|
Brigade-herinneringen
door Hans de Leeuw, Kalowria, Canada

Lt-Gen. Henault mil. chef NATO en Hans de Leeuw
(links op de foto)
bij
Canadees Ereveld in Holten.
4 mei 2005
|
"In de
vooroorlogse jaren was ik korte tijd in België werkzaam
geweest. Na de invasie van mei 1940 kon ik via
Zuid-Frankrijk op een enigszins gecompliceerde wijze naar
Engeland vluchten. Spoedig na aankomst in juli 1940 werd ik
ingedeeld bij de restanten van de Nederlandse strijdkrachten
die later de basis zouden vormen voor de Irene Brigade. Als
korporaal ben ik in 1945 afgezwaaid, heb weer enige tijd in
België gewerkt en ben tot slot in 1953 met mijn gezin van
daar naar Alberta, Canada geëmigreerd.
Op aandringen van mijn veeltallig nageslacht hier (18), ben
ik eens in de pen of liever achter mijn computer geklommen
om iets van mijn prille jeugd, mijn schooien verdere jonge
jaren, oorlogservaringen en verdere levensloop te
vereeuwigen. Het is een geïllustreerd boekje geworden in de
Engelse taal. Ik maakte hierbij volop gebruik van oude
dagboekjes en andere documentatie over die tijd vergaard.
Een bladzijde uit mijn memoires heb ik vertaald voor de
lezers van de Vaandeldrager."
In het vroege voorjaar van 1944 verhuisde de Brigade naar de
Oostkust. We vonden onderdak in de ontruimde woningen van
Frinton-on-Sea en Dovercourt Bay, even ten Zuiden van
Harwich. We waren nu tegenover Nederland, aan de overkant
van de Noordzee.Tijdens het verblijf daar, werd ik naar
een "assault" (aanval en leiderschap) cursus gestuurd in
Norfolk. Dat moest ik echter even onderbreken, daar het huis
in Londen, waar mijn vrouw en zoontje woonden, gedeeltelijk
door een vliegende bom was verwoest. Gelukkig waren beiden
ongedeerd, maar wat versuft aangetroffen door een air-raid
warden.
Na hen elders buiten de stad gehuisvest te hebben, keerde ik
terug om de rest van de speciale training te beëindigen.
|
 |
Op l maart kreeg de Brigade onverwachts bezoek van de
commandant van het XXXste Legercorps, Generaal (later
Veldmaarschalk) Bernard Montgomery, de veldheer, die de
Duits/Italiaanse legers onder Generaal Rommel van de
Noord-Afrikaanse woestijn had verdreven.(zie foto)
Hij klom op het achterdek van één onzer voertuigen, gaf ons
een 'pep talk' en bracht ons wat op de hoogte van "Overlord",
het plan voor de spoedige invasie van het Westen van Europa.
Spoedig daarna begonnen wij al onze eigen voorbereidingen
hiervoor.
Voertuigen en wapens werden tegen zeewater ingevet met een
speciale, geelgekleurde jelly. Dit was een enigszins vies en
smerig werkje!
In groot geheim waren toen enorme geallieerde legereenheden,
Amerikaans en van het Britse Commonwealth, in het zuiden van
Engeland geconcentreerd. De grootste armada ooit, voer op 6
juni over naar de Franse kust, niet naar de Pas de Calais,
zoals algemeen verwacht, maar naar de even zwaar versterkte
kust van Normandië. (Het verloop van de eerste landingen zal
ik niet verder beschrijven; dat is een ieder nu wel bekend).
|
Wij van de Brigade wachtten in
spanning, wanneer aan de beurt te komen om over te gaan. Het
werd ruim twee maanden later, voordat naar Londen vertrokken
werd om daar in te schepen op z.g.n. LST's (landing ships
tanks), die dan - midden op zee - aansloten op een groot
beschermd konvooi. De overtocht verliep heel rustig. We
kwamen aan in "Mulberry", de kunstmatige haven bij
Arromanches.
Oude koopvaardijschepen, pontons er overbodige marine
vaartuigen had men later zinken en twee hierdoor gevormde
pieren voorzien van een metalen wegdek. Hierover konden
voertuigen geheel droog aan land gaan. Het vet was ons niet
nodig gebleken, gelukkig! |
Op maandagmorgen 7 augustus 1944 was ik eindelijk weer op
Franse bodem, halleluja! 't Was nog al rustig, alleen wat
ver geschut gaf kennis van de strijd, meer verder weg. Er
waren veldkeukens op het strand, waarheen we ons haastten
voor onze eerste maaltijd op het vasteland van Europa.
Sommige officieren, die voorrang probeerden te krijgen,
werden door Militaire Politie terecht gewezen met: "Winston
heeft hier gisteren ook 'm het rijtje gestaan."
Toen stegen we weer in/op onze voertuigen en gingen op weg
om stellingen over te nemen van de Ie Canadese Airbome
Division in een sector, terecht met "Hellfire Corner"
betiteld.
Mijn gevechtsgroep (Fighting Unit II) belandde 's avonds
tegen 8 ergens tussen de plaatsje Plumetot en Cresserons,
niet ver van een and gehucht, Delivrande-Douvre genaamd. Met
onze opvouwbare schepjes, groeven we met moeite in de
rotsige grond. De ontstane 'putten' werden dan wat zachter
gemaakt met enige kleding uit onze kitbags. Zo vleiden we
ons neer in zalige nachtrust. Maar dat zou niet van lange
duur zijn. Spoedig waren we weer wakker door het
oorverdovend lawaai van afweergeschut gericht tegen de laag
boven ons vliegende Luftwaffe verkenning. |
 |
In de verte kwam ook de
doffe, kenmerkende 'flop' van mortieren en het holle gedreun
van 88's, vijand's lange-afstand geschut. Er waren enkele
ontploffingen dichtbij te horen; wij bleven ongedeerd, maar
anderen van ons legertje waren minder gelukkig; de eerste 'casualties'
vielen al.
We bleven enkele dagen in deze stelling, door
achter-echelons van proviand voorzien. Toen werd het vertrek
geblazen en trok ons konvooi over de Ome rivier bij Rankin
om ons in te graven in no-man's-land. Daar ik ook belast was
met communicatie en een two-way radio bediende, was ik de
enigste in onze eenheid, die steeds op de hoogte bleef, -
ook via de BBC, van wat zich elders in de wereld en rondom
ons afspeelde.
In het midden van een nacht werd ik door één van onze
officieren gewekt met een opdracht. Mijn peloton moest het
voorterrein zuiveren van eventuele snipers. Met een paar man
ging het voorwaarts, met geladen geweer en bajonet in
gereedheid. Ikzelf had de leiding. We liepen zo'n paar
honderd meter voorwaarts in 'Indian file'. Plots was er een
geluid vlak voor te horen; het klonk als een wapen dat tegen
een helm stootte. Ik beval mijn kleine groep dekking te
zoeken en ging alleen, moedig, maar met het hart in mijn
keel, verder. Geen zin om ons allen tezamen in gevaar te
brengen. Sloop voorover buigend om zo min mogelijk doelpunt
te bieden. Nog weer dat geluid. Wat nu te doen?.....
Nam mijn helm af en wierp het ding met alle macht in de
gewenste richting. "Duik!" Een geweldig gekletter volgde.
Het ding viel boven op een door de Moffen achtergelaten,
metalen granaathuls waartegen een - door regen natte -
overhangende boomtak constant tikte. Wat een held toch, die
Hans de Leeuw! Voelde me een idioot. Ging terug naar mijn
mannen, verklaarde mijn onverwachte 'ontdekking' en na nog
een ongestoorde verdere verkenning keerden we veilig terug
op onze stelling. "ALL CLEAR, Sir!" Dan maar terug onder de
wol.
We vertrokken kort daarop naar nieuwe stellingen bij
Bréville en enige tijd later verder, ter beveiliging van het
kuststad Ouistreham aan de monding van de Ome rivier. Die
liep binnenslands langs het grote wegen knooppunt bij Caen,
dat nog in handen van de vijand was. Voor het eerst konden
we onze persoonlijke hygiëne weer wat verzorgen: we sprongen
ongekleed in het haventje, ongeacht de waarschijnlijk nog
gemijnde metalen obstructies, daar door onze tegenstanders
geplant om landingen te vermijden. Zalig toch, dat koele
zoet/zoute water!
Eindelijk kwamen er ook wat 'APO' post (army postoffice) aan
uit Engeland; er waren zelfs pakketjes bij van onze
geliefden met allerlei lekkernijen en rookgerief Daarvan
werd gauw wat bij burgers omgewisseld tegen 'Calvados', de
vurige appel likeur, in Normandië gestookt. 't Ging onze
veldflessen in ter vervanging van het brakke water. Goed om
tanden mee te poetsen!
|
 |
In
een boerderij konden we wat hazenbout 'kopen', een welkome
vervanging van onze 'iron rations'. Ik had me ook wat
rabarber uit een groentetuintje bemachtigd en dat in mijn
metalen eetgerief met wat saccharine (bij gebrek aan suiker)
gekookt tot compote. Wat een rotsmaak! Voor lange tijd hield
het Ame af van verdere experimenten met dit spul. Vers
gebakken eitjes, nu ja dat was ook een hele lekkernij daar.
Waar sigaretten en chocolade niet goed voor waren!
Dankjewel, vrouwlief.
Negen dagen waren we daar ongeveer, behalve een kleine
militaire excursie naar Bréville in de buurt. Toen begon de
grote doorbraak van de Amerikaanse strijdkrachten op de
Cherbourg peninsula, Patton ging op weg naar Parijs. Ook in
onze sector werd vooruitgang gemaakt, duizenden vijandelijke
voertuigen vernietigd, honderdduizenden gevangenen gemaakt.
En de grote opmars noordwaarts van de Koninklijke
Nederlandse "Brigade 'Prinses Irene' begon nu ook blijkbaar
werkelijkheid te worden...Uit: Vaandeldrager 52;
september 1998 |
Zie ook >>>
http://www.prinsesirenebrigade.nl/wrottesleypark_nabij_wolverhampt.htm |
|