|
Wacht op Woendi
Over "onwettige
immigranten"- Legerkoerier 1962,de
auteur stond niet vermeld bij dit artikel.
In januari van dit jaar
(1962) richtte een landmachtpeloton onder commando van lnt.
L.E.E.Maljaars op het kleine eiland Woendi,noordoost
van Biak een neiuw interneringskamp in,bestemd voor de
opvang van gevangen genomen infiltranten.
De eerste groep die er enige
tijd vertoefden,waren een 50 tal overlevenden van de
"Maijca Toetoel" de motortorpedeoboot die door
H.M Evertsen tot zinken werd gebracht bij een poging de
Etna-baai aan de zuidkust binnen te varen. Ze keerden na
enige tijd weer naar Indonesië terug.
Inmiddels kwamen na hen de
gevangen genomen parachutisten op Woendi aan. Omdat ons
land niet in oorlog was met Indonesië,konden zij niet als
krijgsgevangenen wordenbeschouwd en behandeld. Ze werden
tot onwettig binnengekomen immigranten
verklaard,aangetroffen in verboden wapenbezit en
dienovereenkomstig als gevangenen van het gouvernement op
Woendi geïnterneerd. Ze moesten hun camouflage-overalls
verwisselen voor het blauwe gevangenisbaadje. Hun aantal
groeide snel tot enkele honderden. Het infanterie
beveiligings- peloton had aan de bewaking van dit vrij
grote aantal Indonesiërs een inspannende taak.
Op 12 uur wacht was men 24 uur vrij. De wachtdienst
was strak georganiseerd,want voor alles wilde men iedere
moeillijkheid voorkomen. Het eilandje zelf slechts enkele
kilometers groot,bod weinig voor de vrije tijd. Het telde
3 kleine kampongs,waarvan er één gebouwd was op de
fundamenten van een groot Amerikaans hospitaal dat hier in
de 2e wereldoorlog had gestaan. Links en rechts lagen in
de wildwernis grote installaties te roesten,die in die
tijd coca-cola produceerden voor de divisies op Biak. De
gevangenen had men wat ruimte laten kappen voor oefen- ern
schietgelegenheid.
's-Morgens deed men druk aan
sport en berder kon men prauwvaren in de lagune,of
zwemmen. De welzijnszorg,de commandant van de 7e Afd Lua
en de Luchtmacht op Biak deden hun best om deze afgelegen
groep zoveel mogelijk te helpen. Met het marinescheepje
dat de verbinding onderhield tussen Biak en Woendi kwamen
de gevangenen en de voorraden aan en ging de bewaking in
kleine groepjes op verlof naar Biak. Alouettes van de KLu
vlogen op gezette tijden dokter,geestelijke verzorging en
ieder die er zaken had te doen ,van Mokmervliegveld naar
het betonnen platje van enkele vierkante meters op het
uiterste puntje vlak naast het kamp. De vliegers zettende
helicopters er haarfijn op neer,lieten hun passagiers uit
- en instappen om vervolgens met bekwame spoed terug te
wieken naar Biak,want de Alouettes waren in de eerste
plaats de reddingstoestellen voor de Luchtmacht. Het
bootje en de helicopter waren de enige levenstekenen van
de wereld buiten Biak. Voor de rest zat de kleine groep
alleen met het steeds groeiend aantal geinterneerden,maand
na maand uit op een eiland waarvan men ieder
boompje,huisje en beestje kende en waarin men om z'n
verbondenheid met Nederland uit te drukken de weinige
zandwegen had voorzien van de bordjes
"Kalverstraat"en "Overtoom"
Snelle aanpassing
Bij de poort van het
Marinekamp Sorido kwam een Kl-er aangehold die de
"busdienst"naar de stad voor z'n neus zag
weggaan.
"De sloep naar de wal is vertrokken",zei
de sergeant van de wacht.
"Hindert niet sergeant", "dan ga ik
er wel achteraan zwemmen"
Dit laaste heeft niks met Woendi te maken maar het
oude bekende grapje doet het nog steeds goed.
Daar het artikel over Woendi
geen ondertekening heeft ga ik er maar vanuit dat dit de
kapt Buising is die de meeste artikelen in de Legerkoerier
NNG aangaande heeft geschreven |