marine had
hier van 1945 tot 1960 een, door de Duitse bezetters aangelegde,
duikbootbasis in gebruik. Het was er een komen en gaan van boten als
De Dolfijn en De Tijgerhaai.
Oud-matroos Rinus Peperkamp denkt graag terug aan zijn tijd bij de
onder zeedienst en keerde terug naar de voormalige basis.
Met een beetje storm gaat Rinus Peperkamp (67)
uit Hoogvliet met zijn vrouw naar de zee. En met windkracht negen
brengt zijn zeemanshart hem naar de Maasvlakte. "Heerlijk die wind;
het is een afwijking", geeft de geboren en getogen Rotterdammer toe.
In een sportief windjack banjert hij rond op het parkeerterrein van
Smit aan de Waalhaven Oostzijde.
Terwijl de jonge boompjes op de kade worden gegeseld door hevige
windvlagen, geeft Rinus geen krimp.
Af en toe komt hij in de haven mijmeren over zijn avontuurlijke
zeereizen boven én onder water.
"Daar", wijst Rinus, "bij die gele steiger lagen soms wel vier tot
zes boten afgemeerd. Dan was er volop bedrijvigheid op de basis. En
hier aan de wal stonden een paar bunkers waar verschillende
werkplaatsen zaten voor bijvoorbeeld de bouw en het onderhoud van
torpedojagers".
En waar bivakkeerde het marinepersoneel? Rinus
gebaart met zijn hoofd naar de overkant van de Waalhaven. "Naast de
spoorlijn lagen de barakken voor het personeel. Het was een dorpje
op zich met een kapper, timmerman, bottelier, centrale keuken en een
kerkje".
Voor het vertier gingen de mannen stappen in Charlois en kwamen ze
bij Tante Jopie, Café Lijn en Tante Pietje over de vloer.
Slechts een oud spoorweghuisje herinnert nog
aan de Rotterdamse periode van de marine. Toen de marine de basis in
1960 sloot, werd alles afgebroken. Zelfs het oorlogsmonument met een
plaquette ’verhuisde’ mee naar de nieuwe basis in Den Helder.
Rinus Peperkamp kwam in 1958 in dienst bij de
zeemacht waar hij werd geselecteerd voor de onderzeedienst. Dat had
met stressbestendigheid te maken. Op een onderzeeboot zit je
wekenlang met elkaar op een kluitje. Je hebt elkaar nodig want als
iemand een steek laat vallen, gaat de rest van de bemanning mee. We
waren enorm afgetraind en konden elkaars taken in noodsituaties
overnemen.
De saamhorigheid onder de bemanning van de onderzeedienst is volgens
de oud-marineman ongekend. ,,Tijdens reünies en bijeenkomsten van
veteranenclubs kruipen we altijd bij elkaar’’.
Tot zijn 25ste jaar voer Rinus op verschillende onderzeeboten. Omdat
het gezinsleven eronder leed, verliet hij de marine in 1963.
Hij bleef het water trouw en ging aan de slag bij de sleepdienst en
de baggerdienst op de Maasvlakte.
Uiteindelijk vond hij een job aan de wal bij ICI waar hij op zijn
55ste met de vut ging.
Zijn vrije tijd spendeert Rinus voor een
belangrijk deel aan zijn verzameling marinespullen. Ook heeft hij
veel contact met veteranenclubs en onderhoudt hij met een oud
marine-maatje uit Canada een onderzeebootsite:
http:/peterbrouwers.tripod.com/
De dierbaarste herinneringen uit zijn tijd bij
de marine bewaart de voormalig geruispeiler 1 van de
onderwatercentrale aan zijn onverwacht lange verblijf van 10 maanden
op de Hr. Ms.De Dolfijn in Nederlands Nieuw-Guinea.
Aanvankelijk vertrok de 68-koppige bemanning van deze nieuwe
cilindertype boot in 1962 voor een oefening van 3 maanden richting
Curaçao.
| |

|
De volledige
bemanning van onderzeeboot Hr. Ms. Dolfijn met
vooraan de officieren, daarachter de
onder-officieren, korporaals en de manschappen.
Rinus Peperkamp (in de cirkel, met baard) was naast
geruispeiler ook toko-baas en vaste havenroerganger
aan boord. Als aandenken aan de bijzondere reis met
deDolfijn hangt bij Rinus thuis een fotolijst met
portretten van de bemanning uit die tijd.
Inmiddels zijn al 19 “maatjes” overleden. Rinus
heeft iedereen op de foto kunnen traceren, behalve
telegrafist J. van Uffelen.
Op woensdag 12 juli 2006 viert de onderzeedienst
haar 100 jarig bestaan in Den Helder.
Foto: privebezit. |
|
|
|
Samen met drie jagers en een onderzeeboot kwam
De Dolfijn begin maart 1962 aan in Willemstad. In die tijd liepen de
spanningen in Nederlands Nieuw-Guinea rondom de handhaving van de
Nederlandse soevereiniteit dusdanig op, dat extra militairen werden
uitgezonden. Incluis de boot van Rinus. Alle hens voor de boeg en
opstomen naar Nieuw-Guinea, waar de marine in Biak een thuishaven
had. De Dolfijn kreeg een plekje naast Ms. Keerkring, een
logementschip van de luchtmacht.
Rinus: ,,We waren van de buitenwereld afgesloten. We waren steeds
voor zes weken op zee, overdag onder water en ’s nachts snorkelen op
de diesel.’’
Hij wrijft eens langs zijn snor en vervolgt:
,,Douchen aan boord kon alleen met zout water terwijl de temperatuur
aan boord kon oplopen tot 40 graden. En een wasmachine hadden we
niet! Stinkend en met beschimmelde kleren kwamen we van boord.’’
Hij weet nog goed hoe blij de bemanning was
toen begin oktober het bericht kwam dat de oorlogsdreiging voorbij
was en ze naar huis mochten. Op een donkere donderdag op 22 november
meerde de De Dolfijn af in Den Helder. Aan de besneeuwde kade stond
zijn vrouw hem op te wachten en zag hij voor het eerst zijn zoontje.
Het gezin keerde met de trein huiswaarts, maar na slechts drie dagen
verlof moest Rinus weer aan de bak. Nuchter: ,,Dat ging zo in die
tijd.’’
| |
 |
|
|
|
Na een verblijf van tien maanden op
onderzeeboot De Dolfijn,sloot Rinus Peperkamp op een
winterse dag eindelijk zijn vrouw en zoontje in de armen aan
de kade in Den Helder. Foto: privebezit |
|