|
Antiheld
vocht tegen wil en dank
Bron: Alle Hens
De
dood zat Dijkmans steeds op de hielen
Waar vocht oud-marineman en WO-IIveteraan
Leo Dijkmans eigenlijk niet? Na een periode
in de Oost waar de Japanse kogels en bommen
hem om de oren floten, wachtten de strijd in
de Middellandse zee en de landing bij
Normandie. Keer op keer bleef hij de dood
daarbij een stap voor. En dan te bedenken
dat de rebelse Rotterdammer in 1938 door de
marechaussee van straat moest worden
geplukt, omdat hij zich voor de dienstplicht
drukte.
Ik werkte destijds voor de Holland-Amerika
Lijn en ging met de grootste tegenzin in
dienst', benadrukt Dijkmans in zijn
appartement aan de Maas to Rotterdam. `Ik
negeerde alle brieven en werd uiteindelijk
vierkant op de trein gezet naar Den Helder.
Hier volgde de militaire vorming, waarvoor
ik achteraf de KM veel dank verschuldigd
ben. Ik was een moeilijke jongen, maar de
marine heeft me met pijn en moeite
discipline bijgebracht. "Die vent wil
niet leren", zeiden ze, en ik heb nogal
wat straf gehad. Ik kreeg verschillende
strenge arresten aan mijn broek, op water en
brood. Op een bepaald moment zelfs 21 dagen
opsluiting, met een deken op een houten
balie met een houten kopkussen.'
Op het moment dat de algehele mobilisatie
werd afgekondigd, zat Dijkmans inmiddels aan
boord van mijnenlegger Hr.Ms. Douwe Aukes.
Maar nog voor de oorlog uitbrak volgde
overplaatsing naar de Willem van der Zaan,
eveneens een mijnenlegger.
Toen de Blitzkrieg Nederland op 10 mei 1940
trof, en de strijd na een paar dagen
verloren bleek, namen Dijkmans en consorten
op 12 mei met de Van der Zaan de wijk naar
Engeland. Overigens in het onvrijwillige
gezelschap van de Duitse bemanning van een
neergehaalde Junckers en een NSB-er, die
door de KMar aan boord werden gebracht.

Het achterdek
van de Van der Zaan, waarop Dijkmans
Nederland ontvluchtte
Het verblijf
aan gene zijde van de Noordzee bleek van
korte duur. Dijkmans vertrok al snel met de
Van der Zaan naar Nederlands-Indie. Hier
volgde overplaatsing naar de mijnenlegger
Hr.Ms. Krakatau, met Tarakan op Borneo als
basis. Uit deze dagen herinnert de marineman
zich vooral de gebrekkige omstandigheden aan
boord. `We moesten het hebben van de
poeroet- chocoladepoeder met kakkerlakken
erin! - en om toch wat hartigs te eten,
visten we op het achterdek naar
scholletjes.'
De karige maaltijden bleken de minste van
Dijkmans' zorgen. Eerst kreeg de mijnenveger
`B', waarop hij inmiddels verkeerde, er door
de aandringende Japanners bij Soerabaja
flink van langs. Terwijl de opvarenden na
het verlaten van het zinkende ship per trein
een goed heenkomen zochten naar Tjilatjap,
kwamen ze vanuit de lucht zwaar onder
mitrailleurvuur to liggen. Dijkmans en zijn
kornuiten ontsnapten echter zonder
kleerscheuren en vierden dat bij aankomst
met een copieuze maaltijd bij een Chinees
restaurant. `Met een biertje erbij!, vertelt
hij, zichtbaar nagenietend. Dat deed goed,
want we hadden wat honger geleden! De
eigenaar begon zich of te vragen wie dit
allemaal ging betalen. We hebben het op
rekening laten zetten van admiraal Helfrich,
de toenmalig commandant der zeemacht...'
De mannen konden er niet meer op
aangesproken worden, want al snel wachtte de
overtocht naar Australie. Dat gebeurde met
de Janssens, een bevoorradingsschip. Hoe kon
het anders of dat werd zwaar bestookt vanuit
de lucht door Japanse jagers. 'We gingen
gehavend voor anker in de Tjilap-baai, waar
luitenant-ter-zee eerste klas Bras - de
reserveoficier die aan boord de leiding had
- ons de kans gaf om per sloep van boord te
gaan. "We hebben honderd procent kans
dat we Australia niet gaan redden",
vertelde hij. We liepen namelijk nog maar
zes mijl en de vijand zat overal. Ik stond
ook in de rij om met de sloep naar de wal te
gaan. Zegt een maat van mij: "Dijkmans,
wat doe jij nou?! Hier loop jij over drie
dagen voor een riksja." Dus toen bleef
ik maar. Wij waren een van de 58 schepen die
naar Freemantle vertrokken. Slechts vier
daarvan kwamen aan, waaronder de Janssens,
maar wel ten koste van veel slachtoffers,
grote gaten in de brug en met luchtafweer
waar niets meer van over was.'
De Nederlandse militairen werden bij
aankomst opgevangen in een Brits kamp en
kregen Engelse uniformen aan. 'Ik ontving
een matrozenpak met alles erop en eraan',
glundert Dijkmans. 'Broeken, hemden, een
jekker, laarzen enzovoorts. Dat kwam goed
uit, want de broek die ik droeg, had ik al
veertien dagen niet kunnen verschonen.'
Drie maanden later vertrok hij naar Ceylon,
om zich in te schepen op de kruiser Hr.Ms.
Sumatra en als roerganger naar Engeland
terug te keren. Dijkmans' stoelendans kende
geen einde en dit keer zou hij naar Curaçao
gaan om daar te dienen op de
motortorpedoboten.
'Het bijbehorende tropenverlof en geld had
ik al opgemaakt, toen ik plotseling ziek
werd', herinnert hij zich, met gespeelde
onschuld. 'Van de opgekropte zenuwen leed ik
aan maagproblemcn en ik kwam terecht in hat
hospitaal van Holyjet. Daar zat ik tussen
allerlei mensen met shellshock, opgelopen
door Duitse bombardementen. Die liepen
allemaal met hun hoofd te schudden; het leek
daar net de inrichting Maasoord.'
Nadat Dijkmans enigszins herstelde, mocht
hij weer gaan varen, maar dan alleen aan
boord van een schip met een eigen arts.
Zoals de kanonneerboot Flores, die al snel
de steven wendde naar de Middellandse Zee,
met hem als roerganger en paai-halfdek. Er
wachtten de opvarenden een aantal hete
maanden in de Mediterranee. 'Via Algiers en
Malta zetten we op 20 augustus 1943 koers
naar Sicilië, waar de Amerikaans-Britse
invasie zojuist van start ging. We voerden
daar veelvuldig kustbombardementen uit met
onze 15 centimeter kanonnen van Krupp en
waren constant in de functie van
luchtdoelbatterij. Tien tot vijftien keer
per dag werden we hevig vanuit de lucht
bestookt, vooral tijdens de schemering. Het
gevaarlijkst waren laagvliegende
torpedovliegtuigen; als je zag wat voor vuur
we daarop uitbrachten! Verbazingwekkend dat
we er desondanks amper een naar beneden
haalden. Onze barrages deden denken aan
Scheveningen op Koninginnedag...'

Het kanon van de
Flores wordt geladen. Dijkmans (kijkend in
de camera) liet
ooit een dergelijke granaat op zijn tenen
vallen.
Door het
aanhoudende inferno kregen Dijkmans en zijn
kameraden pas na 24 uur de kans om een
eerste hazenslaapje te doen. 'De
nieuwsgierigheid won het ook eigenlijk van
de slaap', bekent hij. 'Er gebeurde zoveel
om ons heen. Eigenlijk sta ik er nog steeds
van te kijken dat we alles overleefden.
Bijvoorbeeld toen we als lokaas het vuur van
de Dikke Bertha's op de Etna over ons
mochten afroepen, zodat de Amerikanen ze
konden lokaliseren en vernietigen. Dan lagen
wij wel keer op keer een half uur á drie
kwartier als sitting duck op zee! Later
bleek pas dat die krengen op wagons
rondreden.'
Dijkmans kan nog uren doorgaan over
vergelijkbare gevechtsacties en tal van
narrow escapes. Het ging hem allemaal niet
in de koude kleren zitten. Vooral niet toen
de Flores door twee rakelings missende
bommen zwaar beschadigd raakte in de baai
van Salerno. 'Dan laat je wel een broekie
met poep', illustreert hij plastisch. Ter
ondersteuning van zijn geheugen pakt
Dijkmans er de autobiografie van zijn
voormalig commandant Bax bij en begint hij
voor te lezen over nog meer benauwde
momenten. Voor de kust van ltalie en tijdens
de invasie in Normandie, waar de Flores 'uit
zijn voegen werd geschoten', zoals Dijkmans
het noemt. Ook dat overleefde hij. De enige
fysieke schade die hij in de oorlog opliep.
waren een verwonding aan het oog door een
springende kabel en een gehavende teen, waar
per ongeluk een 15 cm granaat op viel.
'In Engeland dacht de admiraliteit ook: die
Dijkmans is nog niet dood, dan gaan we nu
maar eens iets verzinnen waardoor-ie wel de
pijp uitgaat. Dus wilden ze me boobytrapper
maken', vertelt de oude rot grimmig. 'Maar
gelukkig kwam er toen een Nederlandse
officier die mij zocht voor de mijnenveger
IJsselmonde, waarmee we kort daarop - na de
Duitse capitulatie -naar IJmuiden voeren.'
Bij aankomst in het bevrijde vaderland
wachtte hem geen heldenontvangst. Er stond
geen hond op de kade. Dat militairen die nu
op uitzending gaan veel beter worden
opgevangen, vindt Dijkmans begrijpelijk,
maar toch steekt het hem. 'Komen ze terug
van zes maanden politiedienst hier of daar,
staat er een compleet ontvangstcomité en
worden ze met alle zorg omringd', roept hij
uit. 'Dan krijgen ze ook nog
ik-weet-ik-niet-wat opgespeld, want ze
hebben het zóóóó moeilijk gehad! Denk je
dat iemand aan mij kwam vragen of ik niet
een beetje overstuur was door mijn
ervaringen? Niemand!'
Dijkmans bekent dat hij er nog steeds slecht
van slaapt.
'Gek genoeg raakt het me niet minder
naarmate ik ouder word', mijmert hij.
'Daarom ook kan ik nog altijd geen
oorlogsfilm zien of lang in dat boek van
mijn oude commandant lezen. Een stukje is
geen probleem, maar ga ik langer door, dan
zit ik er steeds dieper in en zie ik het
allemaal weer voor me: de doden bij Sicilië,
die werkelijk met bakken aan boord werden
gehesen. Mensen die zielloos in het water
dreven. En ik maak de aanvallen weer door,
die dag en nacht doorgingen.
Zijn oorlogsherinneringkruis met vijf
gespen, te weten:
'Krijg ter Zee 1940-1945', 'Middellandse Zee
1940-1945', 'Nederland Mei 1940', 'Javazee
1941-1942' en 'Normandië 1944' spreekt
boekdelen. 'Er zijn mensen die mij komen
vertellen: "Dat kan helemaal
niet!". Maar ik heb het allemaal
meegemaakt', besluit Dijkmans ferm. 'Denk
overigens niet dat je daardoor op enige
erkenning kan rekenen. Als je 's een keer
een brief schrijft om wat gedaan te krijgen,
dan is de reactie: "Ach, daar heb je
weer zo'n ouwe lul", en verdwijn je in
een la.
Dijkmans vindt dat Nederland ten opzichte
van Engeland, de VS en zelfs Duitsland nog
een hoop kan leren als het gaat om erkenning
van oorlogsveteranen. 'Wij hebben recht op
tweemaal per jaar gratis vervoer per OV. Dat
is het wel zo'nbeetje. En tegenwoordig
krijgen we op de veteranendag, voorafgaand
aan de Nationale Vlootdagen, zelfs niet eens
meer een middaghappie.
Een paar uitgedroogde broodjes die acht
weken van tevoren zijn ingepakt, een pakkie
melk en een rolletje fruitella, daar blijft
het bij....
Het vuur in Dijkmans is nog niet gedoofd en
de herinneringen heeft hij glashelder voor
de geest. Die laten hem zo'n zestig jaar na
dato nog geenszins koud. 'Los van alles wat
ik aan het front heb gezien en meegemaakt:
hoe denk je dat het voelt om anderhalfjaar
na dato te horen te krijgen: "0 ja, je
vader is overleden..."?'. |