|
Gemarineerde
kip en heilige koeien
De omzwervingen van matroos Frits Moné tijdens W.O.II
0. J. M. Kretschmer de Wilde Marine Correspondent.
- Bron:
Wapenbroeders-1947
"Poort vrij!......" De gehelmde M.B.A.- man, die
vóór het Departement der Marine op Goenoeng Sahari te Batavia het verkeer 'regelt, heft
de arm op om een uitgaande jeep gelegenheid te geven den weg naar de stad in te zwenken.
Achter het stuur zit een matroos der Koninklijke Marine, die behendig de bocht neemt en
vol-gas geeft zodra hij het rechte weggedeelte heeft bereikt.
De muts kwiek op het hoofd, met twee graden slagzij naar stuurboord omdat het
zo-vlot-staat, de mutslinten vrolijk fladderend in den wind, zo stuift de
matroos-zeeinilicien Frits Moné met z'n jeep langs den Schoolweg, op weg naar het
Algemeen Hoofdkwartier, waaraan hij als chauffeur is verbonden.
Als je vijf minuten met hem hebt zitten praten, begrijp je waarom deze marineman
onmogelijk anders dan met behoorlijke vaart langs den weg kan jakkeren. Tempo beheerst het
leven van Matroos Moné, wiens rustelooze natuur in overeenstemming is met zijn
oorlogsomzwervingen door drie werelddelen.
Het jaar 1939 bracht de 'nerveuze spanning van oorlogsdreiging over de wereld, die na de
Duitsche overrompeling van Polen in September van dat jaar werkelijkheid werd. Hoewel
sommigen meenden, dat het conflict tot Europa beperkt zou blijven en het aanvankelijk niet
waarschijnlijk leek dat de vlam naar het Verre Oosten zou overslaan, werd ook in
Nederlandsch-Indië intens meegeleefd met de dramatische gebeurtenissen, die elders in de
wereld zulk een catastrofaal verloop zouden hebben.
In die dagen had Frits Moné zijn middelbare schoolopleiding beëindigd. Alvorens zijn
studie voort te zetten, was de vervulling van zijn militairen dienstplicht een welkome
onderbreking van geometrie en logarithmen. Daarbij opende anderhalf jaar dienen bij de
Koninklijke Marine ongekende perspectieven op reizen en avonturen, waarnaar zijn rusteloze
geest verlangde.
Aldus kwam Frits Moné bij de Marine. Alleen verliep het avontuur eenigszins anders dan
hij zich had voorgesteld. Aangewakkerd tot een wereldbrand, sloeg de oorlogsvlam tenslotte
over naar het Pacificgebied, waar zij in enkele maanden geheel Azië in hel en gloed
zette.
Korten tijd na Pearl Harbor, terwijl Admiraal Helfrich met vooruitzienden blik Harer
Majesteits schepen als stille, grijze schaduwen geruisloos uit Indië's havens had doen
glippen, ten einde op alle eventualiteiten te zijn voorbereid, was Matroos Moné op den
kruiser "Sumatra" geplaatst. Zoals bekend, waren technische storingen oorzaak,
dat dit oorlogsschip niet voldeed aan de hoge eisen, welke, aan een gevechtsklare bodem
moeten worden gesteld. Alvorens de noodzakelijke reparaties zouden zijn uitgevoerd, leek
het derhalve niet verantwoord de kruiser aan een eventueele groote actie te laten
deelnemen. In deze omstandigheden besloot de marineleiding het schip tijdelijk uit de
Indische wateren terug te trekken en naar een Geallieerde haven te doen opstomen, ten
einde de gewenste herstellingen te ondergaan.
Aan den huidigen Commandant der Zeemacht in Nederland, den toenmaligen Kapitein-Luitenant
ter Zee J. J. L. Willinge, werd de moeilijke en verantwoordelijke taak toevertrouwd, de
niet gevechtsklare kruiser die uiteraard geen hooge vaart kon lopen in volle oorlogstijd
en met het daaraan verbonden risico naar Engeland te brengen.
Een wonderlijke speling van het noodlot had Frits Moné op Hr. Ms. "Sumatra"
doen terecht komen. Was hij in plaats hiervan op één der andere kruisers geplaatst, dan
had hij aan de Slag in de Javazee deelgenomen, maar tevens een kwade kans gelopen het niet
te kunnen navertellen ......
Op het moment dat het doek viel op de laatste acte van Java's kortstondige worsteling
tegen de aanrukkende Japanse horden en Indië de nacht der vreemde overheersing inging,
begon voor dezen militie-matroos het Grote Avontuur, dat hem eerst geruimen tijd later in
zijn geboorteland zou doen terugke ren.
De achttien maanden, welke hij oorspronkelijk bij de Koninklijke Marine zou dienen,
groeide tot acht jaren en nòg is het einde niet ......
"Die, acht jaar is 'n goede leerschool voor me geweest, waarin de Marine mij heeft
leren aan- pakken!", zegt hij met overtuiging, terwijl hij zonder een spier van zijn
gezicht te vertrekken met ware doodsverachting de suikerloze koffie slurpt waarvoor de
Marvo berucht is.
Heb je vóór je vertrek uit Indië nog iets van de
oorlogshandelingen gemerkt?
"Wij lagen ter rede van Soerabaia voor anker toen op 2 Februari 1942 de Jappen de
stad voor de eerste maal bombardeerden. Vanuit zee zagen wij hoe de bommen op het
Marinevliegkamp Morokrembangan en verschillende stadswijken terecht kwamen. Twee dagen
later lichtte Hr. Ms, "Sumatra" tegen den avond het anker om in 'n vreemde en
verre haven de herstellingen te ondergaan, die haar in staat zouden stellen elders de
strijd voort te zetten.
Ik kan moeilijk de gevoelens onder woorden trengen, die ons vervulden toen wij de javawal
achter ons lieten.Maar plicht is plicht en wij waren vastbesloten het uiterste te doen
voor Indië's bevrijding, al zou ons schip vermoedelijk op een ander
front worden ingezet".
Bestond de bemanning voor een groot deel uit beroepsmensen,
die volledig geoefend waren?
"Nee", zoals gewoonlijk waren het in hoofdzaak de militie- en
landstormplichtigen die het moesten opknappen. Dat dit geen losse bewering is, blijkt uit
het feit, dat een oude landstorm-matroos - Rienstra heette hij - 'n gewezen stuurman van
de Java-China-Japan-Lijn, als roerganger de kruiser door Straat Madoera moest
brengen".
De gedachte aan dezen ouden wapenbroeder brengt bij de herinnering aan 'n grappig voorval,
een grijns op Moné's olijke snuit. Gedurende de reis was er herhaaldelijk alarm voor
vijandelijke vliegtuigen. Luid en doordringend rinkelden de alarmschellen, toen Moné bij
zo'n gelegenheid net plezierig zijn ledematen had uitgestrekt op een houten rek, dat als
bergplaats voor stalen helmen diende.
In zijn haast om overeind te krabbelen, stootte Moné tegen een helm, die naar beneden
viel, precies op de kalen schedel van Rienstra, die juist passeerde, terwijl hij zich naar
zijn alarmpost spoedde. De oude landstormer uitte zijn verbolgenheid over zoveel jeugdige
roekeloosheid in enige kernachtige volzinnen, die evenzeer van bloemrijke stijl als
uiterst vindingrijke woordkeuze getuigden. Boze tongen beweerden naderhand, dat alleen de
helm een deuk vertoonde, maar dit was natuurlijk slechts een laffe verdachtmaking.
Hadden jullie nog meer schilderachtige figuren aan boord?
"0, zeker: Kees I en Kees II, maar ik weet niet of ik dat uit disciplinaire
overwegingen mag vertellen.
Vertel maar op, ik neem de verantwoording wel op me.
"Kees was de naam van een van de officieren, wiens gelijkenis met die anderen Kees,
ons aapje, spreekwoordelijk was aan boord. Om in onze gesprekken die twee van elkaar te
onderscheiden, hadden wij hen Kees 1 en Kees II gedoopt. Het mooiste was, dat die
sprekende gelijkenis hun beiden blijkbaar óók was opgevallen, want zij hadden tenminste
zwaair de mot aan elkaar..."
Konden jullie het overigens goed met hen vinden?
"Beiden waren bij de bemanning zeer populair: Kees 1 om zijn rustige optreden, Kees
II om de riboet, die hij maakte. Je lachte je den hele dag rot om z'n malle streken.
's-Ochtends vooral. Met overal probeerde die aap al in je kooi te kruipen, waar hij dan
meestal een vloeibaar souvenir achterliet. Als een Tarzan zwaaide hij van de eene kooi
naar de, andere, planeerde dan opeens naar beneden om 'n verleidelijke tomaat te gappen,
waarmee hij luid gillend naar boven vluchtte".
Bestond de menagerie aan boord, behalve uit dien aap, nog
uit andere dieren?
"Er waren ook nog eenden en kippen. Daarmee hebben wij in Trincomalee 'n spannend
avontuur beleefd! Wij lagen daar juist ten anker toen zo'n dwaze kip het in haar kop kreeg
te willen passagieren en op een onbewaakt ogenblik over boord fladderde.
De aanraking met het natte element viel haar echter blijkbaar niet mee en luid kakelend
had zij de grootste moeite om het hoofd boven water te houden.
Nou, je weet hoe dat gaat aan boord: de oorlog was geheel vergeten en er was plotseling
niets belangrijkers dan die kip, die daar in het water lag te spartelen. Maar de jongen
waren niet de enigen, die belangstelling hadden voor het geval. Een bruine kiekendief, die
je bij ons in Indië ook in iedere haven ziet, kreeg op opeensl die kakelende bos veeren
in de peiling, en hij er op af: zo'n vette hap lustte hij ook wel! Toch wist hij blijkbaar
niet goed wat hij er mee aan moest, hij bleef er maar boven cirkelen, zonder die ajam in
de kuif te pikken. '
Het was meer dan de jongens verdragen konden: ònze kip konden wij ons toch moeilijk door
die kiekendief pal voor onze neus laten wegsnoepen? Dát nooit!, dacht een Marinier, die
aan de traditie van zijn Korps verplicht was er op af te gaan. De Rotterdammer bedacht
zich niet lang, jumpte vanaf het 7 meter hoge dek over boord en zwom met forse slagen in
de richting van het kakelende hoopje verdriet, waarboven de roofvogel steeds lager rond
cirkelde, klaar om toe te happen.
De belangstelling, waarmee het verloop der gebeurtenissen aan boord werd gevolgd, was
enorm. Ziende, dat zijn buit hem dreigde te zullen ontgaan, deed de kiekendief steeds
driestere uitvallen naar het spektakelende hoen. De Marinier, van zijn kant, spande zijn
uiterste krachten in om de in nood verkeerende ajam zo spoedig mogelijk te hulp te komen.
Het ontbrak niet aan bijvalskreten, waarmee de talrijke supporters aan boord hun kameraad
tot groter inspanning aanmoedigden. Een voetbalwedstrijd was er niets bij.
Juist toen de kiekendief zijn geduld scheen te zullen verliezen en klapwiekend bij de kip
probeerde te komen, was de marinier hem 'n slag vóór en bereikte als eerste het
half-verdronken gevogelte, waarmee hij triomfantelijk naar het schip terug zwom. Met
gejuich werden beiden aan boord ontvangen. . Vanaf dien dag was "gemarineerde
kip" een gevierd gerecht aan boord
van den kruiser!"
Hebben jullie in Trincomalee behalve die gemarineerde kip
nog meer avonturen beleefd ?
"De Jappen hebben er op 2de Paasdag heel wat bommen gegooid, maar we hebben
reusachtig gesloft, dat het schip niet getroffen werd. De Geallieerde schepen beten
behoorlijk van zich af en gaven 'n nummertje luchtafweer te zien, dat er wezen mocht. Hr.
Ms. ",Sumatra" deed er dapper aan mee. Van de vijftien Jappen werden er twee
neergeschoten.
Een vóór den Nederlandse kruiser ten anker liggend Brits schip, dat gedeeltelijk met
munitie was geladen, incasseerde twee bomtreffers, die kennelijk voor de
"Sumatra" bedoeld waren geweest.
Er ontstond brand aan boord en tegen den avond vloog het Britse schip met 'n
geweldige klap in de lucht.
Tijdens de luchtaanval heeft de matroos zeemilicien Koorengel goed werk gedaan.
"Gekke Koorengel" noemden de jongens hem, maar hij was helemaal niet gek: alleen
maar erg origineel. Als die eenmaal iets in z'n kop had, dééd hij het!
Koorengel had zich voorgenomen tenminste één Jap neer te halen. Hij was
mitrailleurhelper bij de afweer. Toen op een zeker moment de order "dekken" werd
gegeven, gaf hij hieraan geen gevolg, maar bleef de mitrailleur bedienen. Men beweerde,
dat hij één der beide neergeschoten vliegtuigen op zijn naam heeft staan, maar tijdens
een bombardement is het moeilijk zoiets met zekerheid vast te stellen".
Hadden jullie In Trincomalee nog contact met de bemanningen
van de Britse schepen?
Ja, het muziekcorps van den zware kruiser H.M.S. Dorsetshire heeft eens bij ons aan boord
een uitvoering gegeven, wat zeer op prijs werd gesteld. Naderhand heeft een team,
samengesteld uit de bemanning van de "Dorsetshire" en van het vliegdekschip
"Hermes", in de baai van Trincomalee een polowedstrijd gespeeld tegen de jongens
van Hr. Ms. "Sumatra".
Kort daarop voeren de "Dorsetshire" en de "Hermes" met een convooi
uit. Wij namen hartelijk afscheid, weinig vermoedende, dat die jongens hun dood tegemoet
gingen. Enkele dagen later werden belde schepen door Japansche torpedovliegtuigen
overvallen en tot zinken gebracht.
Toen Hr, Ms. "Sumatra" op weg naar Colombo de plek passeerde waar de
"Dorsetshire" en de "Hermes" ten onder waren gegaan, wezen grote
olievlekken op het water ons het zeemansgraf van onze vrienden., Reddingsvlotten,
vliegkappen, mae-wests en andere voorwerpen, die er ronddreven, vormden een droeve
herinnering aan het drama dat zich hier had afgespeeld."
Welke indruk kreeg je van Colombo?
"Het eerste wat wij bij den haveningang zagen, was 'n enorm groot reclamebord, waarop
vermeld stond "Ceylon for good tea". Een aardige ontmoeting hadden wij daar met
onze goede, oude "Zuiderkruis". Na vergeefs getracht te hebben in Colombo de
nodige materialen te krijgen, vertrokken wij enkele dagen later naar Bombay".
Was daar nog iets interessants te beleven?
"Een bijzondere merkwaardigheid waren er de heilige koeien, die zich midden op staat
neervleiden en daar een complete verkeersopstopping veroorzaakten omdat zij volgens de
Hindoesche ritus niet gestoord mogen worden. De mensen bleven dan gedwee wachten, totdat
het de koe zou behagen op te staan en haar wandeling te vervolgen. Als zo'n beest haar
behoefte deed, kwam er dadelijk iemand aan hollen met stoffer en blik, om het vuiltje
zorgvuldig bij elkaar te vegen... Laat-ie fijn zijn!"
Hoe was het in Bombay gesteld met de mogelijkheid van
reparatie, waarvoor jullie er immers gekomen waren?
"Dat viel ditmaal gelukkig mee. Hrs. Ms. "Sumatra" ging er in het Alexandra
dok naast een 10.000-tonner, de "Panamania". Nu wilde het toeval, dat er aan
boord van het Panameesche schip net zo'n aap was als onze Kees II en al spoedig bleek, dat
die twee het samen eens waren, gloeiend eens!
Maar in de apenliefde ondervind je blijkbaar al dezelfde narigheid als met de
mensenliefde: het, verging Kees II en z'n girlfriend tenminste net zo als die twee
Koningskinderen in dat oud-Nederlandsche gedicht, sy hadden malcander so lief, maar conden
by malcander niet comen, het water was veel te diep ......
Dus vergenoegden beide apen zich den hele dag met naar elkaar te wuiven en allerlei gekke
grimassen te trekken, wat zelfs 'n verliefde aap op den duur weinig voldoening moet
schenken. Kees II wond zich tenminste hierover dusdanig op, dat hij op een gegeven moment
z'n evenwicht verloor en over boord tuimelde.
Toen gebeurde er iets, wat vermoedelijk maar eens in de zoveel-duizend jaar gebeurt: bijna
gelijktijdig viel op het andere schip óók de aap over boord. De consternatie op beide
schepen was groot en het medeleven algemeen, al gaven de Panamezen met hun Zuidelijk
temperament daaraan luidruchtiger uiting, dan de koele Noorderlingen.
Rappe handen wierpen vlug een vanglijn uit, waarna Kees aan het "keesje" omhoog
werd gehesen
Dat was dus alweer 'n opwindend avontuur, dat gelukkig goed
afliep. Maar laten we probeeren even zakelijk te zijn, Moné. Hoe verliep de reparatie van
jullie schip?
Het was al gauw keurig gefikst, maar bij donders zwaar weer gingen we proefvaren; ik wist
niet dat het daar zó spoken kon. Buitengaats maakten we nog kennis met een interessante
krijgslist van de Engelsen: zogenaamde dummy kruisers, dit waren oude, waardeloze schepen,
waaraan door middel van een houten bovenbouw op bedriegelijke wijze het aanzien van
oorlogsschepen was gegeven. De bedoeling was, dat de Japansche vliegtuigen hieraan hun
bommen zouden verspillen, in plaats van deze op de stad te deponeren."
Waarheen ging de reis verder?
Naar Mauritius, dat een diepe indruk op ons maakte door het onvergetelijke natuurschoon.
Het is het mooiste eiland dat ik ooit gezien heb. Met het hoge vulkaansilhouet heeft het
een bijzonder schilderachtig aanzien. De Frans sprekende bevolking was buitengewoon
gastvrij voor ons, zodat wij na enkele dagen met weemoed van het eiland afscheid
namen."
Wat was de volgende haven, die jullie aandeden?
"Durban. 'n Prácht stad. Mooie grote gebouwen, breede asfaltegen, rickshaws
getrokken door in krijgsdos gekleede Zoeloes, met grote runderhorens op hun hoofd. Je kon
er een overvloed van heerlijke vruchten kopen, voor drie shillings kreeg je een groote zak
sinaasappels.
Er lag een groot Britsch slagschip, ik geloof, dat het, de "Warspite" was,
waarop tot onze verrassing Hollandsche jongens van het Marine Etablissement te Soerabaia
aan het werk waren! Het deed je hart goed, overal ter wereld mannen van onze Koninklijke
Marine aan den strijd te zien deelnemen. De meeste mensen beseffen dat zo niet ....
Heb je in andere Zuid-Afrikaansche havens nog Nederlandsche
oorlogsschepen gezien ?
In de marinebasis Simonstown lag bij onze aankomst Hr. Ms. "0-24", waar ik mijn
eerste contact met den onderzeedienst had.
Vanaf Kaapstad kregen wij twee Britse torpedobootjagers als escorte. Bij Dakar hadden wij
op zekere nacht bij maanlicht een spannende ontmoeting met een Fransche kruiser en twee
torpedobootjagers van het Vichy-Gouvernement. De Fransche schepen werden gesommeerd te
stoppen, waaraan geen gevolg werd gegeven, zodat zij door de Britse bodems werden
achtervolgd. Doordat de Fransche jagers sneller liepen konden zij ontkomen."
Ging de reis verder rechtstreeks naar Engeland?
"Eerst werd nog Gibraltar aangedaan, dat totaal verduisterd was, hetgeen een nieuwe
sensatie voor ons betekende. Vanaf Gibraltar werden wij geëscorteerd door een Britse en
een Australische torpedobootjager, die van een actie uit de Middellandse Zee terugkeerden.
Eén dag voor aankomst te Holyhead hadden wij in het St. George-Kanaal met heel zwaar weer
te kampen: van de ons escorteerende Britse torpedobootjager sloegen negen man over boord,
van wie er drie konden worden gered. De laatste loodjes wogen het zwaarst en wij waren
blij onze bestemming te hebben bereikt.
'n Enkel woord wil ik nog graag zeggen over de Commandant. Overste Willinge was in elk
opzicht 'n mieterse commandant. Jullievinden het misschien overdreven, dat ik dit woord
gebruik, maar ik geloof, dat het 't beste onze gevoelens weergeeft.
Wat het meeste indruk op mij maakte, was zijn grote kalmte in hachelijke ogenblikken,
zoals bij bombardementen. Dit viel mij telkens weer op. Bij alarm was mijn post bij
kanon-3, vanwaar ik een goed zicht had op de brug, waar de Overste zijn hele schip overzag
en rustig zijn bevelen gaf: de kalmte in persoon.
In Portsmouth ging ik van boord om een nieuwe bestemming te volgen. Van daar ging het naar
Londen en met de "Flying Scotchman" verder naar Edinburgh en Dundee. Bij New
Castle zagen wij, Indische jongens, voor de eerste maal in ons leven sneeuw: de
"hoedjan kapok", waarover wij zoveel gehoord hadden.
Te middernacht kwamen wij in Dundee aan waar de opleiding voor den Onderzeedienst was
gevestigd. Wij werden welkom geheten door de Commandant der Nederlandsche afdeling, de
toenmaligen Kapitein Luitenant ter Zee C. W. Slot, die ons prettig ontving en ons dadelijk
op ons gemak stelde. De opleiding duurde acht maanden.
In Augustus 1934 werd ik geplaatst aan boord van rir. Hr.Ms.O-10, onder bevel van
Luitenant ter Zee Mackay. Deze onderzeeboot was opleidingsschip, tevens asdicboot, bestemd
voor oefeningen in samenwerking met oppervlakteschepen.
Na enigen tijd werd ik overgeplaatst naar Hr. Ms. "K15", die te Leeds was
gestationneerd. Toen ik aan boord kwam, zag ik op de commandotoren een grote,
breedgeschouderde man, wiens gezicht ik niet kon zien doordat dit van mij was afgewend:
Hij droeg een Amerikaansche jekker en op de rug in groote letters: U.S.Navy.
Deze man was mijn nieuwe commandant: Luitenant ter Zee Van Boetzelaer, 'n reusachtig fijne
commandant ........
In welk opzicht?
In alle opzichten! Behalve een goed commandant was hij ook 'n gelovig man. Hij zei eens:
In welke moeilijke omstandigheden je wellicht eens komt te verkeren, vertrouw altijd op
God!" Dit maakte op de jongens diepen indruk."
Waar ging je verder heen?
Naar Scapaflow. Het was daar een troosteloze bedoening. Een kale, rotsachtige kust. En
koud, dat het er was! Ik weet nog goed, dat wij er eens aan dek aardappelen moesten
jassen. Mijn vingers waren zo verkleumd, dat ik nauwelijks mijn mes kon vasthouden. Nog
nooit heb ik zó het land gehad aan aardappelen jassen als dié keer!
Gelukkig gingen wij na twee dagen weer verder. Opstomend langs de Westkust van Schotland,
hadden wij het zwaarste weer dat ik tot dusver ooit heb meegemaakt. Het was geen pretje
bij ruwe zee, op die steile, onherbergzame kust.
Wij kregen bezoek van onzen vroegere commandant, Overste Slot, een onverwacht en prettig
weerzien. Wij brachten de Overste naar Greenock. Op den terugweg passeerden wij de
"Queen Elizabeth" en voelden ons 'n notedop naast dezen oceaanreus.
Daarna gingen wij in een der vele Schotse loch's" demagnetiseeren. Dit werk gebeurde
door "Wrens" van de Britse Marine, die over een eigen motorboot beschikten,
geheel met meisjes bemand. Toen deze langszij Hr. Ms. "K15" kwam was het een
combat de générosité tussen onze jongens, om hoffelijk en beleefd de tros aan te geven!
In December 1943 vertrok Hr. Ms. "K-15" met een convooi uit Engeland naar
Australië. Even na Gibraltar had de Nederlandse onderzeeboot ten gevolge van het niet
vangen,van een zigzagkoers bijna een aanvaring met het schip van de Commodore. In de
stikdonkeren nacht floepte het blauwe zoeklicht aan en laconiek knipoogde de seinlamp:
"Take care, I don't like to have sandwiches with you!"
Wij slaakten een zucht van verlichting, toen wij Port Said hadden bereikt. Doordat wij
overdag voortdurend onder water hadden moeten varen, hadden wij in zestien dagen het
zonlicht niet gezien en ons al die tijd niet kunnen baden. Het was een feest, toen wij te
Port Said in een keurig hotel gehuisvest werden en eindelijk een lekker bad konden nemen.
Op een der Bittermeren zagen wij een aantal Italiaansche oorlogsschepen, dat zich na
Italië's capitulatie had overgegeven. Prachtige schepen waren het!
Een bijzondere sensatie beleefden wij in de Rode Zee, waar wij door een Amerikaans
Liberty-schip voor een Duitsche U-boot werden aangezien en prompt werden beschoten. Door
snel duiken konden wij ternauwernood het vege lijf redden.
Ik had reuze pech, doordat ik kort daarop ziek werd en in Colombo moest achterblijven,
terwijl de "K-15" de reis naar Australië voortzette,
Zodra ik hersteld was, vertrok ik met de "City of London" naar Bombay en van
daar met de ,Washington" naar Melbourne. Dat was een reusachtig gezellige reis met
een zeer gemengd gezelschap Amerikaanse, Australische, Nieuw-Zeelandse en Brits-Indische
bondgenooten, die den hele dag zongen en muziek maakten. Met mijn mondharmonica kon ik als
"Dutchie" een beetje tot de vrolijkheid bijdragen.
Er waren ook vierduizend Italiaansche krijgsgevangenen aan boord, wie wij hadden
wijsgemaakt dat zij bij nadering van den evenaar maar scherp moesten uitzien naar "de
witte lijn", die er zou zijn waar te nemen. Zij waren erg teleurgesteld dat er
tenslotte toch niets te zien bleek.
Kort na aankomst in Australië sprak de atoombom te Hiroshima het laatste woord. Japan gaf
den strijd op en Wereldoorlog II behoorde tot het verleden.
In Perth behoorde ik tot de 20 Nederlanders, die in de Victory Parade meeliepen, waaraan
door 11.000 man Geallieerde troepen werd deelgenomen.
In November 1945 werd ik geplaatst op Hr. Ms. "Tijgerhaai", welke onderzeeboot
onder bevel van Luitenant ter Zee Van Altena op 2de Kerstdag naar Nederlandsch-Indië
vertrok.
Op 2 Januari 1946 liep Hr. Ms. "Tijgerhaal" Wijnkoopsbaai binnen. Het was
misschien het meest onvergetelijke moment van m'n leven: na vier lange jaren zag ik
eindelijk mijn geboortegrond weer terug!
Ik stond juist aan het roer en mocht van den Commandant even door de periscoop kijken.
Dáár lag Java, - de tranen sprongen mij in de oogen. Het was onvergetelijk mooi.
De jongens waren niet meer te houden van enthousiasme en stonden in de boot te juichen en
te dansen van opwinding. Zij wisten toen nog niet, hoe alles intussen veranderd was ......
Reeds den volgenden dag vertrok Hr. Ms. "Tijgerhaai" door Straat Soenda op
patrouille. De reis was tevens bedoeld als goodwill-trip rondom Java en de kleine
Soenda-eilanden, om medicijnen en "relief" goederen aan de bevolking uit te
delen.
Tot April 1946 bleef ik op de "Tijgerhaai" waarna ik als chauffeur een
walplaatsing kreeg. And here am I."
En wat zijn nu je plannen?
"Dat hangt af van de plannen die de Marine met mij heeft! Het liefst zou ik
vliegtuig-constructeur worden bij den M.L.D. Dat is een mooi vak en dan blijf ik toch ook
bij de Marine!"
Wij wensen Matroos Moné van harte toe, dat al zijn wensen vervuld worden.
Ongetwijfeld zal het belangrijke werk van vliegtuigconstructeur hem de voldoening
schenken, die hij er van verwacht. Moge het devies van de Marine Luchtvaart Dienst: Regina
et Patria, hem zijn verdere leven tot richtsnoer zijn! |