|
Patrouilleboot in
gevecht
Overname uit Alle Hens van december 1949
bewerkt door Chris Mark
Een oud en uit de
archieven opgedoken verhaal, maar daarom niet minder indrukwekkend om nog eens
opnieuw onder de aandacht te brengen om de herinnering aan enkele moedige mensen levend te
houden.
Donderdag 26 februari 1942 was een zwarte dag voor Tandjong
Priok. Deze eens zo bedrijvige haven van Indië's hoofdstad leverde het troosteloze
beeld der verwoesting die wij zelf hadden aangericht, liever dan de waardevolle
installaties, pakhuizen en voorraden in handen van de vijand te doen vallen.
Tot ver in de
omtrek weerklonken de gehele dag doffe explosies, wanneer het marinevliegkamp, het
droogdok, of ander voor de oorlogvoering belangrijke objecten werden opgeblazen.
Verlaten lag daar de anders zo drukke binnenhaven, waar als stille aanklacht een paar
vernielde hijskranen, ontwricht en scheefgezakt, hun armen ten hemel hieven.
Het was de dag van Prioks vrijwillige verwoesting, toen de ring van opdringende Jappen
zich steeds nauwer om Java sloot. De dag, waarop Karel Doorman de overmachtige vijand
tegemoet voer in een laatste poging deze van onze kusten te houden. Even voordat het doek
viel op de laatste acte van het drama, dat van de overrompeling van Pearl Harbour af
precies negentig dagen had geduurd. Maar wie meent, dat de Koninklijke marine hiermede
Priok zonder meer aan de vijand overliet, vergist zich. Eerst zou de patrouilleboot Hr. Ms.
P 16 nog haar prachtige gevecht leveren tegen drie Japanse jachtvliegtuigen, waarbij een
dezer als een vurige meteoor in zee stortte.
Die ochtend om half tien loeiden weer de sirenes voor luchtalarm. Dit was niets bijzonders
in die dagen, maar in verband met de mogelijkheid van herhaling van het gebeurde te Palem-
bang, waar de vijand een groot aantal parachutisten had afgeworpen, hadden de patrouillevaartuigen strikte orders gedurende luchtalarm buitengaats te blijven.
Hr. Ms. P 16, die aan de steiger gemeerd lag, maakte zich aldus eveneens gereed om uit te
varen. Commandant was de kwartiermeester voor speciale diensten N. Heynemann, terwijl de
bemanning bestond uit de militie matroos P. Dorif (roerganger), de militiematroos Van der
Broek (mitrailleurschutter), de militie matroos F. L .J. van Aken (mitrailleurschutter), de militie matroos H.W. Hengst (munitiedrager) en de militie stokerolieman Tiedeman.
Met een koers noordwest stoof de P 16 de haven uit, toen
zevenentwintig Japanse bommen- werpers een aanval op Priok deden en op
een veilige hoogte, buiten bereik van het afweer- geschut, hun
bommenlast boven de ten anker liggende schepen uitstrooiden. De Britse
kruiser HMS Exeter, welke in de haven lag, zal daarbij wel het
voornaamste doel zijn geweest.
Even nadat de bommenwerpers waren verdwenen, kwamen opeens drie Japanse jacht-
vliegtuigen, Navy-O's, in V -formatie laag over het water aanvliegen, alles mitraillerende
waar zij overheen kwamen.
Weldra genoot de P 16 het twijfelachtige voorrecht van een geconcentreerde aanval. Reeds
kwam het eerste vliegtuig haar achterop. Kwartiermeester Heynemann, die de situatie
doorzag, gaf de roerganger onmiddellijk order het roer "stuurboord aan boord" te
leggen, opdat de trefkans bij een aanval overdwars kleiner zou zijn dan over de volle
lengte van het schip.
Intussen beet de P 16 behoorlijk van zich af, door de vijand met haar beide mitrailleurs
een warme ontvangst te bereiden. De mitrailleur van Van der Broek
geraakte echter onklaar, doordat het ronselhuis werd afgeschoten en
-zoals naderhand bleek- het wapen merkwaardigerwijs een vijandelijk schot precies recht in de loop kreeg.
Wetende dat de verdediging van de P 16 nu verder van hem afhing, bleef Van Aken doorvuren.
Even later kreeg hij z'n kans, toen het vliegtuig in een bocht afzwenkte, teneinde een
nieuwe aanval te ondernemen. Dit was het moment waarop hij had gewacht. Terwijl hij de
Navy-O zorgvuldig in zijn luchtvizier hield, gaf hij de vijand in de flank de volle laag,
zijn gehele trommel op hem leeg vurende. Het vliegtuig scheen een fractie van een seconde
stil te staan in de lucht, wentelde om zijn as, de mica kap werd open geklapt, de vlieger
hing opzij in een laatste wanhopige poging om met een valscherm zijn leven te redden Te
laat!
Als een brandende fakkel dook het getroffen vliegtuig ongeveer tweehonderd meter
vóór hen de zee in.
Aan boord van de P 16 had men echter voorlopig geen tijd om aan dit succes veel aandacht
te geven, zolang er nog twee andere vijandelijke kisten in de lucht waren. De korte onder-
breking van het gevecht op leven en dood moest worden benut om te doen wat er aan boord te
beredderen viel. Dit was in de eerste plaats de zorg voor de brandstofolie, waarvan met
het oog op de mogelijkheid van zich de terugweg door parachutisten te zien afgesneden,
niet minder dan vier drums van driehonderd liter elk aan boord waren.
Gedurende het mitrailleren waren deze drums herhaaldelijk getroffen, zodat de olie op tal
van plaatsen er uit vloeide. "Brandstof over boord!' was dan ook het bevel dat
kwartiermeester Heynemann onverwijld gaf, nadat zij de eerste aanvaller van zich hadden
afgeschud. Indien de olie vlam had gevat, zouden de gevolgen niet te overzien zijn
geweest.
Vlug werden de klemmen losgegooid en de touwen doorgesneden,
waarmee de drums zeevast waren gezet. De potig gebouwde Van Aken, wiens gespierde lichaam
op dit kritieke moment reuzenkracht ontwikkelde, zette de zware vaten één voor één
over boord.
Daar kwam reeds de tweede aanvaller opzetten. Wederom werd het roer aan boord gelegd om
de uitwerking van het vijandelijk vuur te verkleinen. Het vuur werd van beide zijden
geopend. Opeens zakte de munitiedrager Van Hengst ineen: een schot had hem in de lies
getroffen. Bijna gelijktijdig zakte de roerganger Dorff door zijn knieën, uitroepende:
"Commandant, ik ben gewond." Zijn rechterarm viel slap neer langs zijn
lichaam. Een kogel had de pols doorboord.
De roerganger uitvallen?
Dit zou het einde van het gevecht betekenen.
Dit mocht niet gebeuren.
"Doorgaan!", klonk daarom onaandoenlijk het bevel van de commandant, die zag dat
de verwonding van Van Dorff niet van inwendige aard was. Begrijpend wat er van zijn
volhouden afhing, bleef deze, ondanks dat hij gewond was, op de knieën liggend met de
linkerhand het stuurrad bedienen.
Daar kwam reeds het derde vliegtuig in scheervlucht de aanval openen. Wat deerde het of
zij gewond waren, zolang zij nog konden vechten?
"Laat hem maar komen jongens, zet hem op!" En Van Aken maakte zich gereed de
Japanner van katoen te geven.
Op dat moment kwam het luchtafweergeschut van de Exeter een handje helpen. Het Japanse
vliegtuig vloog echter zo laag boven het water, dat de Britse kruiser met haar pom-poms
dwars door de mast van de P 16 heen vuurde en een lap uit de Nederlandse vlag schoot. Deze
vlag hebben de mannen later in krijgsgevangenschap nog geruime tijd als een kostbare
herinnering bewaard.
Intussen slaagden de Britten er in de Jappen met hun
luchtafweer op de vlucht te drijven. Thans was er gelegenheid om de gewonden te verzorgen.
Van Hengst bleek er het ergste aan toe te zijn. Hij vroeg te drinken, maar kwartiermeester Heynemann wist dat drinken niet is toegestaan aan iemand die door een buikschot getroffen
is. Dus nam hij een blokje ijs uit de thermosfles dat hij in een zakdoek gewikkeld op de
lippen van de zwaargewonde hield.
Omdat zij zich op betrekkelijk korte afstand van een Brits-Indische Rode Kruis schip
bevonden dat buitengaats ten anker lag, deed Heynemann daarheen volle kracht koers zetten.
Kostbare minuten tijdwinst konden hier wellicht het behoud van mensenlevens betekenen.
"Is it allowed to bring a wounded fellow aboard?", praaide hij het
hospitaalschip.
"Sorry, not during an airraid", was het teleurstellende antwoord.
Het was hard, maar orders zijn nu eenmaal orders en oorlogsomstandigheden maken harde
wetten noodzakelijk. Het roer werd omgegooid en onverwijld koers gezet naar de wal. Met de
ultrakortegolfzender werd de uitkijk er van op de hoogte gebracht, dat men één zwaar- en
één lichtgewonde aan boord had.
De Commandant Maritieme Middelen van Tandjong Priok, Kltz K. MR. P .F .M. van de Lint, die
bij luchtalarm. zelf nooit in de schuilloopgraven te vinden was zolang sommige van zijn
jongens buiten waren, had door de kijker het gebeurde met gespannen aandacht gevolgd en
nam aanstonds maatregelen de gewonden te ontvangen. De Officier van Gezondheid dokter
Bostoen verleende de eerste hulp en zorgde voor onmiddellijk vervoer naar het militair
hospitaal, waar operatief ingrijpen voor de zwaargewonde helaas niet meer mocht baten.
Met militaire eer werd het stoffelijk overschot van Van
Hengst de volgende dag door zijn kameraden ter ruste gelegd. Op deze plaats brengen wij
een eresaluut aan de nagedachtenis van deze marineman die zijn leven gaf voor de vrijheid
van Nederland en Indië.
Toen de patrouilleboot in reparatie kwam, bleken er welgeteld driehondertweeënzestig
kogelgaten in de scheepshuid te zijn. Wij moesten ze stuk voor stuk zelf lassen ",
vertelde kwartiermeester Heynemann, want de toekans hadden uit vrees voor de
bombardementen alleen, reeds de benen genomen". |