|
”We
werden afgeranseld om niets; die Jappen waren
vreselijk sadistisch"
Nieuwe
Hoogvlietse Courant, juli 2005
 |
Op 29 Juni 2005 (de verjaardag van wijlen
Prins Bernard) werd voor de eerste keer de
Nederlandse Veteranendag gehouden.
Een eerbetoon aan alle Nederlandse veteranen
waarbij erkenning en waardering voor de
mensen centraal staat, dat moet deze
Veteranendag uitstralen.
De bijna 85-jarige Adrie Kannegieter uit Hoogvliet is een Veteraan uit de
Tweede Wereldoorlog en hij vindt het erg belangrijk dat er ook in Rotterdam
aandacht besteed wordt aan deze dag.
Kannegieter is geboren en opgegroeid in Hillegersberg : "Ik heb daar een
ontzettende fijne jeugd gehad. Maar ondeugend was ik wel.
Op mijn viertiende werd ik van school getrapt. Na een poosje als
slagersjongen te hebben gewerkt en toen na verloop van tijd de
oorlogsdreiging toenam, heb ik me aangemeld bij de marine".
Nadat hij een matrozenopleiding in Vlissingen had gevolgd,werd Kannegieter
in februari 1940 als lichtmatroos geplaatst op de Kruiser Hr.Ms.’’Sumatra”.
Op dit schip heeft Kannegieter de nodige avonturen beleefd.
"In mei 1940, de kruiser Sumatra lag toen in de Schelde bij Vlissingen, kwam
er een Duits bombardement. Ik was juist de Nederlandse vlag op de romp aan
het schilderen toen de bommen naast me in het water vielen. |
Een dag later zijn we uitgeweken naar Engeland.En hierna hebben we de
overtocht met de prinsessen Juliana,Beatrix en Irene naar Canada gemaakt.
Juliana was een heel warm mens. Zij maakte geregeld een praatje met ons.
Ik kan als een van de weinigen zeggen dat ik de prinsessen in hun pyjama heb
gezien en zij mij". |
Via Curaçao en Kaapstad kwam de "Sumatra’’ in oktober 1940 aan in Nederlands
Oost Indië. Kannegieter volgde daar een opleiding tot seiner en werd tijdens
de oorlog tegen de Jappen geplaatst op een mijnenveger.
"Toen de Jappen kwamen hebben we onze boot zelf laten zinken. We wilden niet
dat de mijnenveger in handen zou vallen van de vijand".
Tijdens de oorlog heeft de Hoogvlieter verschrikkelijke dingen meegemaakt.
"Er waren regelmatig bombardementen. Het gebulder van de kanonnen hoor ik
nog steeds in mijn hoofd.
Ik ben zelfs ter dood veroordeeld door de Jappen, omdat ik een gewapende Jap
had willen slaan. Mijn neef en mijn oom zijn toen onthoofd,maar ik ben daar
onderuit gekomen.
Ik heb veel geluk gehad".
Hoe een Hoogvlietse veteraan het ’Jappenkamp’ overleefde
Uiteindelijk ontkomt Kannegieter er niet aan om zich te melden bij de
vijand.
"Bij alle oproepen ging ik telkens achter in de rij staan in de hoop dat het
loket dicht zou gaan als ik aan de beurt was.
Die truck heb ik verschillende keren met succes uitgehaald. Op een gegeven
moment kreeg ik een allerlaatste oproep om mij te melden anders zou ik
worden doodgeschoten
Ik meldde me, maar toen was stomtoevallig en gelukkig voor mij het kamp vol.
Ik kreeg een zwarte band om mijn arm zodat iedereen kon zien dat ik mij
gemeld had,maar onderwijl kon ik gewoon als vrij man door Soerabaja lopen.
In die periode heb ik een soort van geheime briefwisseling kunnen
onderhouden tussen de mensen in het kamp en hun familie in Nederland.
Gevaarlijk was dat, maar ja ik ben een beetje een lefgozer, dat moest ook
wel om mij in leven te houden"
Na een paar maanden belandt Kannegieter alsnog als krijgsgevangene in een
Japans kamp.
"We werden afgeranseld om niets. Er was haast geen eten. De Jappen waren
vreselijk sadistisch, hoe langer we waren des te leuker vonden zij het om je
af te tuigen.
Een verschrikking was het".
Begin 1943 wordt Kannegieter aangewezen om mee te helpen met de aanleg van
de Burma spoorlijn in Siam (het tegenwoordige Thailand).
"We werden in goederenwagens gepropt. Er was geen ruimte om te zitten. En de
tocht duurde wel vijf dagen. Ik begrijp nog steeds niet hoe de Jappen ons
dat aan hebben kunnen doen".
Drie keer is Kannegieter als krijgsgevangene naar de Burma spoorlijn gegaan.
"De eerste keer was om de spoorlijn aan te leggen. In januari zijn we
begonnen en in oktober waren we klaar. Allemaal handwerk, dat is wel wat
anders dan de Betuwelijn.
De twee andere keren ben ik geweest om de spoorlijn te repareren.
De spoorlijn was namelijk een doelwit van de geallieerden omdat hij werd
gebruik voor Japans militair transport"
"Het was keihard werken, elke dag van zonsopgang tot zonsondergang. We
kregen bijna geen eten en werden om het minste afgetuigd.
Ik heb altijd mijn hoofd boven water weten te houden, elke ochtend en elke
avond dook ik de rivier in en dan viel alles van mij af.
Verder dat prachtige oerwoud, die gillende apen en geweldig mooie
orchideeën, dat zijn dingen waaraan ik me kon vasthouden in deze hel’’.
Na de bevrijding vaart Adrie Kannegieter met de Hr.Ms.’’Tromp’’ via
Australië weer terug naar Nederland.
"Ik heb gehuild toen ik voor de allerlaatste keer het kamp uitging en een
diepe buiging voor de vlag gemaakt, zo blij was ik".
Na thuiskomst verlaat hij al snel de marine en gaat aan de slag in de
Rotterdamse haven. Door rugklachten,die hij heeft opgelopen aan het werk aan
de spoorlijn, bevalt dat werk hem niet goed.
Kannegieter belandt tenslotte bij de Algemene Bank Nederland waar hij tot
zijn pensioen heeft gewerkt.
"Ik heb veel geluk gehad in mijn leven" , zegt hij.
Maar ook moed en doorzettingsvermogen getoond.
Dat zijn zaken waardoor ik overeind kon blijven"
|