F-16 piloot verrichtte als eerste Nederlandse vlieger na WO
II een oorloghandeling
"Bekroning op de opleiding en voortdurend oefenen"
"Voor het
detachement was het heel belangrijk dat we hadden bewezen
werkelijk inzet te kunnen leveren. Ik was trots op onze
geslaagde actie.
Maar terwijl wij al weer achter een borrel zaten, lagen de
mannen in Srebrenica onder voor, in de dikke shit.
Dat is dus heel dubbel", vertelt voormalig F-16 piloot Manja
Blok (42) in een gesprek over haar inzet in het luchtruim
van voormalig Joegoslavië.
|
|
 |
Bron: Checkpoint mei 2006
Door: Klazien van Brandwijk |
|
Manja Blok op Vliegbasis Leeuwarden
Foto: privé-collectie Manja Blok |
Als F-16 piloot verbleef Manja Blok tussen
1993 en 1997 regelmatig periodes op Villafranca, dé uitvalbasis voor
werkzaamheden in het voormalig Joegoslavische luchtruim. Op 11 juli
1995 gooide zij vanuit haar F-16, op aanwijzing van Nederlandse
forward air controllers (FAC'ers), twee ongeleide Mk 82 bommem
op Bosnisch-Servische doelen. Hiermee werd zij de eerste Nederlandse
piloot die na de Tweede Wereldoorlog een oorlogshandeling
verrichtte.
Eerste jachtvliegerster
Haar vader, die biologieleraar was en ooit ambities had gehad
zelf te vliegen, adviseerde Manja om na het middelbare-schoolexamen
te gaan vliegen. "Ik ben toen voor een keuring naar de Rijks
Luchtvaart School gegaan. De eerste dag ben ik voor de volle honderd
procent afgekeurd. Ik was niet geschikt om te vliegen én niet om te
studeren. Zo kwam ik mijn atheneumdiploma terecht bij een
uitzendbureau. Op mijn drieëntwintigste woonde ik samen en mijn
bedje leek gespreid. Maar ik wilde meer met mijn leven." Naar aan
leiding van een open dag van de Koninklijke Landmacht stuurde Blok
een bonnetje uit Veronica Magazine in en werd uitgenodigd
voor de keuring. "Voor het eerst in mijn leven kreeg ik te horen dat
ik voor meerdere functies geschikt was: 'U kunt wel officier worden
en zelfs piloot.' Ik had geen gerichte plannen, dus dat leek mij wel
wat." Om toegelaten te worden tot de opleiding voor
helikoptervlieger zou Blok nog twee jaar moeten wachten, als
jachtvlieger kon ze meteen beginnen. De luchtmachtvrouw werd
tijdelijk op Leeuwarden gedetacheerd. "De ontvangst op het vliegveld
was een beetje in de trant van 'ach, daar heb je weer zo'n meisje
dat wil vliegen; stop d'r maar een keer achterin, dan is ze
misschien wel genezen.' Ik vloog een keer mee in een F-16 en toen
wist ik zeker dat ik het leuk zou gaan vinden!"
Vlak voordat Blok voor verder opleiding naar Amerika vertrok, hoorde
ze dat Nelly Speerstra daar als eerste Nederlandse jachtvliegster
was geslaagd. "Ik was extreem verbaasd, want mij was verteld dat er
veel meer vrouwelijk jachtvliegsters waren. In Amerika was men erg
streng, maar ondanks de regels heb ik er een fantastische tijd
gehad. Wel realiseerde ik me meer en meer 'wat en hoe ik het doe,
zet de toon voor hoe ze over vrouwelijke vliegers denken.' Ik wilde
vooral niet afgaan en moest waarmaken":
Keihard werken
Tijdens de internationale opleiding, waar zowel instructeurs als
leerlingen uit alle NAVO-landen waren, moest er hard gewerkt
gestudeerd. "Ik heb, net als anderen, ook missers gemaakt en
onvoldoendes gevolgen. Ik deed de opleiding net als alle andere
studenten en werd ook zo behandeld. Anders dan Nelly Speerstra werd
ik uit de publiciteit gehouden. Wel was het soms lastig dat ik
tijdens bezoeken altijd de aandacht van alle generaals kreeg. Dat
riep bij de mannen wel eens afgunst op."
Net als de mannen nam de luchtmachtvrouw deel aan de survival
voor vliegers. "Dat was waanzinnig goed opgezet. Het was echt
bikkelen. 's Nachts lopen, krijgsgevangen worden, ondervragingen
noem maar op. Keihard werken, maar geweldig!" In het bezit van het
militaire brevet en wings keerde luitenant Blok in april 1989
terug in Nederland.
De anderhalf jaar durende opleiding om met een F-5-straaljager in
het Europese luchtruim te leren vliegen, rondde Blok met goed
resultaat af. Een plaatsing op Leeuwarden volgde. "Dat was
fantastisch. De sfeer, de collegialiteit en in de mooiste machines.
Ook de collega waarmee ik alle opleidingen had gevolgd, werd op
Leeuwarden geplaatst. Inmiddels wonen wij samen en hebben drie zonen
." Net als andere F-16 vliegers maakte de inmiddels eerste luitenant
Blok vanaf oktober 1993 deel uit van de operatie Deny Flight.
Deny Flight
Voordat de toenmalige minister van Defensie Ter Beek in december
n1992 de NAVO een aantal F-16's aanbood, had de luchtmachtstaf al
vanaf mei 1992 over een dergelijke inzet gefilosofeerd.
Op Vliegbasis Twenthe werd het 315 Squadron voorbereid op een
eventuele inzet ten behoeve van een crisisbeheersingstaak in
voormalig Joegoslavië. Op 3 april 1993 werden luchtmacht officieel
verzocht om met ingang van 8 april F-16's voor de operatie
beschikbaar te stellen. De recce party
(voorverkenningseenheid) werd nog de zelfde avond op de hoogte
gebracht van het aanstaande vertrek naar Italië. Zondag 4 april
arriveerde eerste team op Villafranca, een gemengd civiel-militair
vliegveld, nabij het Gardameer. Al snel ontdekte de recce party dat
Villafranca maar over een beperkte militaire infrastructuur
beschikte. De voor de Nederlandse F-16's beschikbare shelters,
parkeerplaatsen en taxitracks lagen vlak langs de openbare
weg. Permanente bewaking was geboden. Verder lag de betonbaan
helemaal los en de vliegbasis vol met sintels, grind en steen. Een
groot probleem, omdat de luchtinlaatmotor van de F-16 nogal laag
hangt en extra gevoelig is voor FOD, foreign object damage
(vreemde objecten schade). Een klein steentje dat naar binnen wordt
gezogen kan de motor van de F-16 volledig vernielen. Vanuit
Nederland werden veegwagens aangevoerd om de FOD te bestrijden.
Ook was er geen legeringaccommodatie. Het detachement werd
ondergebracht in hotels. In eerste instantie werden vier F-16's
gestuurd. Later werden dat achttien toestellen. Twaalf F-16's en zes
RF-16 fotoverkenners. De fotoverkenners werden door F.16's vervangen
toen bleek dat de NAVO daar meer behoefte aan had. Maandag 12 april
maakten NAVO-gevechtsvliegtuigen in opdracht van de Verenigde Naties
een begin met het afdwingen van het vliegverbod boven
Bosnië-Herzegovina: Deny Flight. Vliegend boven de Adriatische Zee
kregen twee Nederlandse F-16's en twee Amerikaanse F-18 Hornets
te horen dat zij konden beginnen met de eerste CAP
(combat air patrol; luchtverdedigingmissie). De Nederlanders,
met in hun kielzog de Amerikanen, overschreden de kustlijn naar de
no-fly zone en vlogen als eersten in het luchtruim boven
Bosnië-Herzegovina. Deny Flight was een feit. Dit historische
moment, het afdwingen van het vliegverbod, werd gemarkeerd door de
inzet van ongeveer 170 toestellen uit verschillende NAVO-landen.
Het werk
Na een hectisch en enerverend halfjaar werd het eerste
detachement door een detachement van Leeuwarden afgelost. De
Friezen namen zoveel mogelijk van het Twentse detachement
over en zo vlogen de Friese vliegers hun missies boven
Bosnië in Twentse F-16's.
Door de gefaseerde overgang van de wisseling van de wacht
kon een nieuw aangekomen jachtvlieger onder toeziend oog van
een ervaren Twentse F-16 vlieger ervaring opdoen in het
luchtruim van Bosnië-Herzegovina.
Aan eerste luitenant Manja Blok was de eer als eerste Fries
een vlucht boven het Bosnische grondgebied te verzorgen. In
de daarop volgende periode verzorgden Blok en haar collega's
de CAS (close air support; luchtsteun) en CAP.
|

|
|
"Het echte werk",
zoals zij het zelf noemt. |
Manja Blok tijdens een werkbezoek van minister van Defensie
Voorhoeve aan Villafranca in 1994. Foto.: privé-collectie
Manja Blok |
|
Blok en haar man verbleven afwisselend in Villafranca. "Ik
ken beide kanten. Die van uitgezonden zijn en als
thuisfront. Als thuisfront is het moeilijkst. Je zit in
feite te wachten tot de andere weer thuiskomt. Als je bent
uitgezonden, dan vliegt de tijd. Iedere dag is anders. Het
vliegen op zich stelt niet zoveel voor, maar de combinatie
van radar, radio, de tactische missie, het op tijd halen van
je doel, het ontwijken van luchtafweer en het bijeenhouden
van de formatie is de uitdaging. Iedere missie heeft een
doel en de uitdaging zit in het volbrengen van je taak.
Iedere dag was het oefenen om elkaar te beschermen en het er
levend van afbrengen. Het succes is meetbaar en je bent in
gezelschap van gelijkgestemden". |
Op 11 juli 1995 stonden Blok en een collega
gepland voor een oefenmissie boven Italië. "In plaats daarvan werden
we naar het wachtgebied gedirigeerd. Ik was leider van de vlucht. Na
ongeveer vijftien minuten 'hangen' kwam het bericht dat de 'window-open'
was. Ik wist nog steeds niet wat de bedoeling was. 'Ga er maar heen,
dan zie je wel', kreeg ik als antwoord. Pas toen ik de stem van de
FAC'er 'cleared hot, cleared hot' hoorde schreeuwen, werd me
duidelijk dat we daadwerkelijk air support gingen leveren. De
verdere communicatie met de commando's op de grond ging in het
Nederlands, dat is heel bijzonder, want normaal gesproken gaat alles
in de luchtvaart in het Engels".
Tijdens het interview zet Blok de video aan en even later klinkt het
verloop van de actie door de kamer. "This is windmill-zero-two,
ziet u die haarspeldbocht, daar rijdt een tank, ziet u dat ding?" "Roger."
De commando op de grond meldt dat hij dekking moet zoeken en "Pak de
tweede haarspeldbocht, daar staat nog een tank, die vuurt op onze
positie. Alles wat u ziet in de richting van het zuiden is cleared
hot voor u." Op het scherm is te zien dat de piloot een duikvlucht
maakt en haar eerste bom op de Bosnisch-Servische tank dropt. Op de
aanwijzingen van de grond - 'daar zijn allemaal slechte jongens' -
wordt ook de tweede bom gedropt. Blok meldt naar de commando op de
grond; "mijn wingman gooit nu zijn bommen, dan moeten wij
helaas naar huis." Nadat de tweede vlieger zijn bommen heeft gedropt
keren de vliegers, met een 'hou je haaks en bedank' van de grond,
terug naar de thuisbasis Villafranca. "Als ik nu terugkijk, dan was
er geen enkele aarzeling. Wij waren goed getraind en hebben onze
actie goed uitgevoerd. De missie is natuurlijk uitvoerig
geëvalueerd. Temeer ook omdat dit de eerste Nederlandse
oorlogshandeling was."
Kinderen
"Als militair moet je voor honderd procent inzetbaar zijn. Als je
vliegt ben je kwetsbaar. We hadden een kind en wilden er wel meer.
Elke zwangerschap koste me een jaar niet vliegen. Ik vond het niet
van deze tijd dat zowel de vader als de moeder in een F-16 zat. Als
ik een man had die de kinderen verzorgde, dan zou ik wellicht niet
gestopt zijn als F-16 piloot. Ik ambieerde geen managementtaken,
maar zelfs dan moetje beschikbaar én inzetbaar zijn. Ik ben een
typisch tachtig jaren product. Een beetje meid is op haar toekomst
voor bereid, het moederschap, minnares zijn, een rol spelen in de
familie, leuk en interessant zijn en vrijwilligerswerk doen. Kortom,
mijn generatie vrouwen heeft een enorme opdracht. Je moet van alles
en daarmee hebben we een gat voor onszelf gegraven:"
Blok verliet de luchtmacht en ging voor Transavia vliegen. "Door de
fantastische hulp van mijn schoonouders kan ik blijven vliegen in de
burgerluchtvaart. In mijn vak kun je niet vijf jaar stoppen, want
dan zijn al je brevetten verlopen.
In bijvoorbeeld Noorwegen is kinderopvang en dergelijke veel beter
geregeld dan hier. Na jaren gedoe is in Leeuwarden pas in 2003
kinderopvang gerealiseerd, daar wordt veel gebruik van gemaakt.
Natuurlijk mis ik de luchtmacht en ik heb alle facetten van het werk
meegemaakt en had dat niet willen missen, maar mijn leven nu is
prima!"
Luchtaanval
11-07-1995: In een poging de Bosnisch-Servische opmars te
stuiten voeren twee Nederlandse F-16's twee luchtaanvallen
uit op enkele vijandelijke tanks die zuidelijke richting
naar Srebrenica oprukken. De F-16's gooien op aanwijzing van
Nederlandse tactical air control parties (TACP's),
elk twee ongeleide Mk 82 bommen op Bosnisch-Servische
doelen. Gelijktijdig ingezette Amerikaanse
jachtbommenwerpers kunnen hun doel echter niet vinden en
moeten onverrichter zake naar hun basis terugkeren. De
aanval komt te laat om het tij nog te kunnen keren. De val
van Srebrenica is een feit en de Bosnisch-Servische
strijdkrachten vermoorden een groot deel van de mannelijke
bevolking.
|
|
|