|
Een zee van
geweld - Méditerrannée, zo blauw, zo blauw Bron: Alle Hens
Voor veel Nederlanders vormt de Middellandse
Zee een geliefde vakantiebestemming. Toon
Hermans schreef er zelfs een lied over: Méditerrannée, zo blauw, zo blauw. Maar
onder dat onschuldig ogende wateroppervlak bevindt zich een waar scheepskerkhof. Zestig
jaar geleden namelijk, van 1940-1942, behoorden deze wateren tot de gevaarlijkste
ter wereld. En had het bitter weinig gescheeld of de Britten waren het Midden-Oosten aan de Duits-Italiaanse legers
kwijtgeraakt. Alleen een brutale speldenknop, genaamd Malta, verhinderde dat.
Toe Italië op 10juni 1940, nadat het
eerst de kat uit de boom gekeken had, de oorlog verklaar- de aan
Frankrijk en Engeland, kregen de Britten er een fiks probleem bij.
Tenslotte noemde Mussolini de Middelandse Zee mare nostrum,
onze zee, en dat schiep verwachtingen. Te meer daar Italië over een
moderne, sterke vloot beschikte. Welliswaar zonder vliegkampschepen,
maar dat gaf niet, omdat zijn luchtmacht vanaf het Italiaanse
vasteland, eilanden in de Egeïsche zee en kolonies in Noord-Afrika
het hele middengedeelte van de Middelandse Zee kon bestrijken. Op hun
beurt beheersten de Britten via hun vlootbases in Gibraltar en
Alexandrië (Egypte) het westen en oosten, terwijl het nietige Malta,
op zo,n negentig kilometer onder Sicilië, pal in het centrum lag.
Alle konvooien naar Noord-Afrika moesten daarlangs en vandaar het
enorme strategische belang ervan.
Om te tonen dat het menens was,
brachten Italiaanse bommenwerpers daags na de oorlogs- verklaring een
beleefdheidsbezoek aan Malta. Wetend dat het eiland niet over een
lucht- verdediging beschikte, rekenden ze niet op enig verzet. Helaas
voor hen hadden de Britten enkele misterieuze, door het vliegkampschip
Glorious achtergelaten, kisten gevonden en dat bleken zowaar bouwdozen
van Gloster Gladiators. Dus kregen de Italianen tot hun schrik jagers
achter zich aan. Antieke tweedekkers weliswaar, die trager vlogen dan
hun prooi, maar toch.
Tot eind augustus, toen de eerste
Hurricanes arriveerden, verschafte dit drietal - Geloof, Hoop en
Liefde gedoopt, naar 1 Corinthiérs 13 - de enige bescherming aan
Malta. Ze schoten een stuk of veertig toestellen neer en deden menige
bom afzwaaien, maar het voornaamste was dat ze een bron van inspiratie
vormden voor de belegerde bevolking.
Intussen zat de Brotsche marine evenmin
stil. Op 3 juli schakelde ze de Franse vloot in Noord-Afrika uit om te
verhinderen dat de Duitsers er misbruik van konden maken. Zes dagen
later vond bij Calabrië een eerste confrontatie met de Italianen
plaats, op 19 juli gevolgd door een tweede bij Kaap Spartivento,
waarbij een vijandelijke kruiser sneefde. De daaropvolgende maanden
bleef het rustig, maar speelde zich wel een andere, uiterst
belangrijke gebeurtenis af. Op 22 oktober troffen Hitler en Franco
elkaar in Hendaye aan de Spaans-Franse grens. Daar probeerde de Fürher
zijn collega, die hij tijdens de Spaanse burgeroorlog volop had
gesteund, over te halen om partij te kiezen en het Duitse leger
doortocht te verlenen voor een aanval op Gibraltar. Maar Franco, die
een Amerikaanse belofte op zak had voor de levering van graan in ruil
voor neutraliteit, hield de boot af. Hitler ervoer deze besprekingen
als een ware bebroeving en verzuchtte later tegen Mussolini, dat hij
liever drie of vier tanden liet trekken, dan dit nog eens te moeten
doormaken.
Een paar weken later, in de nacht van
11 november 1940, sloegen de Britten verrassend toe, Vanaf het
vliegkampschip Illustrious vielen 21 Swordfish tweedekkers de vlootbasis Taranto in de voet van Italië aan en stelden daar met
torpedo's en bommen drie slagschepen en twee kruisers buiten gevecht.
De Japanners namen goed nota van dit succes en gebruikten het als
blauwdruk voor hun aanval op Pearl Harbor, ruim een jaar later.

Tweede slag in de Golf van Sirte, maart
1941. De lichte kruiser Cleopatra legt een rookgordijn, terwijl de
lichte kruiser Euryalus zich gereedmaakt voor actie.
Dankzij hun
agressieve verdediging hielden de Britten de sterkere Italianen van het lijf.
Landoorlog
Ook te land kregen de Italianen
tegenslagen te verwerken. Bij het uitbreken van de oorlog stonden ze
in Noord-Afrika met 250.000 man tegenover 65.000 over het
Midden-Oosten verspreidde Britten. In september kwam die legermacht
vanuit Libië in beweging om zich daarna zestig kilometer over de
Egyptische grens in te graven. De Britten wachtten tot december en
wierpen zich toen op de Italiaanse overmacht, die ze stevig
toetakelden. Voordat ze het karwei konden afmaken, moesten ze echter
troepen afstaan aan het Griekse front, waardor generaal Erwin Rommel,
die in februari 1941 met de voorhoede van zijn Afrika Korps
arriveerde, vrij spel kreeg.
Eind oktober 1940 waren Mussolini's
divisies Griekenland binnengevallen, maar luttele weken later
timmerden de Grieken hen er weer uit en zaten hen tot in Albanië
achterna. De hele winter door bestond er een patstelling, maar in
april 1941 hieven de Duitsers die op. Om bij de geplande invasie in de
Sovjetunie hun rechterflank te kunnen afdekken, hadden ze een pact
gesloten met een aantal Balkanlanden, en toen Joegoslavië ter elfder
ure afhaakte, regelde Hitler een strafexpeditie. In één moeite door
rolde de Wehrmacht het Griekse leger op en verjoeg de te hulp
geschoten Britten. De evacuatie uit Griekenland was al een hachelijke
zaak, maar toen de Duitsers in mei luchtlandingen uitvoerden op Kreta,
stond de Royal Navy pas echt voor een vuurproef. In de nacht van 20 op
21 vernietigde ze zelf een vijandelijk troepenkonvooi, maar de dagen
erna kreeg ze het zwaar te verduren en verloor drie kruisers, zes
torpedobootjagers en 29 andere vaartuigen aan de luftwaffe.
Stijgende druk
Met de komst van de Duitsers in de arena
groeide het belang van Malta alleen nog maar.
Behalve met vliegtuigen vielen de Britten vanaf de bevoorradingsroutes
ook met onderzee- boten aan. In 1940 richtten die nog weinig uit, maar
het jaar daarop ging de handrem eraf. De 1ste flottielje opereerde
vanuit Alexandrië, de 10de vanaf Malta zelf en de 8ste vanuit Gibral-
tar; daaronder bevonden zich naast andere nationaliteiten ook
Nederlandse boten ( die opvie- len door hun vakbekwaamheid en
vasthoudendheid(. Ze berokkenden de vijand steeds grotere schade en de
Duitsers reageerden in de eerste aanleg met het sturen van massa's
bommenwerpers naar Sicilië.

Hr.Ms. O.21 was één van de succesvolste
Nederlandse onrzeeboten.
In november 1941 nam zij de U-95 te pakken.
In november 1941 zond Hitler ook
U-boten naar de Middellandse Zee. Admiraal Doenitz was daar tegen,
omdat de Britten hun konvooien allang via Kaap de Goede Hoop
omleidden, maar de Furher hield zijn poot stijf. Het effect
liet niet lang op zich wachten. Op 13 november viel het vliegdekschip Ark
Royal, dat samen met de Furious Hurricanes naar Malta had
over- gebracht, ten prooi aan een U-boot. Twaalf dagen later vloog het
slagschip Barham na drie torpedotreffers de lucht in. Tot overmaat van
ramp drongen Italiaanse kikvorsmannen in december de haven van
Alexandrië binnen en zonden daar nog eens twee slagschepen naar de
bodem. Een feit dat de Britten slechts via allerlei trucjes voor de
vijand verborgen wist te houden.
Helemaal een zijdig verliep 1941 nu ook
weer niet. Eind maart bracht de Royal Navy in de slag bij Kaap Matapan
drie Italiaanse kruisers en twwe torpedobootjagers tot zinken. Tevens
vernietigde ze diverse konvooien en in de nacht van 12 op 13 december
verschalkten vier torpedobootjagers, waaronder de Nederlandse Isaac
Sweers, bij Kaap Bon twee Italiaanse kruisers. Maar de druk nam
toe en eiste steeds meer slachtoffers. Van de Britse onderzee-
bootcommandanten die in 1941 op Malta kerstfeest vierden, waren een
jaar later bijvoorbeeld nog slechts twee in leven.
Intussen golfde de strijd in
Noord-Afrika heen en weer en werd Malta onophoudelijk vanuit de lucht
bestookt. Veel bewoners leefden inmiddels in grotten en in april 1942
moest zelfs de 10de Onderzeebootflottielje voor het geweld wijken. Nog
steeds stond Malta als een rots in de branding - het kreeg daarvoor
het George Cross toegekend - maar de tijd werkte in zijn nadeel. De
voorraden proviand, munitie en brandstof begonnen op te raken en
konvooien kwamen er bijna niet meer door.
In juni probeerden de Britten het
opnieuw. Een konvooi - codenaam Harpoon - vertrok uit Gibraltar
- het andere - Vigour - uit Alexandrië. Harpoon hield slechts
twee van zijn zes koopvaarders over, terwijl Vigour voortijdig
terugkeerde nadat het haast al zijn munitie verschoten had.
In augustus tuigden de Britten de
grootste operatie tot dan toe op; als die mislukte, zou het eiland
moeten capituleren. Deze onderneming heette Pedestal en bestond
uit dertien vrachtschepen en een tanker, gedekt door twee slagschepen,
drie vliegkampschepen, vier luchtdoel- en drie gewone kruisers en 24
torpedobootjagers. Op enige afstand voer nog een vierde vliegdekschip,
omringd door acht torpedobootjagers, dat 38 Spitfires naar Malta zou
afvliegen.

De beginfase van operatie Pedestal.
De vliegkampschepen Victorious en Eagle, gezien vanaf de Indomitable
Spitsroeden
Overigens scheelde het weinig of de
Swastika had toen al boven het eiland gewapperd. Na de inname van de
havenstad Tobroek in juni 1942, waardoor de aanvoerlijnen van de As
zich verder naar het oosten en dus dichter naar Malta verplaatsten,
wilde Duitsland dit gezwel operatief verwijderen. Maar daarvoor moest
Rommel tijdelijk delen van zijn luchtstrijdkrachten afstaan en dat
zinde de woestijnvos niet. Hij ging in beroep bij Hitler en Mussolini
en wist operatie Hercules de nek om te draaien. En daarom moest het Pedestal
konvooi nu spitsroeden lopen van onderzeeérs, duik-, torpedo- en
conventionele bommenwerpers en E-boten. Op 10 augustus voer het de
Middellandse Zee binnen. Op dinsdag de elfde viel de eesrte klap: het
vliegkampschip Eagle zonk in acht minuten na te zijn
getorpedeerd. In vier helse dagen verloor het escorte nog eens twee
kruisers en een torpedobootjager, terwijl het vlieg- dekschip
Indomitable forse averij opliep.
Van het kostbare konvooi werden negen
koopvaarders vernietigd. De tanker Ohio raakte zwaar
beschadigd, maar twee torpedobootjagers maakten aan weesrzijden vast
en hielde haar zo drijvend. Na een laatste uithaal van de Luftwaffe
brachten zij het kreupele schip onder de paraplu van pas
ingevlogen Spitfires de haven binnen, waar juichende Maltezers voor
een heldenontvangst zorgden. Ze beseften het nog niet, maar het
keerpunt was bereikt.
Ommekeer
Nadat Rommel, die in Egypte was
opgerukt, daar zijn neus had gestoten, ontketende het Britse Achste
Leger namelijk op 22 oktober bij El Alamein een beslissend offensief.
Op 8november landden de geallieerden in Frans Noordwest-Afrika en
vanaf dat moment zaten Duist-Italiaanse strijdkrachten in de tang.
Vanuit het oosten naderden de Britten, vanuit het westen de
(merendeels) Amerikanen. Na maandenlange, zware gevechten gaf de
vijand zich op 7 mei 1943 in Tunesië over.
In juli vielen de geallieerden Sicilië
binnen en op 8 september sloot Italië een wapenstilstand. Twee dagen
later ging zijn vloot bij Malta ten anker. Zelden zal de
eilandbevolking een fraaier panorama hebben aanschouwd.
|