|
Klaar
tot "Pen uit"
Chris Mark - Bron: Vast werken.
Na
de warme dag bracht de avond een verkwikkende verkoeling over de onderzeebootbasis
Fremantle in Australië.
Op het dek van het onderzeebootmoederschip HMS Maidstone, stonden die avond twee
Nederlandse officieren over de railing geleund met elkaar in gesprek.
"Hoe je het ook bekijkt, dit zul je met me eens moeten zijn, dat een perfecte in
goede conditie zijnde onderzeeboot uiterst belangrijk is. Wanneer men dan op die
onderzeeboot nog een commandant plaatst met rijke ervaring, goed zeemanschap, enz., dan
heeft men een uitstekende combinatie en tóch zal die combinatie waardeloos zijn, wanneer
die boot niet tevens bemand is met een volmaakte 'crew' van op elkaar ingewerkte en
uitgezochte kerels. Met een goede bemanning kun je véél, zo niet alles bereiken en heb
je zo'n bemanning niet, dan kun je niets presteren, al heb je het beste schip van de hele
marine".
Is dat werkelijk van zoveel invloed?"
"Man, het betekent alles, maar nu ga ik naar kooi, morgen moet ik vroeg bij admiraal
Christie zijn voor een bespreking. Welterusten".
De volgende ochtend zat de spreker van de vorige avond, de Ltz. 1 H.A.W. Goossens met
meerdere officieren, Engelsen, Amerikanen en Australiërs, op het hoofdkwartier rond de
grote tafel bij de admiraal. Langs de wanden hingen grote kaarten en ook de tafel was
bedekt met zeekaarten.
"Dus de heren hebben mijn uiteenzetting begrepen, aanpakken en vernietigen, waar
ook".
Admiraal Christie keek al de aanwezigen even aan. "Zijn er heren die speciale
voorkeur hebben voor een bepaald gebied, dan mogen zij hun wens naar voren brengen".
"Indien u mij toestaat, admiraal, zou ik het liefst in het gebied rond Soerabaja
patrouilleren". Alle blikken richtten zich op Ltz. Goossens.
"In de buurt van Soerabaja? Een prettig gebied is het niet en meer liefhebbers zullen
er niet voor zijn. De grootste diepte daar is 60 meter. Hebt u daar aan gedacht? U hebt
daar weinig gelegenheid om weg te duiken".
"Admiraal, ik heb het allemaal overwogen en ik blijf bij mijn verzoek".
"Dan ga ik daarmee akkoord, u kunt uw schip Hr.Ms. Zwaardvisch klaar laten maken en
ik wens u veel succes". Hr.Ms. Zwaardvisch was amper één jaar oud en als HMS Talent
op 6 december 1943 van de Britse marine overgenomen.
Korte tijd daarna was Ltz. Goossens met een uitstekende boot en een uitgezochte bemanning
op weg naar het patrouilleterrein, dat 1.500 mijl van de basis verwijderd was, nog
onbewust van de successen die hun daar te wachten stonden. De eerste dagen gingen zonder
bijzondere belevenissen voorbij. De meeste tijd werd boven water gevaren. De Straat Lombok
werd uit veiligheidsoverwegingen onder water doorgegaan. Om de noord, op het
patrouilleterrein afgaand, passeerde men op een middag de noordkust van Bali. De officier
van de wacht tuurde door de periscoop. Zee en lucht, tot plotseling een klein rookwolkje
zichtbaar werd. Er werd koers gezet in die richting, de commandant nam de periscoop over
en langzaam tekende zich op het draadnet de omtrekken af van een klein Japans tankertje.
`t Is maar een jonkie hoor, veels te klein nog voor zo'n
grote torpedo; we zullen haar met het geschut gaan bewerken". Alles werd gereed
gemaakt voor boven water. Even later zag de verschrikte Japanner de Zwaardvisch aan het
zeeoppervlak verschijnen, waarna het geschut in een minimum van tijd was bemand. En het
was vlug gegaan, want toen de eerste schoten de stilte verscheurden was het kanon van de
Japanner op de voorplecht nog onbemand. Een steekvlam schoot omhoog en tien, twintig,
dertig Japanners sprongen in doodsangst van het zinkende en brandende schip, waarover men
enige mensen naar voren zag snellen.
"Pas op, ze gaan schieten!", klonk een waarschuwende stem.
"Maar wij dan toch eersC, lachte de man belast met de vuurleiding.
Men was inmiddels tot op 1.000 meter genaderd. Het kanon werd gericht en bij het derde
schot spatte het Japanse kanon van de voorplecht. Inmiddels klonk overal het geroep en
geschreeuw van de rondspartelende Japanners. Al is men er dan mee in oorlog, wanneer ze
hulpeloos in zee ronddrijven, laat men ze toch niet verdrinken. Maar wat aan te vangen met
zo'n verzameling. Het is niks dan last en narigheid wanneer ze aan boord zijn en iedere
minuut dat je boven water blijft om ze op te pikken is levensgevaarlijk. De
gewetensbezwaren en bespiegelingen werden abrupt afgebroken door de nadering van een
Japans watervliegtuig, waarvan de piloot zich het lot van zijn spartelende broeders wel
zal hebben aangetrokken. "Klaar voor onder water". Het torenluik klapte dicht en
verder ging de tocht naar het patrouilleterrein.
In de vroege ochtend van 6 oktober was men daar nog ongeveer 100 mijl vandaan ter hoogte
van Goenoeng Lasem, toen men om 06.40 uur in de periscoop op 3 mijl afstand de omtrekken
van een Duitse onderzeeboot ontdekte, die zich met 14mijls vaart in oostelijke richting
voortspoedde. Onmiddellijk werd tot de aanval overgegaan. Ofschoon bij een lanceerafstand
van nog geen 900 meter onder normale omstandigheden vier torpedo's genoeg zouden zijn
geweest, meende de commandant, in de wetenschap dat bij het routine onderhoud van de
torpedo's kleine gebreken aan de dag waren getreden, er verstandig aan te doen twee
torpedo's méér af te vuren.
Uit een goede positie werden om 06.53 uur, met een interval
van 5 seconden, zes torpedo's gelanceerd. Eén minuut later werd een explosie gehoord en
door de periscoop kon men de Duitse onderzeeboot U- 168 onder een voorwaartse helling van
40 graden onder de waterspiegel zien verdwijnen. Na 10 minuten gewacht te hebben in
verband met eventuele vliegtuigen, kwam de boot aan de oppervlakte. Het bleek dat meer dan
20 overlevenden van de U-boot in het water lagen. Aangezien deze niet allen gedurende de
verdere patrouille aan boord konden worden genomen, werden slechts 5 man aan boord
genomen, terwijl de overige drenkelingen werden overgebracht naar een vissersvaartuig.
"U-Pich" was twee jaar oud en had drie patrouilles van 35, 75 en 135 dagen
gemaakt. Hoeveel ton hij tot zinken had gebracht tot op de 6e oktober 1944 - zijn dag des
oordeels - is niet bekend; wel dat hij uit was op meer kwaad. Hij was op weg naar de
westkust van Australië, waar zijn commandant en een gedeelte van de bemanning inderdaad
arriveerden, zij het ook onder enigszins gewijzigde omstandigheden en in een zeer
onschadelijke vorm.
Op die 6e oktober aan het ontbijt had kapitänleutnant Helmuth Pich het misschien over het
oponthoud in Batavia, toen de torpedo aankwam waarop U-Pich geschreven stond. Nog geen 10
minuten later bevond hij zich, ontdaan van schip en kleding en halve bemanning, aan boord
van zijn meester. Zij eigen commando lag voor goed op 40 meter waterdiepte.
De Zwaardvisch was die ochtend ondergedoken, zoals de goede gewoonte is van onderzeeboten.
De opgaande zon had nog even de top van Goenoeng Lasem karmijn gekleurd. Om zes uur had de
afkomende wacht gegeten en was naar kooi gegaan. Het was stil in het schip. Alleen in de
centrale, waar de duikroeren zijn, was er beweging en onderdrukt gepraat, dat elke 5
minuten onderbroken werd door het eentonige 'op periscoop' en de spanming die zich dan
hechtte aan de officier van de wacht. De geruispeiler zat weggedoken in zijn hoekje; nu en
dan verstarde zijn blik als er een school vissen voorbij zwom. Plotseling boog hij zich
voorover. Om 06.41uur was dat en op hetzelfde ogenblik stond de officier van de wacht stil
achter de periscoop.
"Ga de commandant waarschuwen", zei hij.
06.42 uur - Het grote lichaam van de ouwe wringt zich uit zijn hutje. Het is alsof zijn
armen de periscoop al omstrengelen, voordat zijn benen het deurtje uit zijn.
"Eén meter hoger moeten we sturen om beter te kunnen kijken".
06.43 uur - "Torpedoalarm", zegt de commandant.
Twee zoemers brommen door het schip. Een valse rust zit in die toon, maar het is beter dan
de claxons die hun boodschap gillend overdrijven. Veel geluid is toch niet nodig; vanaf
het ogenblik dat Hoeymans aan de geruispeiler voorover boog hebben zestig
onderbewustzijnden wakker gelegen.
06.44 uur - Chaos. Vijftig man zijn uit hun kooi gesprongen. Schoenen schieten zij aan,
geen veters, een broek, bovenste knoop gaat dicht onder het lopen. Als de minuut om is
staat een ieder op zijn post en is de rust weergekeerd.
"Op de aanval", zegt de commandant. Overal klikken de stophorloges.
06.45 uur - Bootsman Kossen aan het voorduikroer stuurt voor zijn leven. Hij moet de
laatste hand leggen aan de trim die veranderd is door het op post komen - water moet van
achter naar voren worden gepompt. Straks is de laatste fase van de aanval, als we de
vijand dicht genaderd zijn, zullen de machines op sluipvaart gezet worden om zo min
mogelijk periscoopzog te krijgen. Dan hebben de roeren maar heel weinig uitwerking en moet
de trim dus perfect zijn. Het is een schrikbeeld voor Kossen als op het nippertje de zware
vijftienhonderd tonnen van de Zwaardvisch het ongelukkige decimetertje zouden wegzakken
waardoor de commandant niet meer kijken kon. Als een ruiter te paard, tegenzittend, stuurt
de bootsman.
06.46 uur - "Op periscoop", zegt de commandant. Van der Meer aan de handels is
afgeoefend. Hij wacht totdat hij het daglicht op de pupil ziet vallen, schakelt dan op
langzaam en stopt ogenblikkelijk als dat gezegd of geduimd wordt. Geen centimeter te veel
periscoop zal de vijand van ons te zien krijgen. Van der Meer heeft sinds lang geleerd het
ongeduldige op, op, op" te ver
wachten en het niet te verstaan als "stop, stop, stop". Of omgekeerd, wat
gevaarlijker is voor het schip en de aanval.
06.47 uur - "Doel is een onderzeeboot", zegt de commandant. Ik zie 'm in deze
peiling - de hoek van inzien is twee streken over stuurboord afstand twee mijl - neer
periscoop".
Naar beneden ging het instrument en daarmee de commandant, tot hij vrijwel plat op dek
lag. Geen seconde mag onbenut gelaten worden voordat zij weer blind zijn. Het oog van de
meester mag het oculair niet verlaten voordat de periscoop weer helemaal onder water is;
allee: zijn mond is vrij. Kwartiermeester de Boon met het oorlogsdagboek schrijft zich een
kramp in de stijve vingers. De Boon, neemt geen risico's; alles wordt genoteerd, inclusief
vloeken.
06.48 uur - Tïchelaar heeft de gegevens op de periscoop afgelezen; van Hattem, de jongste
officier draait ze door de rekenmachine; Wilks, de Engelse verbindingsman, zet de
uitkomsten in de kaart. Na een tweede waarneming weet hij wat. Over het plot gebogen,
passend en metend, zegt hij: "Khoers hondred en faiftien, vhaart twhaalf mail,
sir". Hoeymans aan de geruispeiler zit de schroefomwentelingen te tellen.
"Veertien mijl", is het volgem hem. "Goed", zegt de commandant,
"geef hem 13 mijl - op periscoop".
06.49 uur - "Dát is de peiling de afstand is dát ik zie 'm-.. vijf streken over
stuurboord - er is een kanon vooruit - mitraifieurbordes achter de brug - neer
periscoop".
06.50 uur - Het hoofd van de machinekamer, als chef van het onderwaterbedrijf, is gerust.
Alle techniek doet het. de trim zit in de boot, keurig wordt de diepte gehouden; wat hem
betreft kan het gebeuren. Leen Bruin, de Scheveninger, stuurt feilloos op de afvuurkoers.
Van vooruit wordt er gemeld "alle buizen klaar tot pen uit". Van Hattem staat
nog even ingewikkeld met de rekenmachine te goochelen.
Zeventien en een halve graad wordt de voorhoudhoek", zegt hij.
06.51 uur -"We zijn er klaar voor. Alleen die verdomde nationaliteit."
We zijn nu dichtbij en mogen niet meer dan enkele seconden kijken. Om dezelfde redenen is
de commandant overgegaan op de naaldperiscoop, waar hij minder door kan
zien. "Op", zegt hij.
"30 Graden", zegt Tichelaar.
"Neer". Een blik op het silhouet in het boek. Het lijkt er wel op, maar eeuwige
ellende als het toch een eigen onderzeeboot zou zijn.
06.52 uur - "Op".
"25 Graden".
"Neer - pen uit", zegt de commandant. Op .
"Neer'.
"Pennen zijn uit",
Waarschuwt Tichelaar: "21 Graden geweest".
"Op, op, op". De ouwe is bedekt met parels zweet. Verschrikkelijke beslissing
moet hij nemen.
Dan zegt hij: "Verdomme - een hakenkruis zet'rn op de voorhoudhoek - opgepast - is
dat 17 graad - Vuur".
Zes torpedo's worden er afgevuurd. Bij elke torpedo veert het schip wat achteruit en loopt
de luchtdruk op. Achthonderd meter was de afstand; daar doen de torpedo's veertig seconden
over. Een eeuwigheid lijkt het, vergeleken met de elf minuten die voorbij zijn gegaan.
De periscoop blijft neer. Gehurkt zit de commandant, zijn ogen neergeslagen. Onzichtbaar
zijn we nu. Acht keer in totaal heeft hij gekeken, elke keer slechts luttele seconden. Dat
was voldoende om een doopceel te lichten en een doodvonnis te ondertekenen. In elf minuten
werd alles gevonden van iets dat er de twaalfde niet meer zou zijn; een gedoemde
onderzeeboot, het type en het tonnage, de lengte en de diepgang, de koers en de vaart, en
zelfs het soort mensen aan boord. Zestig man in het zotste tenue hebben er aan gewerkt,
zes torpedo's doen de rest.
Het is doodstil in het schip. De vier torpedomakers in de boegbuiskamer luisteren. De
kleine stevige majoor Bom is zichtbaar afgevallen, zijn scherpe, donkere ogen hebben iets
van de oude zelfverzekerdheid verloren. Het is het eerste salvo van de Zwaardvisch.
"Veertig seconden", telde Claus, "41-.. 42-.."
Toen was er een doffe explosie, niet eens een harde.
"Op periscoop", zegt de commandant. Ik zag hem rood aanlopen. "Kijk",
fluisterde hij, "vlug".
Dat was de laatste blik die er op U-Pich geworpen werd. Zeventien seconden na de explosie,
met een verschrikkelijke helling voorover, verdween het laatste puntje van haar staart
voor goed onder water.
Nu een mijnenlegger
Een aantal dagen later riep de officier van de wacht dat hij nu toch wel wonderlijke
dingen zag. En de man had gelijk. Naderbij geslopen ontwaarde men een hoogst interessant
tafereel, waarvan men als onderzeebootman moest watertanden. Een schouwspel, dat niet
gemakkelijk te ontwarren was en waaruit men met grote voorzichtigheid een keus moest
maken. Als hoofdschotel van dit schouwspel fungeerde de grote Japanse mijnenlegger
Itsukushima. Deze werd weer geflankeerd door torpedobootjagers en daarachter scharrelden
vier á vijf torpedoboten van 500 ton. Van de boeg van de Itsukushima zag men een lijn,
die schuin naar voren in het water verdween. Anderhalve mijl voor deze verzameling zwoegde
een sleepboot. Later werd vernomen dat de Itsukushima in beschadigde toestand onder
escorte naar Soerabaja werd gesleept.
Het was nu echter zaak om keus te maken en het meest aanlokkelijke was de Japanse
mijnenlegger. Men maakte alles gereed voor de aanval en men begon te richten. Dit kon nu
zuiverder gebeuren dan enige dagen geleden bij de U-boot. Toen was er een gebroken kamwiel
in het hoogteroer. Dank zij het onafgebroken werken van korporaal-machinist L. Krosenbrink
die, met beperkte hulpmiddelen, geheel met de hand een nieuw kamwiel had vervaardigd, was
dit euvel verholpen.
Het was vijf minuten voor tien, toen men op het punt stond de laatste vijf torpedo's op
het doel los te laten. Juist op dat moment veranderde de begeleidende torpedobootjager van
koers en kwam zo verleidelijk in het schootsveld te liggen, dat Ltz. Goossens besloot van
alle geijkte aanvalstheoriën af te wijken en ook de torpedobootjager in de aanval te
betrekken. Van de vijf, oorspronkelijk voor de mijnenlegger bestemde torpedo's werden er
twee voor de torpedobootjager aangewezen. Het besluit had succes, beide doelen werden
getroffen.
Veel tijd om het resultaat van de aanval te observeren bleef er niet in de buurt van het
gevaarlijke gezelschap. De periscoop werd omlaag gedraaid en alles concentreerde zich op
een snelle uitwijkmanoeuvre. Met hoge snelheid van de plaats vandaan en zo diep mogelijk
wegduiken. De grootste mogelijkheid was hier 60 meter en verder was het afwachten.
Lang behoefde men niet in onzekerheid te blijven, want reeds enige ogenblikken later
klonken in de
onderzeeboot de hamerende slagen van de exploderende dieptebommen.
Na iedere hevige slag wachtte men weer op de volgende; zestien-..,zeventien_ achttien -
Het werd stil. Een beangstigende stilte. In de onderzeeboot dwarrelde het stof van de
afgesprongen kurkverf. Wanneer men zich vóorzichtig verplaatste knerpten onder de voeten
de glasscherven van de stukgesprongen lampen en wachtte men eindeloos lang. Men durfde
niet te hopen dat de Japanner, die nu de rol van aanvaller had overgenomen, vertrokken zou
zijn. De ervaring had geleerd, dat de Nip een groot geduld heeft en rustig 48 uur op de
plaats kan blijven wachten.
Na enige uren besloot men heel voorzichtig een kijkje te nemen, nadat nog een tweede
aanval van zestien dieptebommen op grotere afstand had plaats gevonden. In de verte zag
men de escorteschepen, die nu, met een torpedobootjager minder en zonder de Itsikushima,
huiswaarts voeren.
Ook de Zwaardvisch moest naar huis. De torpedo's waren op en na een uiterst succesvolle
patrouilletocht moest men wel huiswaarts naar Fremantle, alwaar de commandant en bemanning
een grootse ontvangst werd bereid.
Na de oorlog, werd met het ingaan van de nieuwe spelling, de naam Zwaardvisch veranderd in
Zwaardvis.
Samengevoegde bewerking uit Alle Hens vanjanuari 1950 en Stuifzeetjes over de P 322.
Interessant is dat de historicus Paul Kemp in de
oorspronkelijke Engelse uitgave (1997) U boats destroyed - German Losses in the World
Wars' deze torpedering nauwkeurig heeft beschreven. Kemp schrijft: "Het treffen vond
op 6 oktober 1944 plaats op 06.20 ZB en 111.28 OL. De boot was op weg van Batavia naar
Soerabaja om rendez-vous te maken met de U boten U 537 en U 862 voor operaties onder de
kust van Australië.
Op weg daarheen werd de boot door de Nederlandse
U boot Zwaardfisch Korvettenkapitän H.A.W. Goosens waargenomen. Hij bevond zich in de
beste afvuurpositie en vuurde op een afstand van 850 m, 11 minuten na de ontdekking zes
torpedos onder een hoek van 95 graden op de koerslijn van zijn doel af. Er volgde een
daverende explosie en Goossens kon door zijn periscoop zien hoe de U 168 met de boeg naar
beneden zonk. Drie officieren konden zonder reddingsmiddelen vanaf 35 m diepte de boot
verlaten. Van de 27 overlevenden (23 man sneuvelden) nam Goossens vier officieren
waaronder de commandant van de boot en een gewonde matroos aan boord. De overigen werden
op een in de buurt varende viskotter overgebracht en aan hun lot overgelaten.
Later zijn zij op Java geland. De overlevenden
berichtten Goossens dat drie van zijn torpedo's doel getroffen hadden maar dat er maar
één van was geëxplodeerd. Bovendien meldden zij Goossens dat het Japanse
luchtwapencommando de jacht op onderzeeboten eerst na 11.00 gepland had.
Het oppercommando van het Uboot wapen in het Verre Oosten schreef het verlies van de U 168
toe aan loslippigheid van een deel van de bemanning. Hoewel de missie streng geheim was
hadden enkele bemanningsleden enkele Indonesische meisjes bij gelegenheid van een
afscheidsparty aan boord gehaald en daarbij kennelijk over de missie gepraat. In
werkelijkheid is het tot zinken brengen van de boot te wijten aan het feit dat de U 168 de
pech heeft gehad op een geallieerde onder zeeboot met een uitstekende bemanning te zijn
gestuit.
|