Dit is mijn verhaal:
Luc van Kalken - Libanon-veteraan.
Aankomst.
Zoals bij bijna alle Libanon gangers begint ook mijn verhaal
in Assen in de JWF kazerne aldaar.
Ik moest me daar op een mooie dag melden en zou binnen 4 weken
vertrokken zijn naar Libanon.
Het 44e PAINFBAT was onlangs vertrokken en het was de bedoeling dat
we als laatste aanvulling van het bat. de gelederen zouden
versterken.
We waren de laatste aanvulling van wat ze 'specialisten' noemden,
gewoon chauffeurs wat genie, verkenners en meer van dat spul.
Het vertrek is één of twee keer uitgesteld maar ergens in mei 1979
kwam het er dan toch van.
We vertrokken van vliegbasis Soesterberg. De laatste nacht werd dan
ook daar doorgebracht.
In een speciale barak werden we geïnstalleerd met de uitdrukkelijke
opdracht dat we niet van de slaapzaal afmochten. We hebben die
laatste nacht dan ook weinig geslapen.
Iedereen was bezig met de dag daarop en er werd tot diep in de nacht
gepraat over wat ons te wachten
stond. De volgende dag was het dan zover en stapten we in het
vliegtuig richting midden oosten
Het eerste wat ik van Libanon ervoer was de idee dat toen ik uit het
vliegtuig stapte ik in een warme deken werd gewikkeld. Het was in
plus/minus 35 graden.
Van die eerste uren op het vliegveld van Beirut kan ik me niet
zoveel herinneren. We zullen zoals
gewoonlijk wel een tijd hebben staan wachten om ons vervolgens het
!@#$ te moeten haasten naar een andere plek waar we wel zullen
hebben staan wachten tot we in de drie tonners zijn geladen en de
lange weg naar het zuiden en de posten begon.
De rit duurde zo'n 4 uur. We keken onze ogen uit naar het
kleurrijke leven van mensen uit een heel andere cultuur. Maar ook de
dreiging die van Beirut uit ging. Mensen met wapens, brandende
banden als versperring opgeworpen op de weg. Schrikken als je door
hebt dat het konvooi daar niet voor stopte en met een flinke
snelheid de obstakels en gewapende elementen zoals wij ze noemden
als je niet wist tot wie ze behoorde, ontweek.
Op de weg buiten Beirut richting zuiden was het al niet beter., veel
elementen in kleurrijke Uzuki pick-ups Met een of andere vuurmond
erop. Een beeld waar we allemaal aan zouden wennen. Het verkeer
op die weg was zoals overal in het oosten. Die gene met de beste
zenuwen heeft voorrang.
Naarmate de rit vorderde en we meer naar het zuiden reden werd de
omgeving grimmiger.
We reden door dorpen waar de hele bevolking was verdreven of
vermoord omdat het of moslim of christen was. Beide partijen keken
niet op een of twee slachtoffers. Bij het laatste roadblock van naar
ik meen PLO trokken we over de rivier de Litani en betraden we VN
gebied. Dit werd beheerd door de Fiji's en we hebben een hele tijd
moeten terug zwaaien.
Toen we een vies dorp Qana geheten en gelegen in Fiji gebied
verlieten riep de bijrijder 'OK jongens we zijn thuis'. We
waren in het gebied van 'Dutchbatt'.
De post waar ik lag had een huis met een plat dak en een tent op een
tweede plat dak.
In die tent was de officiers mes. Op het dak van het trappenhuis en hoger
lag dan dit grote dak was een wachthuisje. Ik heb daar heel wat uren
doorgebracht.
In het huis sliepen de onderofficieren met de rang van SGT. of
hoger. Ook de 'kantine' van ons soldaten had een onderkomen in het
huis. Er waren nog twee kamers die als kantoor/slaapplaats van de
hogere officieren 'Kpt, 1eLtn en zo werden gebruikt. Je had de
'radio kamer', een trap naar het wachthokje op dat platte dak en dan
had je het wel gehad.
Achter het huis stonden vijf tenten. Achter die tenten lagen twee
mortier kuilen met 120 mm mortieren.
Ik sliep in de tent naast de waterbunker en het huis. We sliepen
onder klamboes en het was kamperen maar het had zijn charmes. Mijn
functie was chauffeur, verkenner, radiotelegrafist. Wat inhield,
veel
patrouilles lopen ('s nachts), heel veel rijden (overdag).Ik heb
zeven maanden op deze post gezeten.
Slechts met één maatje heb ik contact kunnen houden in de
afgelopen 23 jaar.
Vaak heb ik gedacht aan die mensen waarmee ik deze tijd van mijn
leven heb gedeeld.
Nooit heb ik meer de kameraadschap gevoeld welke daar 'normaal '
was.
Het werk was zwaar en gevaarlijk. De maatschappij kreeg andere
verhalen te horen dan welke wij beleefden. Het slot was dan ook dat
toen wij weer thuis kwamen we geen klankbord vonden.
Onze verhalen en gebeurtenissen waren ondergeschikt aan de mening
van anderen, waren die
daar ook geweest?
Het valt allemaal wel mee, ze zijn mooi bruin geworden, daar is ons
niets van bekend.
Dus sloot je je af. Je bouwde je muurtjes. Toen ik het dak erop had
was ik 9 a 10 jaar verder.
Nu 23 jaar later in het tijdperk van internet 'surfde' ik op de site
van de 'Bleuhelmets'. Een mailbox voor en van oud VN
militairen.
Een feest van herkenning om te lezen dat een hoop jongens van toen
dezelfde ervaringen hebben meegemaakt als ik de afgelopen 23 jaar.
Het was voor mij een reden om dit verhaal te vertellen.
Om iets van toen te laten zien.
Het klinkt misschien wat depri maar ik koester geen wrok. Ik wil
alleen maar mijn kant van het verhaal laten zien. We kwamen met een
minimale voorbereiding in situaties welke door niemand beter konden
worden opgelost. We deden ons best, en sommige deden nog meer.
Zij gaven hun leven.
Payday
Het moet ergens in augustus zijn geweest, Toen ik wakker werd en me
bewoog vlogen er een stuk of 20 vliegen van mijn deken. Loom vlogen
ze in de warme lucht richting raam en streken neer op de hor
die bedoeld was om ze buiten te houden.
Als iedere morgen dacht ik eraan mijn uzi te pakken en ze verrot te
schieten. Als iedere morgen wist ik die drang te bedwingen en begaf
me naar de wasplaats. Onderweg kwam ik onze hoofdschrijver tegen.
Een dienstplichtig Sgt. welke was bevorderd tot Sgt Mjr (admeur).
Het was een rustige wat corpulente man die leefde voor een heldere
en overzichtelijke administratie.
Lachend keek hij mij aan en vertelde dat het 'payday 'was en we
daarom met zijn tweeën alle OST posten zouden langs gaan om de
soldij uit te betalen.
Een uurtje later reden we van de post af en begonnen aan een rondje
langs de dichts bijzijnde posten.
Het was een mooie ochtend. Na een post of vier moesten we naar Haris
om geld te halen voor de rest van de dag en we besloten om die kant
op te gaan.
We reden rustig en ik had die dag alle tijd. Toen we in de buurt van
Kafra kwamen passeerde we een
soort van pleintje aan de rechterkant van de weg. Het was meer een
open stuk grond tussen twee huizen in. Ik reed langzaam en zag dat
er een groepje soldaten stond te praten. Toen ik beter keek bleken
het VN soldaten en een groepje laten we ze maar 'gewapende elementen
' noemen.
Na al die jaren weet ik nog steeds niet tot welke partij die lui
behoorde.
De VN soldaten waren Nederlanders en volgens mij waren het jongens
van de 'Alfa Cie.
Ze waren die gewapende elementen tijdens een patrouille tegen
gekomen of zo en de confrontatie begon al aardig te escaleren.
Iedereen stond door elkaar dus de kans om tijdens een schietpartij
je eigen mensen neer te schieten was nadrukkelijk aanwezig.
Ik was gestopt en uitgestapt zodra ik dit doorkreeg en herinnerde
mij toen pas dat ik niet alleen in de
necaf had gezeten. De Admeur kwam uit de Necaf en begaf zich naar de
Sgt. van onze soldaten om hier te helpen. Zelf was ik tussen alle
andere gaan staan en probeerde indruk te maken op een 'element
'welke bezig was een raket op zijn geweer te schroeven. Hij had
meerdere van die raketten op
zijn rug en liet zich ondanks mijn dreigende taal niet van de wijs
brengen.
De leider en aanvoerder van deze mensen stond een tiental meters van
ons af te roepen dat zij hem moesten volgen. Na een paar minuten
werd hij erg zenuwachtig en loste een paar schoten in de lucht. Op
dat moment werd de situatie onoverzichtelijk. De man met de raket
liep naar zijn leider en werd gevolgd door nog een of twee.
Iemand gooide iets omhoog en begon te rennen. Op dat moment begon
iedereen een andere kant op te bewegen.
Ook ik bewoog me richting de overkant van de weg waar de wadi begon
welke lager lag en me dekking zou bieden. Met een duik belande ik in
de bosjes langs de weg en rolde een stukje naar beneden. Ik lag daar
een paar seconden en vroeg me af waar de rest was En waarom er niets
was ontploft toen ik voor me enkele in het groen geklede personen
zag.
Ik herkende ze als de 'elementen 'en drukte me stevig tegen de
grond. Het leek me niet verstandig nu een confrontatie aan te gaan.
Ze liepen me op zo'n 4 a 5 meter voorbij en na een tijdje besloot ik
ze te
volgen. Niet dat ik daar veel zin in had maar ik wist dat de rest
van ons ergens in de beurt moest zijn. Het pleintje achter me was
leeg. Toen ik uit de bosjes kwam liep ik de jongens van de 'Alfa Cie
'tegen het lijf. Hun Sgt. riep dat ik me bij hen moest voegen en we
achtervolgden de 'elementen ' de wadi in.
Zoals ik al zei, het was een warme dag en op de bodem van de wadi
was het dik boven de dertig graden. We liepen de wadi in loerend
naar een verdachte beweging. Voor iemand die nog nooit in een wadi
is geweest is het moeilijk voor te stellen hoe dat eruit ziet zo'n
wadi.
Het is een soort van dal tussen twee heuvels. sommige zijn breed en
ondiep, andere smal en diep. Sommige zijn kort en sommige zijn lang.
Ze werden vaak als infiltratieroutes gebruikt. Hoe het ook zei
de bodem en wanden zijn vergeven van de kiezels, stenen, rotsblokken
in alle soorten en maten.
Veel witte kleuren en een scherpe zon en het zicht in zo'n wadi
wordt al gauw bedrieglijk.
Ergens tussen al die stenen en rotsen waren onze 'elementen '. Na
een tijdje waar in niets gebeurde kwam dan het verwachte geluid van
een schot. Ik wist dekking te vinden achter enkele van de hier boven
genoemde stenen, ze hadden ook hun goeie kanten, ik lag in een soort
van kommetje op de
boden en als ik plat lag was ik van voren en zijwaarts redelijk
gedekt. [
Vanaf hier worden de gebeurtenissen persoonlijk en kan ik niet
spreken over een gemeenschappelijke ervaring. Ik weet dat we met een
mannetje of elf, twaalf waren maar toen ik rond keek was ik alleen.
Men begon te schieten over en weer, en ik deed mee. Al schietend
probeerde ik een doel te vinden. Ook dit was niet makkelijk tussen
al die stenen en rotsen. Ik bleef schieten tot mijn Uzi vast liep.
De kogel zat dwars tussen de sluiter en het begin van de loop. Door
de adrenaline beefden mijn handen en lukte het niet om de kogel er
uit te krijgen.
Achter me hoorde ik iemand schreeuwen dat ik moest schieten. Toen ik
omkeek zag ik het gezicht van de Alfa Sgt. Hij lag een meter of
zeven achter mij en nu zag ik ook enkele Alfa's uit hun dekking
vuren.
Enkel tientallen meters de wadi in zag ik versterkingen komen. Ze
waren niet met echt veel zag ik en tot mijn schrik zag ik dat ze met
een Necaf kwamen. Onmiddellijk moest ik aan mijn eigen Necaf denken
die nu onbeheerd aan de rand van de weg moest staan.
Of zag ik hem nu daar aan komen rijden ? Hoe dan ook, onze gewapende
'elementen' zagen hem ook. Binnen "no time" werden er twee
raketten (RPG) op afgeschoten en verdween de Necaf achter stof.
Na veel gepriegel is het gelukt de Uzi weer schietklaar te krijgen
en ik leg aan om mijn bijdrage aan de vrede te brengen als uit het
niets een oude man voor mijn vizier opduikt. Hij is gekleed als alle
oude mannen aldaar, vieze bruine pofbroek, verschoten lichtblauw
hemd donker jasje en een doek om zijn hoofd gebonden als een soort
van tulband.
Hij leunde zwaar op zijn stok en kwam me tegemoet met een
vrolijk 'ollandie ollandie ' terwijl hij me stralend aankeek.
Ik was zijn baken in deze warme gevaarlijke wadi.
Ik had een blauwe baret op en schoot niet op hem.
Links van ons stond een huis. De familie zat of stond voor het huis
te kijken. Ik wist niet of de oude man bij hun hoorde. Het was
duidelijk dat hij zich in de wadi bevond toen het schieten begon en
nu een heenkomen probeerde te vinden. Terwijl ik in zijn ogen kijk
kom ik onbewust omhoog uit mijn dekking om de man tegemoet te lopen
, als ik plotseling de afschot hoor van twee RPG's.
Huilend hoorde ik ze dichterbij komen en liet me terug vallen in
mijn kommetje achter die op dat moment toch wel kleine stenen. Ook
hoorde ik veel kogels rond me inslaan op andere rotsen en spoten
hier en daar zandfonteintjes op.
De twee RPG's sloegen ergens dichtbij in en ik vroeg me af of die
ouwe dekking had gevonden.
Toen ik weer over mijn dekking dorst te kijken zag ik de ouwe man
zich snel van me afbewegen.
Hij had blijkbaar alle interesse in mij verloren.
Inmiddels was na dit incident de lol er voor de jongens wel van af.
Na nog wat schoten hielden ze het voor gezien en trokken ze zich
terug naar hun ' base ' welke zich een paar wadi's verder bevond.
Ergens in de buurt van post 7-12.
Toen na een paar minuten stilte duidelijk werd dat onze ' elementen
' zich hadden terug getrokken moeten we orders hebben gehad om te
wachten op versterking want iedereen bleef zitten in zijn dekking .
De Sgt. die ergens achter mij zat had blijkbaar ook geen haast.
Sommige van de 'Alfa ' jongens waren een praatje met elkaar aan het
maken en de getroffen Necaf werd aan een onderzoek blootgesteld.
Het was niet mijn Necaf.
Een stukje achter mij is ondertussen wat beroering ontstaan. Dit
blijkt te zijn ontstaan door een groepje Duitse verslaggevers/camera
mensen ?? Dit is voor mij het tweede iets wat maakt dat het hele
incident iets krijgt van een slechte film.
De Lui gedroegen zich heel amicaal. Of dat ze er bij hoorden. Een
van hen komt na een tijdje naar me toe en probeert een gesprek aan
te gaan. Op dat moment was ik toe aan een sigaret maar mijn
borstzakje was leeg. Ik moet ze zijn verloren ergens onderweg.
Hoewel ik woedend ben voor het feit dat hij aanwezig was. Een woede
die eigenlijk niet te verklaren was, besluit ik toch een sigaret te
bedelen.
Nog nooit heb ik zoveel tegenwerking gekregen bij een dergelijke
vraag maar uiteindelijk geeft hij toe en geeft me een sigaret en een
vuurtje.
Hij vraagt nog een paar dingen maar ik ben moe en reageer niet zoals
hij wil. Na een tijdje krijgt ook hij er dan ook genoeg van en gaat
weer terug naar zijn collega's verderop. Ik ben blij om weer
"alleen" te zijn en rook de sigaret zonder gedachten op.
Ik weet niet hoelang we daar hebben gezeten maar toen de
versterkingen kwamen bleken dat jongens van mijn post 7-9. We lopen
weer door de wadi terug naar de weg waar mijn Necaf staat.
Jammer dat we op een hele andere plek de weg weer bereiken. Te moe
om me om mijn jeep te bemoeien klim ik in de drietonner waarmee de
versterking was gekomen en we rijden terug naar onze post. Later die
dag ben ik met een paar maten mijn Necaf gaan halen. Hij stond er
nog precies zo als dat ik hem had achtergelaten.
Ik was blij dat hij er nog was. Ik was gehecht geraakt aan mijn
jeepie.
Hij had het zelfde geboortejaar als ik nl:. 1958.
|
|