|
FATALE VERKENNINGSVLUCHT MARTIN
MARINER VP 302.
Door: Miel Koelhuis -
Bron: Nieuwsbrief 320- vereniging, nummer 1 maart
2001 Via: George J. Visser (oud MLD’er)
In september 1959 werd ik voor een term van 18 maanden
overgeplaatst naar het Marine Vlieg- kamp Biak, te Nieuw
Guinea, en geplaatst bij het VSQ 321. Na mijn tropen
keuring en de essen- tiële tropeninjecties gehad te
hebben ging ik eerst naar de marine kazerne Amsterdam voor
het aanvullen van mijn ontbrekende tropen uitrusting.
Thuis werden alle kledingstukken, zoals de voorgaande
keren, netjes in de koffer gepakt. Een routine handeling
die een marineman eigen is. Het afscheid nemen thuis, voor
een term van 18 maanden, van vrouw en kinderen is niet
zomaar eenvoudig. Toen de datum daar was,
vertrok ik met nog een aantal collega's, vanuit Schiphol
Oost, aan boord van een KLM "Constellation" via
Karachi (Pakistan) naar Biak.
Aankomst te Biak: de hitte, na het uit stappen uit het
koele vliegtuig, kwam mij niet onbekend voor ook de
begroeting was als van ouds "baroe, baroe" werd
er geroepen (wat betekend nieuwkomer) de begroeting klonk
nog even enthousiast als mijn voorgaande term, en zeker
onder de repaters (repatrianten) die wellicht met de
zelfde "conny" huiswaarts gaan. Dit bracht mij
even terug naar mijn eerste detachering (1954-1956) toen
was ieder nieuwkomer ook een "baroe", en de
jongens die naar huis gingen werden de
"repatters".
Aan "repatten" hoefde ik voorlopig niet te
denken want ik had nog vers 18 maanden voor de boeg.
De weerkaatsing van de zon op de karang grond was enorm
het was daarom noodzakelijk om dagelijks een zonnebril op
te zetten. Tijd voor acclimatiseren was er nauwelijks, met
het gevolg dat ik de volgende dag weer gewoon aan het
werk ging.
Na een inwerk periode in de `Technische Hangaar' en een
aantal "touch and go's" en oefen- vluchten, was
ik weer klaar om als BWK in een vliegtuig bemanning
ingezet te worden. Zo herinner ik me de eerst opdracht,
een routine vlucht naar Merauke met een nacht stop bij het
korps mariniers en de volgende ochtend een overland vlucht
terug naar Biak, daarna een aantal vluchten naar Manokwari
waar verse groenten gehaald moest worden, de zogenaamde
groenten vlucht.
De Marine leiding had destijds, vanwege het aantal
vliegtuig ongevallen tijdens het overvliegen, besloten om
de Martin mariner's in den vervolge per vrachtschip te
transporteren.
Zo is inmiddels de VP 302,
die ik in 1958 als BWK van Singapore naar Nederland mocht
overvliegen, uit groot onderhoud aan boord van een
vrachtschip, aangekomen.
Het vliegtuig romp boven op het dek geplaatst, de
vleugels, powerplant, vliegtuig accessoires en reserve
onderdelen bevonden zich in het laadruim opgeslagen. Aan
de kade werd de VP 302 nauwgezet van boord gehesen en met
het groots mogelijk voorzichtigheid naar het vliegveld
Boroekoe getransporteerd.
In de "Tech. Hangaar" werd het vliegtuig, waar
ik aan mee mocht sleutelen, geassembleerd.
De vleugels werden aan het vliegtuig gespannen, de
motoren werden geplaatst en het vliegtuig nauwgezet
gecontroleerd. Gezien de tropen werktijden en de
complexiteit van het vliegtuig duurde het een aantal weken
voor dat het vliegtuig wederom, luchtwaardig werd
verklaard.
Na een aantal test vluchten werd het vliegtuig
overgedragen aan het squadron 321 waar het ingezet kon
worden voor alle tactische doeleinden.
Zo werd VP 302 in December 1959 ingezet voor een
Patrouille vlucht, de Kampong verkenning.
De verkenning duurde, afhankelijk van de opdracht,
3 a 4 dagen.
De bemanning bestond uit:
Vlieger / boot cdt Ltzv Adriaanse: (cdt vsq 321)
Ltzv Bertram. Ltzw Slikker. Sgt Wams. Sgt Ruller. Kpl
Koelhuis. Kpl v. Balen. Konst I v. Loon.
De vluchtroute ging als volgt, langs de vogelkop naar
Jefman (Sorong) voor de eerste nacht stop. Daarna om de
Zuid, de Radja Ampat eilanden en langs de kustlijn via
Fakfak, Kaimana, Kokonau en als laatste bestemming Merauke
aan de Z.O. hoek, waar onze eerste traject eindigt en wij
bij het korps mariniers werden onder gebracht. De
thuis-route naar Biak is afhankelijk van de gegeven
opdracht.
Op 15 December 1959 werd het vliegtuig gereed gemaakt voor
de verkenning. De vliegrantsoenen en de bush
overlevingspakket, waaronder `jungle karabijnen', werden
door de boordschutters aan boord gebracht.
De poststukken en de bestellingen van de detachementen
mariniers, die wij onderweg moesten aandoen, werden
geleverd. Zo stond VP 302 klaar voor de start.
16 December 1959 in de ochtend voor het vertrek, melde Sgt
Ruller zich ziek, hoge koorts, buikloop en kreeg
vliegverbod. Sgt Gerhard de Bruyn moest derhalve invallen,
zodat we met een kleine vertraging toch nog redelijk op
tijd konden vertrekken.
Via de vogelkop landen we in de middag op het eiland
Jefman bij Sorong. Na het gebruikelijk vliegtuig inspectie
en geassisteerd door de grond bemanning werd het vliegtuig
weer gereed gemaakt voor de volgende vlucht. Daarna werden
we bij de Mariniers, die daar permanent gedetacheerd zijn,
ondergebracht.
17 December 1959 na een goede nachtrust en een goed
ontbijt genoten te hebben, vertrokken we in de ochtend uit
Jefman. We vlogen via de Radja Ampat eilanden langs de
kustlijn voor een stop te Fakfak, om daar de poststukken
en bestellingen af te geven. Onderweg zouden we voor
oefening op het water een aantal landingen en starts
maken, de zogenaamde `touch and go's'.
Er stond een harde wind en een stevige zeegang. Door de
hoge golven waren de landingen en de starts, niet bepaald
plezierig en zo hadden we een aantal landingen en starts
gemaakt waarbij de laatste landing voor Fakfak in de
Patipibaai plaats zou vinden.
De zee leek daar achter het eilandje Noesiabar, wat
rustiger. De landing werd voorbereid, de "down-wind
check" werd uitgevoerd en de landing werd ingezet.
Het vliegtuig maakte een bakboord bocht voor een
"final approach" achter het eiland.
Daarna hoorde ik een enorme klap, voor mijn gevoel maakte
het vliegtuig een tuimeling en werd ik naar voren gesmeten
en toen water veel water en luchtbellen, het werd donker,
ik werd weggezogen en snakte naar adem.
Eindelijk kwam ik boven
drijven en hapte naar lucht, het was stil; niets te zien
dan alleen maar golven. Ik was suf en trok de C02 fles van
mijn zwemvest open en dreef in mijn opgeblazen zwemvest
midden in de benzine. Ik had pijn en voelde me suf en
duizelig.
Ik hoorde Gerhard de Bruyn roepen: Miel, help, mijn
zwemvest is kapot, m'n rug doet pijn, ik voel niets meer
in mijn rechterbeen". Ik zwom met pijn en moeite naar
Gerhard toe en hij hield zich aan mij vast zodat we samen
op mijn zwemvest dreven.
Het was bepaald geen pretje: het was regenachtig weer en
er stond een hoge deining.
Ik betaste het zwemvest van Gerhard en het voelde
inderdaad aan of het gescheurd was. Ik trok de C02-fles
van zijn zwemvest open en waarachtig werd het opgeblazen:
gelukkig was alleen maar de buitenmantel van het zwemvest
gescheurd.
Zo dreven we versuft van pijn midden in de benzine en
waren bang dat die zou gaan branden. Ik hoorde onze
waarnemer, Ltz Slikker, roepen maar zag ik hem niet door
de hoge deining.
Gerhard en ik konden ons gelukkig vastklampen aan een
"bombaytank" tank, die boven was komen drijven.
We waren uitgeput maar hielden de tank goed vast.
Door de hoge golven zag ik af en toe een Papoea-prauw, we
schreeuwden om hulp. De Papoea-vissers hadden ons
geschreeuw gehoord en even later kwamen enkele prauwen
naar ons toe roeien. Vanwege de uitstaande drijvers
manoeuvreerden de paoeavissers behoedzaam met hun prauwen
zodat ze ons elk in een prauw aan boord konden trekken.
Met onze opgeblazen zwemvesten was dit niet zo simpel. Het
ging met veel pijn gepaard en wij lieten dat ook luid en
duidelijk horen.
De vissers roeiden de prauw, waar ik in zat, het strand op
en ik werd , gesteund door twee paoea's, behoedzaam een
kampong-hut binnen gebracht.
In een rokerige ruimte werd ik op een "tampatje"
gelegd, ik had het koud was versuft, duizelig, misselijk
en had veel pijn. Een oude Papoea vrouw boog over mij heen
en gaf mij wat te drinken het was warm en smaakte naar
thee, er werd een sarong of misschien een kleed over me
heen gelegd, dat deed me goed, ik werd daar door de
Papoea’s goed behandeld.
Gerhard de Bruyn lag in een andere kampong-hut en Ltz
Slikker werd door de Papoea-vissers naar een
gouvernements-huis gepeddeld.
Verklaring van een ooggetuige uit de kampong Roembati:
Het weer was bewolkt en het had de hele nacht en ochtend
geregend er stond een vrij hoge deining van ongeveer één
meter. Toen het vliegtuig het water raakte sloeg het
meteen over de kop. Alleen het uiterste gedeelte van de
staart bleef ongeveer 20 minuten boven water zichtbaar. We
zijn na het ongeluk met zeven prauwen naar de plek gevaren
....
Later in de avond, nacht of misschien ochtend werd ik door
het medisch team van Hr.Ms.Amster- dam in een motorsloep,
opgehaald en aan boord gebracht.
Hoe dit allemaal gegaan is, is mij volkomen ontgaan.ln de
ziekenboeg werd ik, op de operatie tafel, door een marine
arts onderzocht en behandeld aan mijn verwondingen. Na de
behandeling werd ik in een ziekenboeg-bed gebracht waar ik
Gerhard de Bruyn terug zag. Ik herinner mij de goede
zorgen van het medisch team en de warme belangstelling van
de bemanningsleden. Ook de commandant Siliacus gaf blijk
van zijn bezorgdheid en kwam af en toe de ziekenboeg in.
Voor nader onderzoek van het vliegtuigongeluk en de
rouwceremonie, verbleef Hr.Ms.Amsterdam nog een aantal
dagen in de Patipi baai.
Na de rouwceremonie en de kranslegging in de Patipi baai,
door de aanwezige deputatie: de waarnemend Gouverneur de
heer A. Boender, CZMNG Schout bij nacht G.J. Platerink,
cdt Hr.Ms.Amsterdam kltz J.C.A. Siliacus en waarnemend cdt
vsq 321 Itzv L.C. Kuiken, voer Hr.Ms. Amsterdam richting
Sorong waar wij, de Bruyn en ik, van boord gingen en naar
een BPM (Shell) ziekenhuis werden overgebracht.
De volgende dag werden we per Bell Helikopter van de BPM,
op een aan de helikopter bevestigde buitenboord brancard,
vastgesjord en naar Jefman overgevlogen, waar een Dakota
klaar stond om ons via Biak naar Hollandia ziekenhuis te
vliegen.
Na de fatale landing van VP 302, heeft de Marineleiding
besloten om niet meer met de Martin Mariners te vliegen.
Drie man overleefden het ongeluk: de waarnemer, Ltz
Slikker en de twee bwtk's, Sgt Gerhard de Bruyn en
ikzelf, Kpl Miel Koelhuis. |